artikel

In de val meegesleept

Horeca

X heeft een goed lopend hotel en restaurant die hij heeft ondergebracht in een besloten vennootschap, waarvan hij enig aandeelhouder en bestuurder is. Hij heeft het hotel/restaurant al sinds 1996 en het loopt goed; het is een gezond bedrijf.

In de val meegesleept

X besluit een nieuw project te starten, waarbij hij een gebouw aankoopt en deze splitst in enerzijds hotelkamers en anderzijds appartementen voor de verkoop. Hij krijgt voor dit project financiering van de bank, die een nieuwe lening verstrekt onder een paraplufinanciering. Dit houdt in dat alle vennootschappen die behoren tot de groep aansprakelijk zijn voor de verstrekte financiering en ook voor al bestaande financieringen.

De verkoop van de appartementen blijft helaas sterk achter. De B.V. waarin het nieuwe project was gestart, gaat failliet in het voorjaar van 2010.

Door het faillissement van het nieuwe project is de volledige financiering die de bank had verstrekt, ineens opeisbaar geworden. Het is al snel duidelijk dat de bank niet uit het faillissement zou kunnen worden betaald. De bank heeft de exploitatie van het renderende hotel/restaurant op dat moment indirect in eigen hand genomen en deze uiteindelijk verkocht. Door de restschulden die de B.V. toen nog had, is deze ook failliet gegaan, maar dan pas in november 2011.

De curator in het tweede faillissement (van de B.V. die het goedlopend project exploiteerde) constateerde dat X niet tijdig de jaarrekeningen van die BV had gedeponeerd en de administratie onvoldoende had bijgehouden. Zodoende sprak hij X in privé aan tot betaling van de schulden in het faillissement. Omdat X weigerde te betalen, heeft de curator X gedagvaard ten overstaan van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Op 28 augustus jl. heeft deze rechtbank uitspraak gedaan in deze kwestie. De rechtbank meent dat buiten kijf staat dat de jaarrekeningen niet tijdig zijn gedeponeerd en dat daardoor sprake is van onbehoorlijk bestuur. De rechtbank meent echter ook dat X voldoende aannemelijk heeft weten te maken dat dit onbehoorlijk bestuur niet de oorzaak is van het faillissement, maar dat het faillissement van het nieuwe project en het opeisen van de concernfinanciering door de bank uiteindelijk het tweede faillissement heeft veroorzaakt. Oftewel: dat het nieuwe project het goed lopende bedrijf in de val had meegesleept. X wordt derhalve niet aansprakelijk geacht voor de schulden in het faillissement.