artikel

De Wet: Bejaarde alcoholbeleidsregels

Horeca

De Drank- en Horecawet staat deze dagen volop in de belangstelling vanwege het alcoholgebruik onder jongeren. Bijna niemand weet dat de DHW een stokoude wet is die ondernemers op een bijna lachwekkende manier beperkt.

De Wet: Bejaarde alcoholbeleidsregels

Een mooi voorbeeld van hoe achterhaald de Drank- en Horecawet is, is de bepaling over levensgedrag. Op grond van de Drank- en Horecawet (DHW) moeten ondernemers en leidinggevenden van goed levensgedrag zijn. In de praktijk pakt dit bizar uit.

Fout kenteken
De DHW kent twee onderdelen met betrekking tot het levensgedrag. Het eerste deel is een Lijst van Veroordelingen die de ondernemer/ leidinggevende niet op zijn naam mag hebben staan. Bijvoorbeeld een lange celstraf op grond van de Opiumwet of een eroordeling voor veelvuldig rijden onder invloed. Iedereen zal het hiermee eens zijn. Het tweede deel over levensgedrag gaat over een zogenaamde ‘open norm’. Het is aan de burgemeester om die norm in te vullen. Hier gaat het gruwelijk mis. Twee waargebeurde voorbeelden van ‘slecht levensgedrag’ uit de praktijk: de leidinggevende heeft een keer een parkeerwachter uitgescholden en heeft verder een blanco strafblad, de ondernemer voerde een verkeerd kenteken op een aanhanger. Er is geen gepubliceerde jurisprudentie bekend waarin het oordeel van de burgemeester onderuit werd gehaald.
Als de ondernemer eenmaal een stempel heeft, komt hij er niet meer vanaf.

Verbod op blurring
Iedereen heeft de mond vol van blurring. maar de Drank- en Horecawet verbiedt het vermengen van winkel- en horecafuncties gewoon. Dat gebeurt via het zogenaamde ‘verbod op winkelnering’. Op grond van dit verbod mag je geen andere producten verkopen in een ruimte waarin alcoholhoudende drank wordt aangeboden. Zo mag het Hard Rock Café – met veel ‘merchandise’ – de eigen T-shirts niet verkopen in dezelfde ruimte waarin alcohol wordt geserveerd. En de horeca-activiteiten in de Amsterdamse Bijenkorf mogen alleen omdat ze op de bovenetage plaatsvinden, waar een ‘aparte lokaliteit’ is gecreëerd in de zin van de Drank- en Horecawet. Met andere woorden: Als op de etage van het restaurant kleding zou worden verkocht, zou dat in strijd zijn met de Drank- en Horecawet. En supermarkten die geïnspireerd zijn door buitenlandse concepten als Little Italy in New York en een zithoek willen creëren waar alcoholhoudende drank kan worden genuttigd, kunnen die plannen op hun buik schrijven. Hetzelfde geldt voor iedereen met plannen voor een hippe mengformule. Op grond van de bepalingen in de Drank- en Horecawet is het niet toegestaan om in deze ruimten te verkopen.

Gemeente teruggefloten
De gemeente Amsterdam kondigde onlangs voor het centrum een pilot aan waarin het verbod niet zou gelden. Maar de minister maakte recent kenbaar zich niet met de pilot te kunnen verenigen. De Drank- en Horecawet kent geen ontheffingsmogelijkheid en de gemeente Amsterdam zou in strijd met de wet handelen. Terwijl ondernemers samen met
gemeenten er dus alles aan proberen te doen om de dreigende ramp van leegstand te bestrijden, door de ‘oude’ scheiding tussen horeca en detailhandel op te heffen, verbiedt de Drank- en Horecawet deze functiemenging.

Groothandel in de fout
Op grond van de Drank- en Horecavergunning is het in groothandels verboden om ‘tussen de schappen’ wijnen te proeven. Ook als aan het proeven van wijnen geen kosten zijn verbonden. Nagenoeg alle groothandels handelen daarmee in strijd met de letter van de wet. In de praktijk worden wel uitzonderingen gemaakt voor een beperkt deel van de groothandel waarin een bar en zitjes zijn geplaatst, maar die uitzondering geldt niet voor de ruimte daarbuiten.

Geen alcohol in kamer-en-suite
Op grond van de Drank- en Horecawet moet ieder horecabedrijf waarin alcohol wordt geschonken een ruimte zijn waarin ten minste 35 vierkante meter vloeroppervlakte voor het publiek toegankelijk is. Als er sprake is van verschillende etages of beperkte doorgang, bijvoorbeeld ter breedte van een deur, gaat de Drank- en Horecawet uit van twee verschillende ruimtes. Een probleemgeval uit de praktijk gaat over een monumentaal hotel met een hotelbar die bestaat uit een kamer-en-suite. Formeel mag hier geen alcohol worden genuttigd. De kamers tellen allebei een vloeroppervlak van 30 vierkante meter, maar dat mag bij elkaar worden opgeteld. Een vergroting van de doorgang zou een oplossing kunnen zijn, maar de vraag is of dat mag van de gemeente.
En de hoogbejaarde Drank- en Horecawet is zo inflexibel dat iedere ontheffingsmogelijkheid ontbreekt.

Buitentap mag alleen bij ‘bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard’
Voor een buitentap is een ontheffing nodig, zelfs als die op het eigen terras zou worden geplaatst. Zo’n ontheffing kan op grond van de Drank- en Horecawet alleen worden verleend in geval van een ‘bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard’. Zo’n gelegenheid is niet het houden van een verjaardagsfeestje of bruiloft. De jurisprudentie op dit punt is streng. In de praktijk gaat het om eenmalige gebeurtenissen als jaarmarkten, kermissen, e.d. Door de strenge formulering van de wet maken ondernemers weinig gebruik van zo’n ontheffing. Dat is jammer, want hier kan de gemeente wel een rol spelen bij de verruiming.