blog

Stop mij alsjeblieft in een ketenhotel

Hotel 1248

De oude finca lag hoog in de Mallorcaanse heuvels. Het oudste deel stamde nog uit de tijd toen de koning van Aragon de baas was op het eiland. Een paradijselijke tuin omgaf het complex. Er waren olijf- en vijgenbomen en palmen in allerlei soorten en maten.

Stop mij alsjeblieft in een ketenhotel

De huidige uitbaatster van de finca had weinig koninklijks: het was een breedgeschouderde Duitse met vet lang haar en een iets te klein zomerjurkje. Ze leek op juf Bulstronk uit Matilda van Roald Dahl en lachte al net zo akelig. Haar man leek op een tweederangs Duitse voetbaltrainer. Je zag dat hij zijn oude dag veel liever thuis in een Kneipe had gesleten achter een grote pul koud bier. Maar dat was achteraf lullen. Hij was nu eenmaal in dit ‘Ik Vertrek’-avontuur beland, net als wij. Met een bitse hoofdknik sommeerde Bulstronk hem onze vier koffers naar onze kamer op één hoog te slepen.

De hitte in de kamer was verzengend. Er was geen airconditioning. Twee vooroorlogse ventilatoren moesten het opnemen tegen de heetste zomer van de eeuw. We draaiden de propellers op de hoogste stand, maar hadden net zo goed de föhn aan kunnen zetten.
Er was meer mis. Niet alleen de finca, ook de bedden bleken uit de tijd van de koning van Aragon. Ze kraakten oorverdovend hard waardoor je ’s nachts niet durfde te bewegen. Verder was de minibar klein en lauw, ontbrak wifi én 4G en kwam er uit de douchekraan uitsluitend koud water. Waardoor ons haar na een paar dagen net zo plakte als dat van Frau Bulstronk.

Binnen een week had deze Spaanse Hof van Eden onze gezondheid gesloopt. Laat u niks wijsmaken: een palmboom is geen eerste levensbehoefte, net zo min als een afgelegen plek in de natuur. We zijn geen apen. De homo sapiens heeft behoefte aan airco, een lekkere boxspring, razendsnel en gratis wifi, een goedgevulde minibar en vooral: service with a smile. Dat heet hospitality en dat moet je overlaten aan hospitality-professionals.

De laatste nacht van onze vakantie brachten we door in een ketenhotel aan een drukke kruising op steenworp afstand van de luchthaven. Het was het paradijs. Langzaam voelden we ons weer mens.

Radboud Bergevoet, columnist en horeca-journalist

Reageer op dit artikel