artikel

Zwijg over gezondheid; frites is gewoon lekker

Horeca

De sector Fastfood- en IJsbedrijven hield op 13 november tijdens het KHN-jaarcongres een workshop waarin aandacht werd besteed aan overeenkomsten en verschillen tussen het cafetariabedrijf in Nederland, België en Duitsland. Plaats van handeling van de workshop, die door circa 15 belangstellenden werd bezocht, was brasserie De Brasseur in het Zuid-Limburgse Eijsden.

Zwijg over gezondheid; frites is gewoon lekker

Onder leiding van sectorbestuurslid Theo Norder ging namens Nederland branchevoorman Johan van der Weerd het gesprek aan met zijn Belgische ambtgenoot Lucien Decrayer en de Antwerpse friturist Bernard Lefèvre. De Duitse snackbarsector werd vertegenwoordigd door Wim Megens. Deze van oorsprong Nederlandse ondernemer heeft sinds enige jaren een cafetaria in Kleve. Zij wisselden veel voor ieder land herkenbare ervaringen uit.

Personeel
Waar de fastfoodbranche in zowel Nederland, België als Duitsland mee te maken heeft, is personeelsgebrek. Volgens Luciën Decraye zijn in België hoofdzakelijk de lage lonen in verhouding tot de afgesproken salarissen in andere sectoren hieraan debet. ‘Het geringe verschil tussen ons CAO-loon en een sociale uitkering geeft de potentiële arbeidskracht onvoldoende stimulans’. Ook Wim Megens kampt met een gebrek aan gemotiveerde medewerkers. ‘Vooral in het weekend is het moeilijk om de personeelsbezetting compleet te krijgen. Jongeren gaan liever naar de disco dan dat zij met een baantje er wat bij verdienen. Onlangs zag ik mij genoodzaakt om mijn zaak op zondag en maandag te sluiten.’

Megens gaf voorts aan dat in Duitsland geen opleidingen voor het fastfoodbedrijf bestaan. Volgens Decraye is er in België alleen een opleiding voor ondernemers. Deze is echter niet verplicht. Om een eigen frituur te beginnen, is slechts een middenstandsdiploma vereist. Bij de Belgische branchevoorman vielen dan ook de schellen van de ogen toen Johan van der Weerd de opleidingsmogelijkheden in Nederland de revue liet passeren. Hoewel de twee elkaar toch weer wel de hand kunnen schudden als het gaat om wettelijke vestigingseisen in de snackbarbranche. Die ontbreken immers in beide landen.

Imago
Luciën Decraye is al 20 jaar voorzitter van het Nationaal Verbond van Frituristen (NAVEFRI). Eveneens twee decennia streeft hij naar een imagoverbetering van zijn branche. ‘De media brengen alleen lelijke fritkotten in beeld’, zo sprak de voorman. ‘Maar onder de 4100 frituurbedrijven die ons land kent, zijn er toch echt heel veel mooie. En als de pers onze sector eens serieus belicht, dan heeft zij het alleen over de enorme prijsstijgingen van frites. Ook moeten we steeds weer uitleggen waarom frites niet ongezond hoeft te zijn.’ Bernard Lefrèvre, eigenaar van een drukbezocht fritkot aan de Groenplaats in Antwerpen, reageerde lakoniek op Decraye’s klaagzang.

Zwijg over de gezondheidsaspecten. Of het nu over dikke of dunne frites gaat, dan wel over dierlijk of plantaardig vet; die discussie win je nooit. Benadruk juist dat frites gewoon lekker is.’ De beeldvorming blijkt in Duitsland overigens niet anders. Wim Megens: ‘Ze denken dat we de hele dag in een pot vet staan te roeren.’ Johan van der Weerd gaf aan dat niet alleen de media, maar ook sommige ondernemers zélf de sector een slecht imago bezorgen. Waarop hij nogmaals het belang onderstreepte van een vestigingswet met adequate opleidingsverplichtingen.

Samenwerking
Vanuit de zaal kwam daarop de opmerking dat formules of samenwerking anderszins wellicht imagobevorderend werken. Nederland blijkt van de drie landen met afstand over de meeste formulecafetaria’s te beschikken. In Duitsland kent men daarentegen vrijwel geen Imbiss-ketens. ‘Hier werkt iedereen voor zichzelf’, weet Wim Megens. ‘Er bestaan niet of nauwelijks onderlinge contacten, laat staan dat ondernemers zich aansluiten bij wat voor samenwerkingsverband dan ook’. In België gunnen de frituristen elkaar het licht in de ogen wat meer. Maar ook bij onze zuiderburen zijn ketenbedrijven nog nauwelijks aan de orde. Decraye: ‘België is daar niet klaar voor. Zelfstandige frituuruitbaters willen zelfstandig blijven. Zij ontlenen hun identiteit aan de eigen, zelfgemaakte frites.’ Daarnaast hebben volgens de NAVEFRI-preses veel ondernemers te maken met wettelijke regels die in frituurbedrijven met minder dan 16 zitplaatsen geen ijs, broodjes en maaltijden toestaan. ‘Dit geeft evenmin veel aanleiding voor toetreding tot een formule.’