artikel

Wij serveren geen kreeft of tonijn

Horeca

Diergaarde Blijdorp in Rotterdam volgt sinds een aantal jaren een nieuw beleid dat is gericht op een gespecialiseerde dierencollectie. En op meer service aan het publiek. Bij het zeepaviljoen Oceanium kwam een nieuw restaurant en ook nieuwe accommodatie voor de zakelijke en feesten- en partijenmarkt. Maar een broodje tonijn zul je er niet vinden.

Wij serveren geen kreeft of tonijn

Ruim vijf jaar geleden gooide Blijdorp het roer om. Van een traditionele dierentuin met een zo groot mogelijk verzameling dieren werd overgeschakeld naar het tegenwoordig in de dierentuinwereld gebruikelijke beleid van minder dieren, maar dan wel met een specialisatie in bepaalde soorten. Mede daarom is Blijdorp opgedeeld in biotopen, ofwel biologisch geografische gebieden. Zo is er een deel Azië, een deel Afrika, enzovoort.
Basis van het bedrijfsplan van Blijdorp is diervriendelijkheid en milieuvriendelijkheid. Zo wil Blijdorp zich naar het publiek toe presenteren. In termen van horeca betekent dit dat men in Blijdorp tevergeefs naar een dier- en/of milieu-onvriendelijk broodje tonijn zal zoeken, naar een struisvogelbiefstuk, of naar kreeft of haaienvinnensoep. Marieke Verstraaten, hoofd van de afdeling horeca: ‘Blijdorp heeft de nodige discussies gevoerd over EKO en dergelijke. Met de horeca voeren we een voorzichtig beleid in die richting. Maar we willen niets pushen. Want publiek blijft publiek. Daarom hebben we als dierentuin besloten wat we niet willen verkopen.’

Dagje uit
Blijdorp kreeg vorig jaar 1,65 miljoen bezoekers, die gemiddeld tussen de één en anderhalf uur in het park verbleven en per persoon ongeveer zeven gulden besteedden in de vier zelfbedieningsrestaurants of bij een van de mobiele verkooppunten. In de getallen is de partijen- en de zakelijke markt niet meegenomen.
Met een jaaromzet van 11 miljoen gulden is de horeca een belangrijke bron van inkomsten voor Blijdorp. Anders gezegd, in menskracht uitgedrukt: van de 200 mensen die vast in dienst zijn, vallen er 35 (vaste krachten) onder de horeca.
Marieke Verstraaten: ‘Mensen willen tegenwoordig meer dan alleen maar even dieren kijken. Als ze bij ons komen zijn ze echt een dagje uit. En daar hoort horeca bij. Met daarop aansluitend een aanbod aan faciliteiten voor de partijen- en zakelijke markt. Daarom heeft onze horeca de afgelopen jaren geleidelijk aan een totale face-lift ondergaan, met het Oceanium met al zijn nieuwe horeca als voorlopig laatste fase.’
Vroeger was de horeca een eenheidsworst, zoals Verstraaten dat noemt. Het park bezat uitsluitend een aantal kantine-achtige gelegenheden. Nu heeft elke outlet zijn eigen gezicht, sfeer, ambiance en inrichting, passend bij de biotoop waar men zich bevindt. En ook het assortiment is bijpassend, niet alleen qua naamgeving, maar ook inhoudelijk. Zoals de tropische drankjes in het Caribisch Café.
Verstraaten: ‘Maar frieten en kroketten zullen toch ook hier in Blijdorp altijd toppers blijven.’

Dier staat centraal
Met de komst van het Oceanium heeft Blijdorp met zijn horeca letterlijk meer ruimte gekregen, niet alleen voor het publiek maar dus vooral ook voor de zakelijke en de partijenmarkt. De afdeling horeca beschikt over een uitgebreide hoeveelheid eigen sales materiaal, met daarin onder andere een standaard pakket, waarin alle mogelijke buffetten en locaties op een rijtje gezet zijn. Wat niet wil zeggen dat er uitsluitend vanuit dat standaardpakket gewerkt wordt. Alles kan in principe, zolang de dieren maar niet worden gehinderd.
De horeca van Blijdorp mag nooit iets organiseren dat de dieren hinder zou kunnen veroorzaken. De dierentuin staat nog altijd voorop. Het dier is het belangrijkst. Daarom zijn partijen uiterlijk rond de klok van 12 afgelopen. En daarom heeft Blijdorp bijvoorbeeld ook geen studentenpartijen. Of house party’s. De horeca is en blijft een service-afdeling. ‘Wij voederen die andere dieren’, zegt Verstraaten.
Onderhand komt zo’n twee miljoen gulden van de eerder genoemde totaal van elf miljoen uit de partijen en zakelijke markt. ‘En daar moet nog een schepje bovenop’, aldus Verstraaten. Maar zij verwacht niet dat 2001 beter wordt dan vorig jaar. Doordat de eeuwwisseling heel veel extra activiteiten met zich meebracht was 2000 namelijk een uitzonderlijk goed jaar.
Verstraaten: ‘Van 2001 verwachten wij iets minder. Rotterdam Culturele hoofdstad zal voor ons waarschijnlijk weinig extra’s met zich meebrengen.’