artikel

Overuren niet inherent aan het horecavak en moeten (alsnog) uitbetaald worden

Horeca

Op 18 maart 2016 schreef Misset Horeca al over de kwestie dat Michelinster-restaurant Merlet in Schoorl een voormalige chef-kok nog € 50.000,- aan overuren moest uitbetalen. De voormalige chef-kok vorderde dit na zijn ontslag door Merlet, waar hij per 1 januari 2013 in dienst was getreden met de over en weer uitgesproken intentie daar in ieder geval 5 jaar te blijven werken. 16 maanden na zijn indiensttreding had hij zich echter ziek gemeld en Merlet heeft nog geen drie weken daarna het UWV toestemming gevraagd om de arbeidsovereenkomst met de chef-kok te mogen opzeggen, elke toestemming werd verleend. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd tegen 31 augustus 2015.

Overuren niet inherent aan het horecavak en moeten (alsnog) uitbetaald worden

De chef-kok stapt naar de rechter en stelt dat hij aanspraak had op salaris tot 1 januari 2018 gezien de intentie die partijen daarover hadden uitgesproken bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2013. Daarnaast vordert de chef-kok bijna € 92.000 aan niet-betaalde overuren en € 10.000 als voorschot aan nog te betalen fooien.

Ten aanzien van het gevorderde salaris of gelijkwaardige schadevergoeding tot 1 januari 2018, constateert de rechtbank dat sprake is van een intentie en geen afspraak waaraan de chef-kok kon ontlenen dat de arbeidsovereenkomst gegarandeerd een minimale looptijd van vijf jaar zou kennen.

Ten aanzien van de fooien, blijkt de chef-kok enkel te zijn afgegaan op ‘serieuze signalen’ dat Merlet de fooien niet correct aan de werknemers heeft uitbetaald. Merlet legt echter een deugdelijke rekening en verantwoording af ter zake de fooien tot en met 2013, waarbij de cashfooien meteen werden verdeeld onder het personeel en de creditcard-fooien jaarlijks door de accountant werden gedestilleerd uit de boekhouding en vervolgens werden uitbetaald onder het personeel en de schoonmaakdienst. Aangezien de jaarrekening over 2014 nog niet door de accountant was
opgesteld, kon daarover nog geen rekening en verantwoording afgelegd. Gezien echter het jaarlijkse creditcardfooien per werknemer van circa € 350, wijst de rechtbank dat bedrag toe aan de chef-kok.

Ten aanzien van de overwerkuren oordeelt de rechtbank dat het jarenlang structureel overwerken van de chef-kok, doordat hij werkdagen had van 10,75 uren, maakt dat hij recht had op uitbetaling van die overuren. Dat de chef-kok zelf de werkuren voor het voltallig keukenpersoneel (waaronder hijzelf) indeelde, doet hier niet aan af; verondersteld wordt dat ook de overuren dan nog in opdracht van Merlet als werkgever zijn gemaakt. Deze overuren waren ook noodzakelijk voor het goed functioneren van het restaurant. De werkroosters werden steeds opgehangen in het zicht van de werkgever.

De toepasselijke Horeca-CAO zegt enkel dat overuren inherent zijn aan functies die beloond worden met driemaal het wettelijk minimumloon. Van een dergelijk salaris is hier geen sprake. Bovendien staat in de arbeidsovereenkomst van de chef-kok uitdrukkelijk de normale arbeidstijd van 38 uur per week vermeld, zodat alle uren die de chef-kok daarenboven besteedde aan de uitoefening van zijn functie, aangemerkt moeten worden als overuren. Het feit dat gedurende zijn gehele dienstverband de chef-kok geen aanspraak heeft gemaakt op vergoeding van overuren en pas na het einde van zijn dienstverband, maakt het niet anders; de chef-kok heeft op geen enkele manier afstand gedaan van zijn recht op uitbetaling van deze overuren noch zijn de overuren anderszins komen te vervallen. De berekening die de chef-kok zelf heeft gemaakt van zijn overuren en wat leidde tot de brutoloonclaim van € 92.000, blijkt niet geheel kloppend. De rechtbank wijst bijna € 55.000 aan brutoloon nog toe, te vermeerderen met wettelijke verhoging van 10%.