artikel

Wet Bibob en huurovereenkomsten

Restaurant

Wie een horecabedrijf heeft, krijgt naar alle waarschijnlijkheid te maken met het de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, beter bekend als de Wet Bibob. Wanneer je een vergunning aanvraagt, kan de gemeente aan het Bureau Bibob vragen of er bezwaren bestaan tegen het verlenen van die vergunning, bijvoorbeeld doordat het geld wat gebruikt wordt voor de aankoop van het horecabedrijf, een onrechtmatige herkomst heeft.

Wet Bibob en huurovereenkomsten

Waar dit toe kan leiden, ondervond een huurder van De Gouden Leeuw B.V. Deze huurder, BeauBourg, kocht de goodwill en inventaris van het bestaande restaurant van De Gouden Leeuw. Tegelijkertijd sloot BeauBourg een huurovereenkomst voor het pand. Voor de financiering van de koopovereenkomst kreeg BeauBourg een lening van ING en een lening van De Gouden Leeuw. Na verdere onderhandelingen kwamen BeauBourg en De Gouden Leeuw uit op een lagere koopprijs en schold De Gouden Leeuw de lening kwijt. Vervolgens vroeg BeauBourg een exploitatievergunning en drank- en horecavergunning aan bij de gemeente. Toen bleek dat de bestuurder van De Gouden Leeuw een strafrechtelijk verleden had.

Het kwijtschelden van de lening werd door de Burgemeester beschouwd als een schenking van (uit strafbare feiten verkregen) geld door De Gouden Leeuw aan BeauBourg en nam dus aan dat de lening door De Gouden Leeuw was verkregen uit strafbare praktijken. Dit had tot gevolg dat de door BeauBourg aangevraagde vergunningen werden geweigerd en BeauBourg het restaurant kon sluiten.

Toen BeauBourg bij de burgerlijke rechter de investeringskosten terug wilde krijgen van De Gouden Leeuw, besliste de rechter echter dat er feitelijk geen geld van De Gouden Leeuw naar BeauBourg was gevloeid omdat de koopprijs was verlaagd en de lening in dat kader was kwijtgescholden. Anders gezegd: er was geen Bibob-probleem! De Gouden Leeuw had daarom niet hoeven verwachten dat het strafrechtelijke verleden van haar bestuurder tot weigering van de vergunningen zou leiden en had dit daarom ook niet aan BeauBourg hoeven te melden.

Hoewel De Gouden Leeuw niet had hoeven melden dat er een strafrechtelijke veroordeling was, neemt de rechter wél aan dat BeauBourg had mogen verwachten dat zij haar vergunningen gewoon zou krijgen. Beaubourg had immers in het verleden probleemloos de vergunningen verkregen. Aangezien de reden voor de huidige weigering was dat de bestuurder van De Gouden Leeuw een strafblad heeft, is het uiteindelijk wèl de schuld van De Gouden Leeuw dat de vergunningen niet werden verleend. Als gevolg daarvan heeft BeauBourg niet het gebruik van het gekochte kunnen hebben dat zij daarvan mocht verwachten. De koopovereenkomst wordt dus ontbonden, gevolgd door de huurovereenkomst.