artikel

Zorgenkindje’ blijkt al jaren stabiele factor

Horeca

DOETINCHEM – ‘Bij de dorpscafetaria’s zullen harde klappen vallen.’ ‘De buurtcafetaria staat onder druk.’ ‘Snackbar om de hoek verliest van ketens.’ Dat soort kreten waren de laatste jaren geregeld te horen en lezen. Het bedrijfschap Horeca en Catering voorspelde het, net als een reeks knappe koppen uit de branche. Ten onrechte, zo blijkt nu, de dorpscafetaria is juist de stabiele factor in de snackbranche. Tijd voor eerherstel.

Zorgenkindje’ blijkt al jaren stabiele factor

Een voorspelde sanering van de cafetariabranche heeft wel zeker plaatsgehad en is nog steeds in volle gang. De laatste zes jaar daalde het aantal cafetaria met zo’n 8,4 procent, maar dat had niet plaats bij dorpscafetaria’s, zo blijkt uit cijfers van het Bedrijfschap. De laatste zes jaar bleef het aantal snackbars in kleine gemeenten tot 10.000 inwoners nagenoeg stabiel (-0,6 %). Terwijl juist in de drie grote steden het aantal cafetaria’s sinds 1997 daarentegen met 16,5 procent daalde. Wim Waninge van het Bedrijfschap is enigszins verrast door de cijfers. ‘Echte verklaringen hebben we hier niet voor. Feit is wel dat cafetaria’s in de regio een vastere, terugkomende klantenkring hebben. Als een klant elke vrijdag frites komt halen in een buurtcafetaria blijft hij dat doen. In steden zijn klanten toch wat wispelturiger. Concurrerende fastfoodketens en buitenlandse keukens zijn ook sterker vertegenwoordigd in steden dan in de regio.Tenslotte denken wij dat de warme zomer nadeliger is geweest voor cafetaria’s in de steden.’

Kunnen we uit deze laatste cijfers de conclusie trekken dat dorpscafetaria’s een stabiele factor in de cafetariabranche zijn? Waninge: ‘Gezien deze cijfers zijn ze zeer zeker behoorlijk stabiel te noemen.’
Ook de branchevereniging is enigszins verrast door de cijfers. ‘We hebben eigenlijk allemaal gedacht dat in die hoek de klappen zouden vallen’, zegt Maarten Colijn, voorzitter van KHN-sector Fastfood en IJsbedrijven. ‘Als je er nu achteraf over nadenkt, is het eigenlijk helemaal niet onlogisch dat juist de dorpscafetaria, of zeg maar de cafetaria op de hoek, het goed doet. Die cafetariahouders hebben goed contact met hun klanten en spelen met hun bedrijf een belangrijke rol in de lokale samenleving. Gastvrijheid en persoonlijk contact, worden gewaardeerd door de klant. Zo zie je maar dat het onpersoonlijke, het uiteindelijk toch verliest.’Colijn denkt dat de teruggang in de grote steden naast concurrentie te wijten is aan andere zaken. ‘Je kunt denken aan hoge huurkosten. Verschillende kleine cafetariahouders hebben uit kostenoverweging hun pand verhuurd. Man en vrouw die samen een goede dorpscafetaria runnen, winnen nu. Voor dorpscafetaria’s geldt wel dat mogelijke opvolging in de toekomst voor problemen kan zorgen.’

Bestaansrecht
Horecamakelaar Léon Keppels uit Maastricht vindt de cijfers heel begrijpelijk. Dorpscafetaria’s zijn volgens hem goed verkoopbaar. ‘Op een inwoneraantal van 2500 tot 3000 inwoners is er al een bestaansrecht voor een snackbar. Dorpscafetaria’s met een omzet van 150.000 euro of meer zijn zeer gewilde verkoopobjecten’, vertelt hij. ‘Met name Chinese ondernemers tonen veel interesse in deze cafetaria’s, vooral als er woning bij zit. In Limburg zijn denk al zo’n 100 tot 150 cafetaria’s in Chinese handen. Mede door die Chinese interesse, zal die voorspelde daling van het aantal dorpscafetaria’s niet zijn uitgekomen.’

Collega Tonny Freriks kan die Chinese interesse beamen. ‘Chinese ondernemers kijken echter wel heel serieus naar omzetten en potentiële omzetten van die cafetaria’s. Het zijn ondernemers die bereid zijn verschrikkelijk hard te werken en ze krijgen steun van de hele familie, ook financieel. Nederlanders zeggen eerst wat ze aan eigen vermogen hebben, Chinese ondernemers vragen eerst ‘wat doet de bank?’ en dan ‘de rest doen we zelf.’Natuurlijk zijn er ook een heleboel moeilijk te verkopen dorpscafetaria’s. ‘Dan praat je over bedrijven die minder dan 150.000 euro omzet hebben en die dus niet op tijd met ontwikkelingen zijn meegegaan’, zegt Keppels. ‘Je zult als cafetaria meer moeten bieden dan snacks en frites. Dat kunnen klanten ook krijgen bij een supermarkt. Cafetaria’s vangen juist met maaltijden en schotels in deze dure eurotijden extra klanten, doordat mensen restaurants te duur vinden.’

Een voorspelde sanering van de cafetariabranche heeft wel zeker plaatsgehad en is nog steeds in volle gang. De laatste zes jaar daalde het aantal cafetaria met zo’n 8,4 procent, maar dat had niet plaats bij dorpscafetaria’s, zo blijkt uit cijfers van het Bedrijfschap. De laatste zes jaar bleef het aantal snackbars in kleine gemeenten tot 10.000 inwoners nagenoeg stabiel (-0,6 %). Terwijl juist in de drie grote steden het aantal cafetaria’s sinds 1997 daarentegen met 16,5 procent daalde. Wim Waninge van het Bedrijfschap is enigszins verrast door de cijfers. ‘Echte verklaringen hebben we hier niet voor. Feit is wel dat cafetaria’s in de regio een vastere, terugkomende klantenkring hebben. Als een klant elke vrijdag frites komt halen in een buurtcafetaria blijft hij dat doen. In steden zijn klanten toch wat wispelturiger. Concurrerende fastfoodketens en buitenlandse keukens zijn ook sterker vertegenwoordigd in steden dan in de regio.Tenslotte denken wij dat de warme zomer nadeliger is geweest voor cafetaria’s in de steden.’

Kunnen we uit deze laatste cijfers de conclusie trekken dat dorpscafetaria’s een stabiele factor in de cafetariabranche zijn? Waninge: ‘Gezien deze cijfers zijn ze zeer zeker behoorlijk stabiel te noemen.’
Ook de branchevereniging is enigszins verrast door de cijfers. ‘We hebben eigenlijk allemaal gedacht dat in die hoek de klappen zouden vallen’, zegt Maarten Colijn, voorzitter van KHN-sector Fastfood en IJsbedrijven. ‘Als je er nu achteraf over nadenkt, is het eigenlijk helemaal niet onlogisch dat juist de dorpscafetaria, of zeg maar de cafetaria op de hoek, het goed doet. Die cafetariahouders hebben goed contact met hun klanten en spelen met hun bedrijf een belangrijke rol in de lokale samenleving. Gastvrijheid en persoonlijk contact, worden gewaardeerd door de klant. Zo zie je maar dat het onpersoonlijke, het uiteindelijk toch verliest.’Colijn denkt dat de teruggang in de grote steden naast concurrentie te wijten is aan andere zaken. ‘Je kunt denken aan hoge huurkosten. Verschillende kleine cafetariahouders hebben uit kostenoverweging hun pand verhuurd. Man en vrouw die samen een goede dorpscafetaria runnen, winnen nu. Voor dorpscafetaria’s geldt wel dat mogelijke opvolging in de toekomst voor problemen kan zorgen.’

Bestaansrecht
Horecamakelaar Léon Keppels uit Maastricht vindt de cijfers heel begrijpelijk. Dorpscafetaria’s zijn volgens hem goed verkoopbaar. ‘Op een inwoneraantal van 2500 tot 3000 inwoners is er al een bestaansrecht voor een snackbar. Dorpscafetaria’s met een omzet van 150.000 euro of meer zijn zeer gewilde verkoopobjecten’, vertelt hij. ‘Met name Chinese ondernemers tonen veel interesse in deze cafetaria’s, vooral als er woning bij zit. In Limburg zijn denk al zo’n 100 tot 150 cafetaria’s in Chinese handen. Mede door die Chinese interesse, zal die voorspelde daling van het aantal dorpscafetaria’s niet zijn uitgekomen.’

Collega Tonny Freriks kan die Chinese interesse beamen. ‘Chinese ondernemers kijken echter wel heel serieus naar omzetten en potentiële omzetten van die cafetaria’s. Het zijn ondernemers die bereid zijn verschrikkelijk hard te werken en ze krijgen steun van de hele familie, ook financieel. Nederlanders zeggen eerst wat ze aan eigen vermogen hebben, Chinese ondernemers vragen eerst ‘wat doet de bank?’ en dan ‘de rest doen we zelf.’Natuurlijk zijn er ook een heleboel moeilijk te verkopen dorpscafetaria’s. ‘Dan praat je over bedrijven die minder dan 150.000 euro omzet hebben en die dus niet op tijd met ontwikkelingen zijn meegegaan’, zegt Keppels. ‘Je zult als cafetaria meer moeten bieden dan snacks en frites. Dat kunnen klanten ook krijgen bij een supermarkt. Cafetaria’s vangen juist met maaltijden en schotels in deze dure eurotijden extra klanten, doordat mensen restaurants te duur vinden.’