artikel

Arjen van den Hof van Vondel Hotels hoeft niet naar het buitenland

Hotel

Vondel Hotels groeit als kool, voor het eerst ook buiten Amsterdam. De ‘collectie’ van Arjen van den Hof telt nu nog vijf hotels in de hoofdstad, maar in 2020 is dat aantal uitgegroeid tot elf, met vestigingen in onder andere Leiden en Maastricht. En Van den Hof is nog lang niet klaar met bouwen.
‘Zolang ik het leuk vind, ga ik door.’ Enige voorwaarde: het moeten unieke panden zijn.

Arjen van den Hof van Vondel Hotels hoeft niet naar het buitenland
Arjen van den Hof, directeur Vondel Hotels. Foto: Diederik van der Laan.

Zittend in de lobby, uitkijkend op de receptie en het restaurant van Hotel De Hallen, staart eigenaar Arjen van den Hof naar zijn MacBook. Nog snel een e-mail verzenden voor het gesprek kan beginnen. Geen tijd te verliezen. ‘Als ik werk, werk ik voor 125 procent’, zegt de eigenaar van Vondel Hotels, dat naast paradepaardje Hotel De Hallen bestaat uit Hotel Vondel, Hotel Roemer, de Jonker Urban Studios & Suites, Hotel JL №76, Apartments Prinsengracht en Apartments De Hallen.

Van den Hof is een drukbezet man, nu zijn ‘collectie’ hotels binnen afzienbare tijd flink wordt uitgebreid. In 2018 openen in Amsterdam Hotel Overtoomse Houthandel en Hotel Mercier en in Maastricht Hotel Monastère, zijn eerste zaken buiten Amsterdam. In 2020 komen daar Hotel De Meelfabriek in Leiden en een hotel in Utrecht bij. Daarnaast heeft Van den Hof onlangs groen licht van de Raad van State gekregen voor de bouw van een Aziatisch hotel aan de Geldersekade in Amsterdam, een plan dat al elf jaar op tafel ligt. Dit wordt een hotel met 84 kamers in oude pakhuizen van een voormalige Chinese groothandel.

Oude gebouwen op lastige plekken

Foto's Hotel De Hallen in Amsterdam

Onderdeel van Vondel: Hotel de Hallen in Amsterdam

Alle projecten van Vondel Hotels hebben gemeen dat het oude gebouwen op lastige plekken betreft, gebouwen die hun functie hebben verloren. Maastricht was een klooster, De Jonker een oude slagerij, Hotel Mercier een voormalig buurthuis en COC-gebouw en Hotel De Hallen een oude tramremise. Van den Hof wijzigt de bestemming naar hotel, waarna hij er alles aan doet om het karakter van het gebouw te behouden. In De Hallen bijvoorbeeld gaan de tramrails nog door de vloer heen.

Ook Hotel Overtoomse Houthandel is zo’n bijzonder project. Buren hebben, juist in hun strijd tegen de komst van een hotel, ervoor gezorgd dat het houten karkas van de oude timmerfabriek tot monument is verklaard. Uiteindelijk kwam er toch een bestemmingswijziging. In het hele pand, ook in alle hotelkamers, zijn de balken straks te zien. Hiervoor is het houten skelet genummerd en voor de bouw ‘met liefde en zorg uit elkaar gehaald’, zodat het later precies kan worden teruggeplaatst. ‘Een project waarin iedereen ons voor gek heeft verklaard. Ik mezelf ook, maar het wordt prachtig. De architect heeft een monsterklus gehad om daar een hotel van te maken, maar daar is ze heel goed in geslaagd.’

Kunst en kwaliteit

In zijn hotels is bijna niets standaard, veel meubels zijn tailormade en speciaal voor de hotels ontworpen. De aanwezige kunst maakt Vondel Hotels tot stijlvolle verblijven. Het gevolg van zijn eigen passie, ontstaan op de hotelschool. Als student kocht hij zijn eerste schilderij van Anton Heyboer, waarna er meer volgden. Toen Van den Hof echt geld ging verdienen, werd hij een serieuze kunstverzamelaar. Onder anderen Jerry en Peter Keizer, Fabrice Hermans. Om hem heen staan overal de gevolgen van zijn verzamelwoede. Een vaas, gemaakt van stenen pijpen, bijzondere kandelaars, schilderijen van honden en biggetjes. Zelfs de kleding van het personeel in De Hallen is kunstzinnig, ontworpen door zijn ex-vriend Claes Iversen, bekend als couturier van onder meer koningin Máxima.

Van den Hof werkt graag in de lobby van zijn eigen hotel, tussen zijn eigen kunst. Een eigen kantoor heeft hij niet, dat past niet in zijn bedrijfsfilosofie. Hij wil juist in zijn hotels overal de backoffice weghalen. Er is al een kantine, geld tellen kan ook in een hotelkamer en iedereen heeft een laptop. ‘Waarom zullen we ons dan verschuilen in een backoffice? Als je op de werkvloer bent, kun je nog bijsturen als dat nodig is.’

Onmogelijke panden

Onderdeel van Vondel Hotels: Hotel de Hallen in Amsterdam.

Met Hotel De Hallen vestigde Vondel Hotels definitief zijn naam als ombouwer van onmogelijke panden. Van den Hof is een bekende naam geworden bij projectontwikkelaars en eigenaren van onroerend goed, getuige alle verzoeken die hij binnenkrijgt. Vaak zegt hij nee: ‘Ik bouw niet om het aantal vlaggetjes op de kaart te vergroten. Het gaat me niet om het tempo of om de aantallen.’ Nee zeggen is ook een kracht, vindt Van den Hof. ‘Je kunt niet alles doen. Het moet leuk blijven, zowel voor mezelf als mijn team.’ Begin dit jaar heeft hij zelfs twee projecten teruggegeven aan de projectontwikkelaar. ‘Te weinig kamers in steden waar we niet zeker weten dat we een goede bezetting en een goede prijs kunnen krijgen. Een stad met een gemiddelde prijs van €90 en 75 procent bezetting vind ik al spannend. Een project stopzetten is niet leuk, maar als het niet goed voelt, moet je het niet doen.’

Nu weet hij beter welke richting hij op wil. Voorlopig concentreert hij zich alleen op hotels binnen een cirkel van 30 kilometer rondom Amsterdam, zoals Leiden, Haarlem en Zaandam. Daarnaast zijn de steden Utrecht, Eindhoven, Maastricht, Rotterdam en Den Haag in zijn ogen geschikt voor een vestiging van Vondel Hotels. ‘Goede steden met een sterke economie.’ Het liefst wil hij in die steden minimaal twee hotels realiseren. ‘Dan profiteer je van de kracht van het bundelen van twee exploitaties onder één management.’

Even werd Van den Hof door een Parijse projectontwikkelaar nog aan het twijfelen gebracht om een avontuur aan te gaan in de Franse hoofdstad, maar de Amsterdamse globetrotter vond de fysieke afstand te groot. ‘Het mooie van een organisatie als de onze is, dat we ons voortdurend afvragen wat we wel en niet doen. We verzetten vaak de piketpaaltjes. Het bedrijf verandert, ik verander zelf, maar soms moet je nee durven zeggen. Parijs is een stap te ver. Als we uitgegroeid zijn in Nederland, ben ik helemaal uitgegroeid.’

Focus op reservering en prijs

Arjen van den Hof, Vondel HotelsVan den Hof begon zijn bedrijf in 2003, nadat hij ontslag had genomen als operationeel directeur van Hotel Krasnapolsky. Met Hotel Vondel kwam een mooie kans voorbij en hij besloot de sprong in het diepe te wagen. De bank had vertrouwen in hem en financierde het hotel voor 75 procent, de overige 25 procent werd door de vorige eigenares achtergesteld. De eerste jaren was het alle hens aan dek. Zelf maakte hij lange dagen, vrienden en familie hielpen waar mogelijk mee. Maar al snel ging het beter.

‘Mijn geluk was dat ik veel hotelervaring heb. Alles wat ik heb geleerd bij de ketens, heb ik daar toegepast op een hotel met toen nog 62 kamers en 12 man personeel. Toen ik net begon, kwamen de boekingssites als Booking.com in opkomst. De voormalige eigenares werkte daar nauwelijks mee, ik wel. Ik had oog voor reservering en kamerprijs, paste direct yield toe. Dat bleek mijn sterke punt. Ik liet aan de banken een gigantische stijging zien, ook ten opzichte van mijn eigen prognoses. In een heel korte tijd was mijn cashflow heel goed, zodat ik verder kon uitbreiden.’

Volgens Van den Hof is een goede cashflow de basis van een goed bedrijf. Hij maakt zelfs prognoses tot over vijf jaar. ‘Als je dat niet doet en je krijgt een onvoorziene rekening gepresenteerd die je niet kunt betalen, ben je weg als ondernemer.’ De bank is daar niet altijd blij mee. ‘Die zegt wel eens dat ik meer zelf kan financieren. Dat weet ik wel, maar dat wil ik niet. Ik wil lekker kunnen slapen en geen zorgen hebben. Dan heb je soms wel eens heftige gesprekken.’

Externe partijen

Alle hotels worden gehuurd van onroerendgoedeigenaren en ontwikkeld met externe partijen. Hoeveel geld er gemoeid is met de investeringen in de nieuwe hotels, wil hij niet zeggen. Voor de inrichting van een pand wil hij zoveel mogelijk zelf betalen. ‘Standaard lossen wij af in vijf jaar. Als je bijvoorbeeld een nieuwe keuken of receptie in de huurcontracten laat zitten, betaal je daar 35 jaar lang huur over.’ De kamerbezetting van al zijn hotels ligt boven de 95 procent. ‘Wij zien al onze hotels in Amsterdam als één groot hotel. We kijken dagelijks goed welke hotels nog beschikbaarheid hebben. Als een hotel vol zit, dan bieden we gasten de mogelijkheid om een hoger kamertype te kiezen in een ander hotel uit onze collectie. Dat levert meestal geen problemen op, want we compenseren de gast. Die krijgt een gratis ontbijt en wordt met een taxi gebracht.’

Groeien is geen doel

Van den Hof is 100 procent eigenaar van zijn bedrijf. Hij zou niet anders willen: ‘Als ik investeerders aan boord haal, zou ik sneller kunnen groeien. Maar dat is voor mij geen doel. Groei moet leuk blijven. Wij gaan bouwen op het moment dat de vergunning is afgegeven en alles in orde is. Het ene project heeft een aanloop van acht of elf jaar, het andere een half jaar.’ Ook al vallen de projecten nu samen, het geeft hem nauwelijks stress. Hij ervaart het juist als een interessante tijd. ‘Ik ben heel effectief, kan snel denken en beslissen. Ik draai er nooit omheen, ben eerlijk tegen iedereen die tegenover mij zit. Dat kan heel aardig zijn, tot heel vervelend. Ik hanteer korte lijnen. Mijn team kent mij goed, ze werken al jaren met mij samen. Dat maakt het bouwen en ontwikkelen leuker. Zij kijken mee, maar ik neem de beslissingen.’

Rollebollen met de buren

Bij de bouwprojecten krijgt Van den Hof regelmatig te maken met protesterende buren. De hotelier snapt de aversie tegen de komst van weer een nieuw hotel wel. ‘De rolkoffers, het laden en lossen, et cetera. Een hotel met ruim tachtig kamers op de Geldersekade is redelijk wat laden en lossen, en twee jaar lang bouwen is ook niet leuk.’ Maar uiteindelijk gaat het wel om stukken van de stad waar niets gebeurt. De komst van een Vondel Hotel brengt daarin verandering. ‘We willen dat de buurt blij met ons is. We houden buurtborrels, met Kerst kunnen ze tegen gereduceerd tarief slapen, we zorgen voor een stukje veiligheid in de buurt en ze kunnen hier pakketjes laten bezorgen, omdat we 24 uur per dag open zijn.’ Meestal is het aantal protesterende buren klein, maar ze zijn wel volhardend. ‘Bij de Geldersekade was 90 procent van de buurt vóór ons hotel. Toch duurde het heel lang.’
Nu het hotel er wel mag komen, geeft Van den Hof ook de tegenspartelende buren gewoon een hand. ‘We leven in een democratisch land. Iedereen mag het gelukkig zeggen als hij ergens op tegen is. Soms verlies ik ook wel eens, maar daar kan ik goed tegen. Ik ken geen spijt, dat is negatieve energie’, zegt hij.

Altijd met werk bezig

De hotelier is nu in een positie gekomen dat hij het ten opzichte van de eerste tropenjaren wat rustiger aan kan doen, met werkdagen van acht tot zes. ‘Ik hou van werken, maar ik vind een privéleven ook heel belangrijk. Met de hond wandelen, reizen, exposities bezoeken, tijd met vrienden doorbrengen, dat zijn voor mij de krenten uit de pap. Van mij moet iedereen zijn vakantiedagen opnemen, want die krijg je niet voor niks. Een balans in je leven is heel belangrijk. Maar ondanks dat ik niet meer 24/7 werk, ben ik wel 24/7 met mijn werk bezig. Als ik reis, als ik bladen lees, als ik winkel: altijd ben ik met mijn werk bezig.’

Iets terugdoen voor de maatschappij

Zijn keuze voor het ondernemerschap heeft hem geen windeieren gelegd. Van den Hof bezit twee panden in hartje Amsterdam, zijn droomauto staat voor de deur. Verder kan hij doen en laten wat hij wil. Een huis op Ibiza is nu nog een droom, maar ook dat duurt niet lang meer of het wordt realiteit. Toch groeit ook het besef dat er meer is dan alleen het materiële succes. Steeds vaker krijgt hij de neiging zijn succes met anderen te delen, mensen die minder bevoorrecht zijn. ‘Ik wil wat terug kunnen doen, bijvoorbeeld door mensen die het kunnen gebruiken, een baan te geven.

We hebben het zo goed met zijn allen, dan kunnen we ook wel iets doen voor mensen die het minder getroffen hebben. Ik heb dit jaar nog een huis gebouwd voor een arm gezin in Nicaragua. Dat gaf me zo’n goed gevoel, dat ik dat volgend jaar ook met mijn executive team wil doen. Tien jaar geleden zou dat niet in me opgekomen zijn. Toen dacht ik alleen maar aan mijn carrière en mijn eigen belangen.’

Van de stap om op eigen benen te gaan staan, heeft Van den Hof nooit spijt gehad. ‘Ik doe dit nu veertien jaar en vind dat ik de leukste baan ter wereld heb. Ik mag bouwen, ontwerpen, mooie dingen kopen en kan iedereen uitnodigen in mijn hotels. Vrienden kunnen hier blijven slapen. Toen ik vijftig werd, heb ik hier een feest gegeven voor tweehonderd vrienden. Het bedrijf is organisch gegroeid, maar wel met een visie. Ik denk niet dat ik deze stap eerder had kunnen maken. Mijn ouders waren onderwijzer, het ondernemersbloed zat niet in me. Tot het moment dat ik ondernemer werd. Maar dit had ik nooit kunnen doen zonder de ervaring die ik in de keten heb opgedaan.’
In de toekomst helemaal stoppen met zijn hotels, ziet hij niet zitten. ‘Ik zal altijd twee of drie hotels in de stad blijven houden, want ik vind het prachtig om daar af en toe te verblijven. Het vervult me met trots om te zien wat ik met mijn team in dertien jaar heb bereikt.’ 

CV Arjen van den Hof

Arjen van den Hof, Vondel Hotels

Directeur Arjen van den Hof, Hotel de Hallen.

Leeftijd
52 jaar

Loopbaan
Groeit op in Zwolle. Hier doorloopt hij achtereenvolgens mavo, havo en vwo.
Van 1988 tot 1992 studeert hij aan de Hogere Hotelschool in Maastricht. Daarna begint hij in Amsterdam als salesmanager bij Crowne Plaza Amsterdam City Centre.

In 8 jaar tijd groeit hij door tot assistant general manager. Het werken voor een buitenlandse keten begint hem tegen te staan, dus stapt hij over naar Grand Hotel Krasnapolsky, dat niet veel later door het Spaanse NH Hotels wordt opgeslokt. In het ‘Kras’ is hij director of operations. Na drie jaar vindt hij het tijd om op eigen benen te staan.

In 2003 opent hij zijn eerste hotel: Hotel Vondel.

In 2006 volgt nummer twee: Hotel Roemer, 37 kamers.
Hotel JL No76
2011: Opening Hotel De Hallen
2014: Apartments De Hallen en Apartments Prinsengracht
2017: Opening De Jonker Urban Studios & Suites
2018: opening van Hotel Overtoomse Houthandel, 82 kamers, Hotel Mercier met 46 kamers en Hotel Monastère Maastricht, 54 kamers.
Eind 2019 staat de opening van het Aziatisch hotel aan de Geldersekade in Amsterdam gepland met 84 kamers.
In 2020 openen Hotel De Meelfabriek in Leiden, 80 kamers en 20 appartementen, en een hotel in Utrecht.

De verwachte jaaromzet van zijn ‘collectie’ voor 2017 bedraagt €16 miljoen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels