artikel

Veel aandacht voor ‘vergeten eten

Restaurant

Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem heeft zaterdag ondanks het warme weer veel extra bezoekers getrokken met Proef het Openluchtmuseum. Tijdens dat evenement zaterdag en zondag staan vergeten groentenrassen, ouderwetse gerechten, ambachtelijke rijpingsprocessen en recepten uit oude kookschriften centraal.
Lees het uitgebreide artikel

Veel aandacht voor ‘vergeten eten

Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem heeft zaterdag ondanks het warme weer veel extra bezoekers getrokken met Proef het Openluchtmuseum. Tijdens dat evenement zaterdag en zondag staan vergeten groentenrassen, ouderwetse gerechten, ambachtelijke rijpingsprocessen en recepten uit oude kookschriften centraal. Ambachtelijke en biologisch geproduceerde etenswaren zijn een trend, motiveert woordvoerder Caroline Berkhof van het museum de keuze voor een themaweekend over eten.

‘Je ziet dat de laatste jaren de belangstelling ervoor duidelijk toeneemt met bijvoorbeeld landwinkels en biologische markten. Voor het museum de hoogste tijd om in eetgewoonten van weleer te duiken.’

Behalve authentieke kookschriften van huishoudscholen diende ook internet als bron voor de historische recepten, verklapt Gitta Paans. Zij is medewerker Educatie bij het museum en heeft voor de kleine bezoekers een proeverij ingericht met de kruidige melkdrank slemp, levertraan, lammetjespap, boerenjongens en griesmeelpudding.

‘Leuk om te zien wat de mensen vroeger aten, en bijna alles vond ik wel lekker behalve de griesmeel en levertraan’, zegt Mark van der Made (10). Zijn favoriet is duimdrop, wat je om je duim wikkelt en dan opsabbelt.

Bij de wat oudere bezoekers zorgt veel eten voor een deja-vu. ‘Bah, levertraan! Wij kregen er vroeger een schepje suiker achteraan of een snoepje’, vertellen twee dames uit Drenthe.

Dat de ambachtelijke bereidingswijze meestal ook lekkerder is, beaamt ook Slow Food, een organisatie die zich sterk maakt voor het behoud van rassen en producten die voor de voedselindustrie niet rendabel te produceren zijn. Remco Turel: ‘Doordat er voor veel producten een industriële kopie is gekomen, sterven sommige smaken uit die echt het verdedigen waard zijn.’

De stichting promoot daarom het behoud van bijvoorbeeld hoogstamfruit. Op Europees niveau boekte Slow Food onlangs een mooi succes. ‘In Europese regelgeving die in de maak was, liep de productie van rauwmelkse kaas gevaar. Net op tijd zijn de regels aangepast. In Nederland draai je anders de zelfkazende boeren de nek om, terwijl in Frankrijk de helft van het aantal soorten zou verdwijnen,’ aldus Turel.

Het museum wil behalve de producten en gerechten zelf ook graag de verhalen erachter aan de mensen laten zien. Daarom zijn er lezingen over eethistorie en vertellen vele liefhebbers van vergeten eten ook over de achtergronden bij hun proeverijstandjes.

Norbert Mergen-Metz van Annes Kookpunt uit Velp verhaalt bijvoorbeeld over zijn mollenbonen, hoe in Groningen een schip met deze bonen vastliep waardoor de lading verwaterde. De boer besloot ze te poffen en te zouten, waarna het een veel gebruikt recept voor een vroege versie van borrelnootjes werd.

Ook in andere herbouwde huisjes, bakkerijen, en op boerenerven wordt gekookt in kookpotten en houtgestookte ovens. In de oven van het bakhuisje uit Krawinkel bij Geleen bakt de vaste museumbakker bijvoorbeeld Limburgse vlaaien waarbij de vulling wordt meegebakken. Volgens een gistdeegrecept van de laatste uitbaatster van het bakhuisje uit de jaren twintig dat nog is teruggevonden.

Voor wie thuis oude eetgewoonten wil oppoetsen is er in het museum van alles te koop. Bijvoorbeeld witlofjam of worst op de ambachtelijke warenmarkt of op de Broeker Veiling bij het water waar de handelswaar in langsvarende schepen aan de bieders wordt getoond.