artikel

Liever saneren dan failliet

Horeca

Bedrijven die door omstandigheden in de rode cijfers terecht zijn gekomen, maar op termijn wel levensvatbaar zijn, kunnen in veel gevallen gered worden van een faillissement. Ook als de bank niet bij wil springen. Schuldsanering kan de oplossing zijn. Ondernemer en crediteuren zijn daarbij gebaat.

Liever saneren dan failliet

1 Levensvatbaar

Schuldsanering is niet voor iedere ondernemer weggelegd. Als het bedrijf niet levensvatbaar is, moet gekozen worden voor bedrijfsbeëindiging. Schuldsanering zou in dat geval uitstel van executie zijn, met als gevolg nog grotere verliesposten. Als het bedrijf echter door omstandigheden in de rode cijfers terecht is gekomen, maar op termijn wel levensvatbaar is, kan schuldsanering een oplossing zijn. ‘Ook al is de schuld opgelopen tot enkele tonnen of zelfs miljoenen’, zegt Maikel Lindewegen van 402, een bedrijf dat zich bezighoudt met schuldsanering en het begeleiden en ‘administratief ontzorgen’ van ondernemers.

2 Crediteuren profiteren
Schuldsanering is het overwegen waard als het bedrijf op de lange termijn kans van slagen heeft. Om daarachter te komen, zal de levensvatbaarheid onderzocht moeten worden. Als vast komt te staan dat de financiële problemen zijn ontstaan door externe omstandigheden en deze ook van tijdelijke aard zijn, kan het traject van de schuldsanering worden ingezet. Alle crediteuren zullen hierbij betrokken moeten worden en akkoord moeten gaan met de voorgestelde regeling.

Schuldsanering wordt in de meeste gevallen begeleid door een gespecialiseerd bedrijf. Samen met de ondernemer zoekt dat bedrijf naar oplossingen die er voor zorgen dat de onderneming kan blijven bestaan en de ondernemer weer geld gaat verdienen. De crediteuren die in het geval van een faillissement vrijwel zeker hun vorderingen in rook zien opgaan, profiteren doordat ze een deel van die vorderingen alsnog kunnen innen. Daarnaast kunnen ze ook in de toekomst blijven leveren aan het bedrijf.

3 Schuld wegpoetsen
Het volgende voorbeeld – sterk vereenvoudigd maar wel gebaseerd op de praktijk – toont aan wat er mogelijk is. Een horecaonderneming heeft 3 ton schuld. €100.000 bij de bank, €50.000 bij de Belastingdienst en €150.000 bij overige crediteuren. De maandlasten rijzen mede door de schulden – denk aan rente en boetes – de pan uit. Als er niets gebeurt, stevent de onderneming op een faillissement af. Er zal 3 ton schuld weggesaneerd moeten worden.

De schuldeisers worden per brief op de hoogte gesteld. Overleg volgt. De schuld-eisers zijn bereid om genoegen te nemen met 25 procent van hun vordering. Dit betekent dat de schuld is weggewerkt. Wel zal de ondernemer die €75.000 – het bedrag dat bestemd is voor de crediteuren – opnieuw moeten financieren en aflossen. Financiering kan met behulp van dezelfde crediteuren, familie of de gemeente middels microkredieten of BBZ-kredieten. Laat de aflossing vervolgens keurig in vijf jaar plaatsvinden en de rust keert terug binnen de exploitatie.

Daarnaast zullen de kosten die het opstellen van het rapport en het uitvoeren van de sanering met zich meebrengen, betaald moeten worden. Denk aan een bedrag tussen de €10.000 en €20.000.  Lindewegen: ‘De ondernemer is dankzij de sanering verlost van de veel te hoge rentes, boetes en incassokosten.’

4 Fiscus vangt meer
Crediteuren krijgen overigens niet allemaal dezelfde behandeling. Met de Belastingdienst wordt een aparte regeling getroffen. Dat is wettelijk zo geregeld. De fiscus dient als ‘preferent-crediteur’ binnen ‘buitengerechtelijke crediteurenakkoorden’ het dubbele percentage te ontvangen van wat de ‘concurrent-crediteuren’ wordt geboden.

5 De bank
De positie van de bank kan per onderneming en per ondernemer verschillen. Bij een eenmanszaak en een vof is de ondernemer privé aansprakelijk. Bij een faillissement worden privébezittingen en dus ook een eventueel eigen huis bij de afwikkeling betrokken.

De bank springt er in dat geval goed uit omdat er zekerheden zijn bedongen en heeft dus weinig belang bij sanering. Binnen een sanering kan de bank in dit soort gevallen buiten het akkoord worden gehouden. De bank kan immers niet gedwongen worden verlies te nemen als er gegarandeerde zekerheden tegenoverstaan. Zijn er geen zekerheden te verhalen – omdat het huis bijvoorbeeld geen overwaarde meer heeft – dan wordt de bank binnen het akkoord betrokken.

In het geval van een bv kan het ook mis gaan voor de ondernemer. Dat kan gebeuren wanneer de ondernemer zekerheden – dit wordt hoofdelijkheid genoemd – heeft afgegeven. Dit betekent dat de bank bij een faillissement waardevolle privébezittingen op kan eisen en verkopen. Denk aan huis, auto of boot. De verkoop van deze bezittingen heeft tot gevolg dat de bank er zonder of met minder kleerscheuren vanaf komt. Ook in dit geval kan de bank buiten de sanering worden gehouden. Maikel Lindewegen: ‘Het is dus beter om geen hoofdelijkheid af te geven.’

6 Huur omlaag

Het komt ook voor dat er meer gedaan moet worden dan alleen het saneren van de schulden. Soms is het noodzakelijk dat bepaalde kostenposten ook worden gesaneerd. Denk aan de huur van het pand. De ondernemer betaalt wellicht te veel in vergelijking met zijn omzet. In dat geval moet er gepraat worden met de verhuurder. Is hij bereid om de huur met 15 tot 25 procent te verlagen zodat de ondernemer de kans krijgt om een levensvatbaar bedrijf te gaan runnen? Ook zal er gekeken moeten worden naar personeelsbeleid, marges en overige kosten.

Alle schuldeisers moeten mee

Uit deze tips blijkt dat schuldsanering een uitstekend middel is om bedrijven van hun schulden af te helpen. Toch kiezen veel ondernemers die op het punt staan kopje onder te gaan, niet voor saneren. Maikel Lindewegen van 402: ‘Omdat ze er onbekend mee zijn. Ondernemers praten er onder elkaar ook niet over.’ Als onderzoek uitwijst dat de onderneming na sanering levensvatbaar is, kun je met een gerust hart van start met de saneringsprocedure, zegt Lindewegen. ‘Wij hebben enkele honderden dossiers behandeld en in bijna alle gevallen de sanering tot een goed einde gebracht. Bij een enkel dossier loopt het mis. Als bijvoorbeeld de ondernemer tijdens het proces, ondanks alle waarschuwingen, doorgaat met het opbouwen van schulden. Het kan ook voorkomen dat het bedrag dat nodig is voor de sanering niet wordt gevonden of als de lopende verplichtingen bij de Belastingdienst niet worden bijgehouden.’ Het gebeurt ook dat niet alle crediteuren willen meewerken. Voor het welslagen van de sanering is dat noodzakelijk, want het is wettelijk verplicht alle schuldeisers, afgezien van de fiscus en soms de bank, dezelfde voorwaarden aan te bieden. Als het merendeel van de crediteuren toezegt mee te werken, kunnen de anderen via de rechter worden gedwongen.