artikel

Eigen pensioenpotje opbouwen lastig in horeca

Horeca

Door de lage rentestanden kunnen pensioenfondsen niet makkelijk ‘plussen’. Sommige werknemers zouden het liefst hun pensioen zelf opbouwen. Voor de horeca geldt verplichte deelname in een bedrijfstakpensioenfonds, de PH&C.

Eigen pensioenpotje opbouwen lastig in horeca

In Nederland is géén algemene wettelijke verplichting voor de werkgever om bij te dragen aan het pensioen van een werknemer. Het is daarom in beginsel aan de werkgever zelf of zijn werknemers op kosten van de zaak pensioen opbouwen.

Zo zit het echter niet in elkaar in de horeca. Om te voorkomen dat horecawerkgevers elkaar op de secundaire arbeidsvoorwaarde pensioen beconcurreren, kent onze branche verplichte deelname in het bedrijfstakpensioenfonds van PH&C (Pensioenfonds Horeca & Catering). Dat biedt ook bescherming voor de werknemers, die zo verzekerd zijn van een pensioen.

Een onderneming wordt aangemerkt als een horeca- of cateringbedrijf als de loonsom van de werkgever voor minstens 50 procent uit horeca- en/of cateringactiviteiten komt (sectoren 33 en 34 bij de Belastingdienst). Is dat het geval, dan is deelname aan de pensioenregeling verplicht voor alle medewerkers van 21 jaar en ouder. Alleen werkgevers in de recreatie- of uitzendbranche zijn standaard uitgesloten. Die branches hebben een eigen (verplicht) pensioenfonds.

Juiste gegevens

Geen keuzestress in de horeca dus. Daar komt nog bij dat PH&C als enige Nederlandse bedrijfstakpensioenfonds de premieafdrachten zelfstandig vaststelt, zonder dat de werkgever gegevens moet aanleveren. Daarvoor kijkt het PH&C naar de aangifte loonheffing bij de Belastingdienst, waarbij per loonheffingennummer wordt bepaald of een werkgever onder de verplichtstelling valt of niet. Voor ondernemers in de horeca is het daarom des te belangrijker om de juiste gegevens aan te leveren bij de aangifte loonheffing en wijzigingen in het dienstverband van de werknemer direct bij de Belastingdienst door te geven. Het gaat dan bijvoorbeeld om loonaanpassingen of aanpassingen van de omvang van het dienstverband. Zo voorkomt u naheffingen of het betalen van te veel premie bij PH&C. Gegevens over zorg- en ouderschapsverlof kan PH&C niet opvragen via de Belastingdienst. Heeft u daarmee te maken, dan zult u die informatie zelf moeten doorgeven aan PH&C.

Niet mals

De roep van werknemers om zelf pensioen te mogen opbouwen, mag dan wellicht steeds luider worden, voor de werkgever is deelname aan het PH&C een verplichting. De risico’s van het niet afdragen van premies zijn enorm. Als een werkgever de pensioenafdrachten niet betaalt, kan het pensioenfonds vorderen dat de werkgever zijn werknemers met terugwerkende kracht alsnog aanmeldt. Dit betekent dat het pensioenfonds pensioenpremies voor die werknemers kan claimen over alle jaren dat de onderneming verplicht aangesloten had moeten zijn.

Die vorderingen zijn niet mals. De verplichte inleg door de werkgever betreft 8,4 procent van de pensioengrondslag – het pensioengevend salaris minus een franchise van (op dit moment) €10.343,-. Daarnaast kunnen ook de individuele werknemers eventueel nog een civiele claim indienen, vanwege schade door het ontbreken van hun eigen inleg.

Het PH&C treedt actief op tegen wanbetaling van pensioenpremies. Zo komt het voor dat andere ondernemers een vermoeden van wanbetaling melden. Het niet betalen van premies is immers in feite een vorm van concurrentievervalsing. Naar aanleiding van deze meldingen of andere signalen uit de markt vordert het PH&C dan niet betaalde premies, inclusief rente.

In ernstige gevallen kan premieverzuim zelfs tot gevolg hebben dat de ondernemer als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld voor die pensioeninleg. Uit (hogere) rechtspraak blijkt dat werkgevers een vergaande eigen verantwoordelijkheid hebben om te controleren of hun onderneming is ingeschreven bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds.

Conclusie

Het is voor een horecaondernemer bijna onmogelijk om zich te onttrekken aan de verplichte pensioenregeling van PH&C. En als wel een vrijstellingsmogelijkheid bestaat, dan betaalt de werkgever vaak alsnog een vergoeding aan PH&C. De werkgever die zijn werknemers laat tekenen voor een salaris zonder pensioeninleg, pleit zich daar in ieder geval niet mee vrij. De risico’s voor de werkgever die ten onrechte niet aan PH&C betaalt, zijn groot.

 

Tips van Meester

  1. Niet alle medewerkers van ‘samengestelde ondernemingen’ hoeven per se deel te nemen aan de pensieonregeling van PH&C. De medewerkers waarvan het loon niet uit horeca- en /of cateringactiviteiten komt, kunnen buiten de verplichtstelling van PH&C vallen, als zij werkzaam zijn in een andere vennootschap met een ander loonheffingsnummer. Mogelijk vallen die medewerkers dan wel onder een andere (verplichte) pensioenregeling.
  2. De standaard pensioenregeling van PH&C bevat geen nabestaandepensioen. Het is mogelijk voor de werkgever en werknemer om het nabestaandepensioen zelf te regelen.
  3. Mocht u als ondernemer worden geconfronteerd met een claim van PH&C en/of uw werknemers, vanwege niet-nakoming van de pensioenregeling, dan is het belangrijk daar zeker niet luchtig over te doen. Vaak is het in overleg met een advocaat mogelijk om de schade te beperken.
  4. Een pensioenontslagbeding zorgt ervoor dat de arbeidsovereenkomst automatisch eindigt als de werknemer de AOW-gerechtige leeftijd bereikt. Het nieuwe ontslagrecht biedt de werkgever echter éénmaal de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst op te zeggen vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Dat hoeft niet gelijk met het bereiken van die leeftijd te gebeuren, maar dat mag ook nog op een later moment. Een pensioenontslagbeding in de arbeidsovereenkomst zorgt dus voor minder flexibliteit bij werknemer en werkgever. Niet meer in opnemen dus.