artikel

Toepasselijk BTW-tarief op bijkomende (parkeer)diensten

Hotel

Een stichting exploiteert een groot natuurpark en een museum, al sinds 1935. Het park is te voet of met de auto te bezoeken en in het park zijn er op verschillende plaatsen gratis fietsen waarmee bezoekers zich binnen het park kunnen verplaatsen. Op de toegang is het lage BTW-tarief van toepassing. Bezoekers die met de auto het park inrijden betalen € 6 extra toegang en bezoekers die de auto parkeren bij de ingang betalen hiervoor € 2. De stichting doet aangifte omzetbelasting en betrekt waarin de parkeeropbrengsten tegen het hoge BTW-tarief.

Toepasselijk BTW-tarief op bijkomende (parkeer)diensten

De stichting maakt vervolgens zelf bezwaar tegen de aanslag die haar wordt opgelegd en stelt dat de parkeergeldenopbrengst belast moet worden tegen het lage btw-tarief. De Belastingdienst wijst dit bezwaar af, waarna de stichting een procedure aanhangig maakt bij de rechtbank. Bij de rechtbank voert de stichting ter onderbouwing hiervan aan dat het verstrekken van parkeergelegenheid een bijkomende dienst is bij het verlenen van toegang tot het park. Bovendien bestaat er voor het parkeren in het geval van kamperen en logies ook een regeling, inhoudende dat het parkeren belast wordt tegen het lage BTW-tarief van 6%. Door het gelijkheidsbeginsel dient dit ook te gelden voor het parkeren bij het natuurpark.

De belastingdienst stelt dat het geven van gelegenheid tot parkeren een afzonderlijke prestatie is, die los staat van de entree van het park en die men afzonderlijk kan afnemen. Kamperen en logies is niet vergelijkbaar met een parkbezoek. Zij verwijst verder naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 2006, waarin is uitgemaakt dat de exploitatie van een parkeergelegenheid bij een attractiepark moet worden aangemerkt als een op zichzelf staande dienst.

De rechtbank wijst in haar einduitspraak naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, die stelt dat een prestatie als bijkomend moet worden beschouwd als het voor de bezoeker geen doel op zich is, maar een middel om de hoofdprestatie zo aantrekkelijk mogelijk te maken. De rechtbank meent bovendien dat na die uitspraak van de Hoge Raad uit 2006 verschillende uitspraken van het Hof van Justitie zijn gekomen, die het tegendeel betogen. Uit een uitspraak van de Hoge Raad uit 2012 ziet de rechtbank bovendien ruimte om aan te nemen dat het parkeren een bijkomende dienst is om het parkbezoek zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Het publiek heeft geen afzonderlijk belang bij het parkeren op de parkeerplaatsen; die zijn daarvoor te specifiek en te afgelegen.

Dat de parkeerterreinen alleen maar worden geëxploiteerd als bijkomende dienst blijkt ook uit de relatief zeer lage parkeervergoeding. Het feit dat een hogere vergoeding moet worden betaald wanneer men met de auto het park betreedt, is ook een indicatie van het doel van het gunnen van parkeergelegenheid. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de toegang tot het park de hoofddienst vormt en dat het geven van gelegenheid tot parkeren een bijkomende dienst is, die het fiscale lot van de hoofddienst volgt. Op het parkeren is derhalve het lagere btw-tarief van toepassing.