blog

Ik ben geen horecaondernemer, dat is maar goed ook

Horeca

Soms denk ik wel eens: het is maar goed dat ik geen horecaondernemer ben. Daar ben ik veel te braaf voor. Of beter, voordat u denkt dat ik een doetje ben: ik heb een te hoog rechtvaardigheidsgevoel, kan slecht tegen onrecht.

Ik ben geen horecaondernemer, dat is maar goed ook

En dat heeft, was ik horecaondernemer geweest, twee nadelen. Ten eerste zou ik nooit de regels durven buigen, nooit buiten de lijntjes durven kleuren. Ten tweede zou ik er dramatisch slecht tegen kunnen als ik onterecht zou worden tegengewerkt door ambtenaren, instanties of lastige medeburgers.

Recent zat ik in de bus met zo’n dertig ondernemers voor de Mobiele Horeca Training. We bezochten een tiental bedrijven, allemaal hadden ze met één van bovenstaande twee ‘nadelen’ te maken. En daar had ik dan weer diep respect voor. Zonder vergunning een grote tent neerzetten om je bedrijfscapaciteit – en dus de omzet – te vergroten bijvoorbeeld. Of brutaalweg een rode brievenbus die pal voor je terras staat, verplaatsen met een kraan. Ik zou het niet durven. Maar het is wel noodzakelijk om in ‘Nederland-regeltjesland’ gezond te kunnen ondernemen. Je moet soms brutaal zijn, lef tonen. Gewoon maar doen en dan achteraf vergiffenis vragen in plaats van vooraf toestemming.

En aan de andere kant zou ik tot op het bot gefrustreerd raken van ambtenaren die, zonder enige reden alle voortgang die je met het weer opbouwen van je afgebrande zaak wil maken, tegenhouden. Of 5 jaar lang een broodnodig terras blokkeren, omdat ze geen idee hebben hoe het is om te ondernemen. En een woonbootbewoner die nota bene aan de andere kant van het centrum woont, maar wel jouw terrasboot tot aan de Raad van State aanvecht. Het is maar goed dat ik ook te braaf ben voor een wapenvergunning.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels