artikel

Wiegel tapt het eerste biertje

Horeca

Als werkstudent in een Amsterdams café tapte Hans Wiegel avond aan avond de glazen vol. Dat was veertig jaar geleden. Afgelopen maandag, op de eerste dag van de Horecava, stond hij, nu in zijn rol van voorzitter van het Centraal Brouwerij Kantoor (CBK), opnieuw aan de bierkraan.

Wiegel tapt het eerste biertje

Om vervolgens het glas te heffen op de 49e editie van de Nationale Biertapwedstrijden, die woensdag in het RAI-complex hun – volgens Wiegel – ‘zinderende finale’ zouden gaan beleven. Niet het Brouwerij Kantoor, maar vermoedelijk Wiegel zelf trok tijdens een speciaal persontbijt ruime aandacht van meer dan alleen de gebruikelijke vakbladen. Want wat heeft een fotograaf van Story nou op de Horecava te zoeken? Wiegel zou Wiegel niet zijn als hij in het bijzijn van zoveel snorrende camera’s niet even een goed woordje zou doen voor de brouwers. Om te beginnen voor de vorige week overleden biermagnaat Freddy Heineken. ‘Behalve brouwer, ondernemer en marketeer een bijzonder mens.’Wiegel maakte verder van de gelegenheid gebruik andermaal uit te halen naar het beleid van milieuminister Pronk. Zijn plan om statiegeld te heffen op verpakkingsmaterialen als blik is de brouwers en ook de frisdrankenproducenten een doorn in het oog. De aanpak zou de bedrijfstak jaarlijks vele miljoenen euro’s kosten en is bovendien zeer fraudegevoelig.

‘Pronk wil doordrammen, maar hij is intelligent genoeg om in te zien dat zijn plan niet werkbaar is. Hij doet er verstandiger aan samen met de industrie op zoek te gaan naar alternatieven om het zwerfvuil aan te pakken.’Ook hekelde het CBK-boegbeeld de in zijn ogen oneerlijke accijnsverhoging van 18 procent op bier, terwijl op de populaire mixdrankjes geen extra heffing is gelegd. De strengere regels van minister Borst (Volksgezondheid) ten aanzien van alcoholreclame schieten volgens Wiegel hun doel ruimschoots voorbij. Meer reclame leidt niet per definitie tot meer alcoholgebruik. ‘De bierconsumptie per hoofd van de bevolking schommelt al jaren rond de 83 liter. Daar tegenover staat dat we met z’n allen steeds meer wijn drinken, terwijl voor wijn naar verhouding nauwelijks reclame wordt gemaakt.’