artikel

Khalid Oubaha in gevecht met de bank

Café 40

Khalid Oubaha is een van de 100.000 mkb’ers die in de crisisjaren bij de afdeling Bijzonder Beheer (BB) terechtkomt. Met dramatische gevolgen. In maart 2010 trekt de Rabobank een al ondertekende lening van €1,8 miljoen terug. Het brengt het bedrijf van Oubaha op de rand van faillissement.

Khalid Oubaha in gevecht met de bank

Volgens Oubaha handelt de bank in strijd met haar wettelijke zorgplicht. Hij spant een rechtszaak aan. Onlangs oordeelde het gerechtshof dat de Rabobank niet in strijd met de wet heeft gehandeld. Wel moet de bank €133.944 boeterente terugbetalen. Hoe een ondernemer met zwarte cijfers plotseling door de bank wordt neergezet als een groot risico, en hoe de rechter daarin meegaat. Een reconstructie.

Khalid Oubaha in gevecht met de bank en bijzonder beheerSinds 1 april 2013 is de relatie tussen Oubaha Beheer en de Rabobank beëindigd. Wat vijftien jaar daarvoor zo mooi begon, is uitgedraaid op een naargeestige vechtscheiding. Zijn financiering van enkele miljoenen heeft hij van de bank in een paar jaar tijd versneld moeten aflossen.
Na zijn studie Bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen droomt Khalid Oubaha van een eigen zaak. Maar voor een jonge Marokkaan zonder eigen geld liggen de cafés eind jaren 90 niet voor het oprapen. Dan verschijnt Sjoerd Kooistra op het toneel. De bikkelharde Groningse tycoon geeft hem de kans om de Nijmeegse De Drie Gezusters te pachten. Voor een pachtsom van 33 procent over de omzet mag Oubaha het gaan proberen. Binnen een jaar weet die de omzet van de zaak aan de Molenstraat in Nijmegen te verdubbelen. Onder de indruk van zoveel bravoure – en de vette pacht-inkomsten – laat Kooistra hem ook De Groote Griet en Heidi’s Skihut pachten, twee zaken links naast De Drie Gezusters. Ook de Rabobank ziet in hem de ideale horecaondernemer. Met de lokale bankdirectie aan het Keizer Karelplein heeft hij vanaf het begin een goede relatie.

Oorlogskas van acht ton

In 2000 gaat Oubaha cafés uitbaten buiten Kooistra om. Hij breidt zijn keten uit naar Arnhem en Enschede, waar hij in 2001 zijn eigen concept Aspen Valley opent. In juli 2007 neemt hij Boogie Wonderland iaan de Nijmeegse Molenstraat over van Rien van Linschoten. Die zaak ligt rechts naast De Drie Gezusters. Het is een strategisch belangrijke aankoop. Hij wordt zo niet alleen de uitbater van vier grote cafés op rij, maar ook van het hele terrasplein ervoor. De Rabobank leent €2,5 miljoen voor de overname.
Daarbovenop krijgt Oubaha een fors rekening-courantkrediet van €800.000. De bank wil niet dat hij iedere keer opnieuw om een lening komt vragen. Met die 8 ton oorlogskas op zijn rekening-courant kan hij uit eigen middelen zaken kopen. De bank stelt één voorwaarde: investeringen boven de €250.000 moet hij met de bank overleggen. Maar dat nemen beide partijen niet zo nauw. Tussen 2007 en 2009 neemt Oubaha de ene na de andere zaak over. Het ‘overleg’ vindt meestal achteraf plaats.
Op die manier neemt Oubaha in 2008 café Wampie over op de Arnhemse Korenmarkt, het latere café Arnhem. Begin 2009 koopt hij de Poort van Kleef in Enschede voor €4,5 ton. Zijn imperium is dan gegroeid tot twintig zaken in Arnhem, Nijmegen en Enschede.

Krap bij kas

Medio 2009 klopt hij opnieuw aan bij zijn huisbankier. Dit keer voor een lening van €1,8 miljoen. Het bedrag is bedoeld voor de verbouwing van drie zaken: €825.000 voor de Poort van Kleef, €450.000 voor Wampie en €525.000 voor 5th Avenue. Oubaha wil zijn bedrijf ombouwen van drankverstrekkend naar food. De bank heeft het volste vertrouwen in zijn plannen. Op 19 juni 2009 ontvangt hij het financieringsvoorstel ter hoogte van de gevraagde €1,8 miljoen. Onder de voorwaarde dat brouwer Inbev ook 3 ton financiert. De toezegging van de brouwer heeft Oubaha al op zak.
Nog dezelfde maand wordt de overeenkomst ondertekend. Met pen schrijven beide partijen op het contract dat Oubaha zelf bepaalt wanneer hij het geld opneemt. Het is hartje zomer en hoogseizoen, geen handige tijd om zaken dicht te gooien. Hij wil in januari beginnen met verbouwen.

Horecazaken van Oubaha Beheer aan de Nijmeegse Molenstraat.

Met de financiering van €1,8 miljoen voor de verbouwingen zwart op wit, heeft Oubaha de speelruimte om nog meer te investeren. Maar door zijn snelle groei wordt zijn liquiditeitspositie erg krap. De uitgestelde verbouwingen van Wampie en Poort van Kleef kosten hem bovendien omzet, terwijl de vaste lasten doorlopen. De economische crisis helpt niet mee. In november 2009 vraagt hij bovenop de lening van €1,8 miljoen daarom nog eens €1,5 miljoen. Hij vertrouwt erop dat zijn bank opnieuw zal bijspringen. Voor de zekerheid zet hij zijn verzoek om extra krediet krachtig aan. ‘Zoals blijkt uit de bijgaande liquiditeitsprognose, hebben we een additionele kredietfaciliteit nodig van minimaal 1,5 mio om onze plannen te kunnen realiseren!’ laat hij in een brief van 24 november weten. ‘Zoals bekend is de prognose voor 2009 niet positief!’ schrijft hij met een uitroepteken. Hij rept over een omzetdaling van één miljoen als gevolg van de economische crisis en vertraagde verbouwingen. Ook meldt hij in de brief een kassasysteem van €750.000 te hebben aangeschaft. ‘Deze kosten zullen in de eerste helft van 2010 vallen.’ De dringende toon van de brief zal hem later opbreken. Op dat moment is hij zich van geen kwaad bewust. In december 2009 schaft hij opnieuw twee zaken aan: Plaza Arnhem en Pinoccio Enschede.

Vertrouwen ontbreekt

Tot dat moment heeft Oubaha uitsluitend zaken gedaan met de Rabobank Nijmegen. Dat verandert in december 2009. Voor hij de extra €1,5 miljoen krijgt, wil het hoofdkantoor in Utrecht eerst polshoogte nemen. Op 28 december leidt hij de sectormanager horeca en recreatie van Rabobank Nederland rond door zijn bedrijven in Arnhem en Nijmegen.
Tijdens het bezoek valt geen enkele kritische noot. Wel vraagt de Rabobank op 4 januari om een groot aantal gegevens te verstrekken. Kengetallen van elke vestiging, berekeningen van de executiewaarde per bedrijf, gedetailleerde cijfers van elke vestiging over omzet, inkoop, brutowinst, personeelskosten, huisvestingskosten, afschrijvingen, rente, ebitda, een vergelijking van de cijfers van 2009 met die van 2008, prognoses 2010, plus een onderbouwing van het rendement op de investering van €750.000 in het kassasysteem, inclusief terugverdientijd. Het is een enorme waslijst. Het lijkt erop dat ze op het hoofdkantoor van de Rabobank minder vertrouwen hebben in Oubaha dan op de Nijmeegse vestiging.

Miljoenenclaim Kooistra

Dan gaat het mis. Op 16 februari vraagt Oubaha weer om geld. Dit keer gaat het om een kleine twee ton. Oubaha is met verpachter Sjoerd Kooistra verwikkeld in een rechtszaak over de hoogte van de pacht. Mocht hij de rechtszaak verliezen, dan hangt hem mogelijk een boete van 2 miljoen boven het hoofd. Kooistra, die verwikkeld is een fel gevecht met Heineken en in geldnood zit, is bereid om af te zien van de claim als Oubaha hem twee ton geeft. Als die de rechtszaak wint, krijgt hij de twee ton terug. De afspraak staat zwart op wit. Het risico van een boeteclaim heeft hij zo tot nul gereduceerd. (Later zal Oubaha de rechtszaak tegen Kooistra inderdaad winnen.)

Bijzonder Beheer

De reactie van de Rabobank die volgt, komt als donderslag bij heldere hemel. Eind februari 2009 krijgt hij te horen dat hij ‘in verband met de claim Kooistra’ onder Bijzonder Beheer wordt geplaatst. Oubaha is verbouwereerd. Hij heeft de afkoop van de boeteclaim eigenhandig opgelost en nu dit. Kort daarop krijgt hij te horen dat zijn financiering van €1,8 miljoen wordt ingetrokken. Anderhalf jaar later, in augustus 2011, beëindigt Rabobank de relatie helemaal. ‘Wij hebben onvoldoende vertrouwen in de continuïteit (…) en uw handelen als ondernemer,’ aldus een brief van 30 augustus 2011. Oubaha krijgt drie maanden de tijd om zijn schulden af te lossen. (Later wordt dat verlengd tot april 2013.)
Oubaha laat het er niet bij zitten. Op 22 december 2011 stelt hij Rabobank Nijmegen en Rabobank Nederland aansprakelijk voor substantiële schade. Volgens de ondernemer heeft de bank haar zorgplicht verwaarloosd.

Incapabel

Er volgt een slepende rechtszaak waarin de Rabobank alle registers opentrekt om zijn voormalige protegé af te schilderen als een onbetrouwbare en incapabele ondernemer die op omvallen staat. De bank voert aan dat Oubaha niet aan de overeengekomen verstrekkingsvoorwaarden voldeed, dat hij zonder vooraf te overleggen allerlei grote investeringen deed zoals een kassasysteem van €750.000, dat hijzelf aangaf dat het resultaat over 2009 zwaar negatief was, dat zijn liquiditeitspositie zeer krap was, dat hij geen maatregelen nam om de financiële situatie te verbeteren, dat hem een claim van Kooistra van €2 miljoen boven het hoofd hing, dat hij zijn administratie niet op orde had, dat zijn taxaties van het onderpand veel te hoog waren, dat hij hard geraakt werd door de crisis en dat zijn verlies over 2010 en 2011 respectievelijk €1.022.643 en
€1.624.172 bedroeg.
Het is een kille opsomming van zaken die niet deugen waaruit moet blijken dat de bank alle reden had om van hem af te willen. Van een schending van de zorgplicht is volgens de bank geen sprake. Integendeel. ‘Desondanks heeft Rabobank een zeer ruime opzegtermijn van 15 maanden gehanteerd, welke nog een aantal keren is verlengd tot uiteindelijk 1 april 2013,’ is in het arrest van het gerechtshof te lezen. ‘Rabobank heeft daarmee Oubaha gelegenheid gegeven om tot herfinanciering te komen, hetgeen hem ook is gelukt. Per die datum had Oubaha zijn schuld aan Rabobank volledig afgelost.’
Dat de bank met die verlenging vooral haar eigen verlies tot nul beperkt, noemt ze gemakshalve niet. Wel stuurt de Rabobank Oubaha nog een factuur van €133.944 aan boeterente voor het versneld aflossen van zijn leningen.

Magere argumenten

Was de financiële situatie van Oubaha begin 2010 werkelijk zo slecht dat de bank moest ingrijpen? Of was er iets anders aan de hand? Icesafe was net failliet, ABN en ING moesten door de staat worden gered. Moest de bank onder druk van Den Haag misschien haar eigen balanspositie oppoetsen? Uit de stukken die in het bezit zijn van Misset Horeca, blijkt dat Oubaha in 2009 gewoon zwarte cijfers schreef, en zeker geen ‘zwaar negatief resultaat’ zoals de bank aanvoert. Wel was de winst in 2009 een stuk lager dan geprognotiseerd. De winst over 2009 bedroeg 7 procent, ofwel 7 ton over een omzet van 11 miljoen. Het lijkt erop dat Oubaha’s alarmerende toon in zijn brief van november 2009 hier tegen hem wordt gebruikt.
Datzelfde geldt voor het kassasysteem van €750.000. Dat blijkt bij nader inzien om een meerjarige raamovereenkomst te gaan. De investering in 2010 bedraagt geen driekwart miljoen, maar slechts €71.000. Ook de suggestie van de Rabobank dat Oubaha verplicht is om vooraf toestemming te vragen voor investeringen boven de €250.000, rammelt. In 2007 hebben beide partijen afgesproken dat hij investeringen overlegt met de bank. Dat is wat anders dan toestemming vragen. In de jaren erna koopt Oubaha meerdere zaken zonder vooraf te overleggen. Voor de bank is dat nooit een issue.

Kooistra laat rotzooi na

Het risico op een claim van €2 miljoen van Kooistra had Oubaha eigenhandig tot nul gereduceerd. Achteraf blijkt de Kooistra-affaire een storm in een glas water. Oubaha wint de zaak met verve, maar krijgt zijn twee ton nooit terug. Op 11 mei 2010 vallen deurwaarders binnen op adressen van Kooistra. 28 Juni 2010 wordt de gevallen tycoon dood aangetroffen in zijn woning in Ubbergen. 15 Oktober verschijnt het faillissementsverslag. Kooistra blijkt grote bedragen uit zijn bedrijf te hebben getrokken om zijn luxe levensstijl te betalen. Wat betreft de vermeende te hoge taxaties voor het onderpand: eind 2009 had de bank €3,4 miljoen openstaan bij Oubaha Beheer. De bank had een eerste recht van hypotheek op het vastgoed van Van Buren (voormalig Boogie Wonderland). De getaxeerde waarde daarvan was ruim €2,5 miljoen. De taxatiewaarde van de gezamenlijke inventaris was zo’n €4,2 miljoen. Ruim voldoende onderpand, zou je zeggen. Maar volgens de Rabobank waren ze ‘onvoldoende om de risico’s te dekken.’ Overigens is die bank bij het afsluiten van de financiering zelf akkoord gegaan met het onderpand.

2010: 1 miljoen aflossen

Wat overblijft, is Oubaha’s liquiditeitspositie eind 2009. Die is inderdaad krap. Door de crisis en uitgestelde verbouwingen vallen de inkomsten tegen. Ook blijft Oubaha vanuit de cashflow investeren, met de wetenschap van een ondertekende lening van 1,8 miljoen in zijn achterzak. Zonder die lening zou zijn investeringsdrift ongetwijfeld een stuk kleiner zijn geweest. Of Oubaha zijn boekhouding niet op orde had in die dagen, is de vraag. Het is bekend dat de informatieplicht die een ondernemer onder Bijzonder Beheer heeft, loodzwaar is en precies moet voldoen aan de eisen van de bank. Het zou zomaar kunnen dat de boekhouders van Oubaha onder die enorme druk wel eens een foutje hebben gemaakt.
Feit is dat Oubaha het onder Bijzonder Beheer moeilijk heeft. Zijn rentes gaan omhoog, zijn rekening-courant wordt ingeperkt en hij moet versneld aflossen. Alleen in 2010 lost hij bijna 1 miljoen af. Dagelijks hangen de crediteuren aan de lijn. En terwijl de huur doorloopt, blijven
de drie zaken die hij wilde verbouwen, gedwongen dicht. Wampie Tapperij en de Poort van Kleef heeft hij in januari 2010 gesloopt, daags voor de Rabobank de financiering voor de verbouwing intrekt. Door die intrekking kan hij er geen geen euro meer aan verspijkeren. Ondertussen lopen de vaste lasten door. Niet gek dat hij in 2010 en 2011 forse verliezen lijdt. Maar volgens de Rabobank is dit het bewijs ‘dat er meer aan de hand is dan alleen maar een krappe liquiditeitspositie.’ Desondanks lukt het Oubaha om in drie jaar tijd een lening van 3,4 miljoen af te lossen en te herfinancieren.Hij blijft overeind, met drie zaken op slot middenin de crisisjaren. Dat maakt het beeld dat de Rabobank schetst van een onbekwame ondernemer, weinig overtuigend.

Geen schending zorgplicht

Na ruim zes jaar procederen, doet het gerechtshof in Arnhem op 29 augustus jl. uitspraak. Het hof oordeelt dat Rabobank niet in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld. Wettelijk mogen banken ondernemers houden aan hun algemene en dichtgetimmerde bankvoorwaarden. Voor een uitleg in het voordeel van de ondernemer hebben rechters weinig ruimte. En die nemen ze dus ook niet. Een ‘grote’ ondernemer als Oubaha verdient geen extra bescherming. Die is mans genoeg, meent het hof. Wel moet de Rabobank de boeterente van 134 mille terugbetalen. Dat is zelfs de rechters te gortig. Voor Oubaha is het niet meer dan een pleister op de wonde. Terwijl de natte sector na de crisis massaal de omschakeling maakte naar meer food, stond zijn bedrijf zes jaar stil. De Poort van Kleef is tot op de dag van vandaag gesloten.

Ondernemers in Bijzonder Beheer met rug tegen de muur

Volgens advocaat Marjorie Sinke van kantoor DeWaardSinke spelen de overheid en de banken onder één hoedje. ‘Het is een grote pot nat. De overheid heeft belang bij rust en stabiliteit in de bankwereld. Het kan ze niets schelen wat er met de ondernemers gebeurt,’ zei ze ooit tegen Misset Horeca in een artikel over Bijzonder Beheer. Sinke meent dat Bijzonder Beheer de economie veel schade heeft toegebracht. ‘Het heeft het herstel vertraagt, banen zijn onnodig verloren gegaan.’ Haar kantoor DeWaardSinke vertegenwoordigt tientallen ondernemers die naar de kelder zijn
gegaan terwijl ze in Bijzonder Beheer zaten. Na 2008 zijn ondernemers volgens haar massaal met de rug tegen de muur gezet: ‘Op het moment dat de bank je een risicogevalletje vindt en je onder Bijzonder Beheer plaatst, breekt een heel circus los. Je risicoprofiel wordt disproportioneel pessimistisch ingeschat ten opzichte van je bedrijfspotentieel. Met andere woorden: je bent een groot risico voor de bank. Daardoor gaan je kosten omhoog. Je krijgt een rente-opslag tot wel 5 procent. De rente op je rekening-courantkrediet stijgt naar 11, 12 procent. Bovendien ben je verplicht taxaties uit voeren – de kosten zijn vanzelfsprekend voor jou. Wat blijkt: de waarde valt heel laag uit. Er is onderdekking. Je wordt verplicht extra zekerheden te stellen je kredieten worden verlaagd of helemaal ingetrokken. Je kunt niets meer. Alle cash is uit het bedrijf.’ Volgens Sinke zijn op die manier sinds de crisis talloze gezonde bedrijven naar de knoppen gegaan.’

Meer wettelijke bescherming voor ondernemers nodig 

Advocaat Stijn Stevens van Guyot Advocaten in Nijmegen – advocatenkantoor van Oubaha – pleit in het vakblad Overeenkomst in de Rechtspraktijk voor meer wettelijke bescherming van ondernemers tegen banken. Stevens stelt voor dat de financieringsovereenkomst alleen via tussenkomst van de rechter kan worden beëindigd en dat de redenen voor beëindiging worden verankerd in de wet. Volgens de advocaat is de bescherming nu slecht geregeld. ‘Financieringsovereenkomsten worden opgezegd zonder dat de financiering bij een andere bank kan worden ondergebracht. Dat betekent dat zelfs financieel gezonde bedrijven richting een faillissement worden gedreven.’ De Algemene Bankvoorwaarden versterken die afhankelijkheid. Die zeggen dat de bank de financiering te allen tijde mag opzeggen. Ook heeft de bank ruime mogelijkheden om wijzigingen aan te brengen ten nadele van de klant. Is een klant het er niet mee eens, en een procedure begint, dan zeggen de algemene voorwaarden dat de bank de kosten van zo’n procedure van de rekening van de klant mag halen. Stevens: ‘De kosten worden gewoon van de rekening afgeschreven zonder dat er rechterlijke toetsing plaatsvindt.’

Bancaire zorgplicht

De enige bescherming die een ondernemer nu heeft, is een beroep op de bancaire zorgplicht, zoals Khalid Oubaha deed. De rechter toetst dat heel terughoudend – zie de zaak Oubaha – omdat hij niet de plaats van bankier kan innemen. Stevens is het daar niet mee eens. ‘Op die manier staat de klant op grote achterstand ten opzichte van de bank. De bank mag opzeggen, de klant moet aannemelijk maken dat dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.’ Volgens hem moet het gedrag van de bank door de rechter juist ‘onder een vergrootglas worden gelegd.’ Hij maakt een vergelijking met de huurovereenkomst. Een verhuurder kan slechts op zeer beperkte gronden opzeggen en alleen via tussenkomst van de rechter. ‘Sterker nog, de opzegging heeft pas effect als de rechter onherroepelijk heeft beslist.’ De reden voor al die wettelijke bescherming is dat de huurovereenkomst essentieel is voor de continuïteit van een onderneming. Stevens: ‘Als we vinden dat ondernemers omwille van de continuïteit moeten worden beschermd tegen beëindiging van de huurovereenkomst, dan geldt dat zeker voor de financieringsovereenkomst. Daar is het zonneklaar dat de continuïteit in direct gevaar komt bij een opzegging.’

Khalid Oubaha wilde niet meewerken aan dit artikel. Juridische stukken zijn in bezit van de redactie. Rabobank laat in een reactie weten individuele kwesties niet publiek toe te lichten. 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels