artikel

Eetpiraterij: het proces tot in de rechtbank

Horeca

Als horecaondernemer vertrouwt u uw klanten (bijna) op hun blauwe ogen: de gast bestelt en u wordt meestal pas na nuttiging van de consumptie(s) betaald. Maar wat als de gast zonder te betalen wil vertrekken of al vertrokken is? In de meeste gevallen zult u politie inschakelen. En dan?

Eetpiraterij: het proces tot in de rechtbank

Er zijn verschillende delicten denkbaar die passen op dit feitencomplex zoals oplichting, flessentrekkerij en verduistering.

Oplichting kan zich in verschillende vormen voordoen: het aannemen van een valse naam, het doen ‘alsof’, of het houden van een kletsverhaal. In de rechtspraak is door de hoogste Nederlandse rechter, de Hoge Raad, al in 1998 geoordeeld er sprake is van oplichting indien een persoon die op het moment van bestelling van een consumptie al weet dat hij daarvoor niet zal of kan betalen. Deze persoon heeft dan namelijk ‘op bedrieglijke wijze gebruik […] gemaakt van het in het maatschappelijk verkeer geldende patroon op grond waarvan’ (kort gezegd) de gast pas na bestelling en nuttiging betaalt voor de consumpties’. Recenter nog (2014) heeft de Rechtbank Midden-Nederland een persoon veroordeeld voor oplichting omdat deze, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, weigerde de rekening te betalen.

Flessentrekkerij

Flessentrekkerij kan tenlastegelegd worden aan personen die er een beroep of gewoonte van maken om goederen te kopen zonder volledige betaling. Een lastig aspect aan dit delict is het aantonen dat die persoon er ‘een gewoonte’ van maakt om niet voor zijn goederen te betalen. Een voorbeeld van een zaak waarin dit lukte diende in 2013 voor het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Verduistering kan ten laste worden gelegd wanneer een persoon zich goederen van een ander toe-eigent. Voor het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch speelde recent (5 augustus 2015) nog een zaak waarin twee personen consumpties nuttigden zonder daarvoor te betalen. Zij werden (mede) beschuldigd van verduistering maar daarvan vrijgesproken. Het Hof beredeneerde dat tussen de horecaondernemer en de gasten een mondelinge koopovereenkomst was gesloten en de bestelde consumpties na het uitserveren ‘van hen’ waren geworden. Van verduistering kon daarom geen sprake zijn. Met deze uitspraak sluit het Gerechtshof aan bij een uitspraak van de Hoge Raad waarin deze besliste dat wanneer bij een ‘normale’ koopovereenkomst de koper niet betaalt voor hetgeen hij koopt, er geen sprake is van verduistering omdat de goederen die je koopt van jou worden ongeacht of je daarvoor betaalt.

Afronding

Opvallend is dat bij het delict ‘verduistering’ er géén onderscheid wordt gemaakt tussen het bestellen in de horeca en andere koopovereenkomsten, en bij het delict ‘oplichting’ wél. Er wordt dan geredeneerd dat die eetpiraat een oplichter is omdat hij/zij misbruik maakt van een normaal maatschappelijk patroon: in de horeca wordt namelijk gewoonlijk pas achteraf betaald (in tegenstelling tot andere koopovereenkomsten). Als horecaondernemer bent u waarschijnlijk niet primair geïnteresseerd in het misdrijf dat wordt gepleegd: u wilt immers gewoon uw geld krijgen! Maar het strafrechtelijke aspect van de zaak moet niet te snel vergeten worden. U kunt zich namelijk ook als benadeelde partij in het strafproces voegen en vorderen dat u schadevergoeding krijgt van de eetpiraat.