artikel

Gemeente te gemakzuchtig bij controle hotelfunctie

Horeca

Op 14 mei 2013 verleent de gemeente Noordoostpolder aan de eigenaar van een voormalig dorpshuis in Bant een omgevingsvergunning voor het verbouwen en brandveilig maken van dat pand in verband met het voorgenomen gebruik van het pand als hotel. Na bezwaar door omwonenden, oordeelt de rechtbank eind 2013 dat het voorgenomen gebruik van het voormalig dorpshuis niet in strijd was met het bestemmingsplan. Na de verbouwing, verhuurt de eigenaar van het pand deze aan Martho Flexwerk B.V.

Gemeente te gemakzuchtig bij controle hotelfunctie

Ongeveer anderhalf jaar na het in eerste instantie verlenen van de vergunning, vraagt de eigenaar van het pand wederom een omgevingsvergunning aan voor het brandveilig gebruik van het pand, in verband met een wijziging van het aantal personen waaraan logies kan worden verleend van 30 naar 54. Omwonenden dienen hier tegen hun zienswijze in en vragen de gemeente om te komen handhaven. Zij menen namelijk dat het pand niet daadwerkelijk wordt gebruikt als hotel, maar dat het geëxploiteerd wordt als een onderkomen van seizoenarbeiders van Martho Flexwerk B.V. Zodoende wordt het pand in de praktijk helemaal niet feitelijk gebruikt als hotel en is er derhalve sprake van gebruik in strijd met de vergunning.

De gemeente stuurt een toezichthouder naar het pand op 27 mei en op 8 juni 2015. De toezichthouder constateert dat er sprake is van een receptie en een volwaardige keuken, waarin een kok aan het werk was. Er was ook een gastenregistratieboek aanwezig en een beheerder ter plaatse. Het restaurant was niet 7 dagen per week open en alhoewel dit niet het aanvankelijke voornemen was van exploitant, is het zijn vrijheid om hier een eigen invulling aan te geven, aldus de gemeente. Uit het gastenregistratieboek volgt verder dat circa 50 personen in de daaraan voorafgaande periode voor vier á vijf maanden geregistreerd hebben gestaan. En alhoewel het voorgenomen gebruik was dat hotelgasten maximaal drie maanden zouden kunnen boeken, betekent dit niet dat er geen sprake is van een hotel. De gemeente weigert het verzoek van de omwonenden om handhaving.

De omwonenden laten het hier niet bij zitten en gaan naar de rechtbank en vragen de rechtbank om de gemeente te veroordelen handhavend op te treden in deze, in die zin dat zij een einde maakt aan de illegale situatie die is ontstaan. Volgens de omwonenden geeft het gastenregistratieboek geen goed beeld van de werkelijke situatie. Het feit dat er gasten in het hotel verblijven voor langer dan drie maanden spreekt boekdelen. Daarnaast is er enkel een Poolse kok werkzaam, die uitsluitend Poolse maaltijden bereid. Feitelijk is het niet mogelijk voor passanten om er een maaltijd te nuttigen.

Volgens de gemeente zou er slechts een kleine groep gasten een langere periode verblijven en wat betreft de duur van het verblijf, erkent de gemeente dat het gebruik afwijkt van het eerder beoogde gebruik, maar nogmaals: dat wil niet zeggen dat er niet gesproken kan worden van een ‘hotelbedrijf’. Dat de gasten hoofdzakelijk bestaan uit arbeidsmigranten, maakt het evenmin anders. Er is dus geen sprake van een huurconstructie dan wel permanente huisvesting of bewoning.

De rechter is dit niet (zonder meer) met de gemeente eens. Weliswaar meent ook de rechtbank dat de exploitant niet per se gebonden is aan het voorgenomen gebruik zoals hij deze heeft aangegeven bij de aanvankelijke vergunningsaanvraag, maar om te kunnen beoordelen of de wijze waarop het hotel Noordoostpolder wordt geëxploiteerd past binnen het bestemmingsplan en de vergunning, moet de gemeente de situatie correct beoordelen en inzicht geven in deze beoordeling.

De rechtbank vindt dat de gemeente onvoldoende onderzoek heeft gedaan aan de duur en de aard van het verblijf van de gasten. De gemeente maakt zich er te gemakkelijk vanaf door enkel te kijken in het register. De gemeente dient, aldus de rechtbank, inzichtelijk te maken hoeveel gasten er in het hotel verblijven en hoe het aantal is onderverdeeld naar type verblijf. Op dit moment kan de gemeente dus helemaal niets zeggen of hotel Noordoostpolder inderdaad wordt geëxploiteerd als een hotelbedrijf, aldus de rechtbank. Ook verder feitelijk onderzoek met de vraag of passanten een maaltijd kunnen nuttigen in het restaurant, heeft de gemeente niet gedaan. Zij heeft zich enkel gebaseerd op hetgeen de toezichthouder heeft waargenomen of wat hem is medegedeeld bij een tweetal bezoeken.

De rechtbank stelt de gemeente een termijn van 6 weken na haar uitspraak van 25 maart 2016 in de gelegenheid om goed onderzoek te doen en duidelijke criteria te formuleren over wat zij nu exact verstaat onder een ‘hotelbedrijf’ om überhaupt te kunnen concluderen dat hotel Noordoostpolder onder deze definitie valt.