artikel

Interview Barth Hochstenbach: ‘Nog altijd verliefd op De Karkol

Café 13157

In ruim zestien jaar tijd bouwde Barth Hochstenbach zijn café In de Karkol uit tot een topzaak, eentje die in 2016 gekroond werd als de nummer 1 van de Café Top 100. In datzelfde jaar opende hij zijn tweede zaak, In de Moriaan, waar de focus veel meer op eten ligt. Nu kijkt hij terug en vooruit. ‘In een lege Karkol is het ook gezellig, terwijl er ook drukke cafés zijn waar ik me alleen voel.’

Interview Barth Hochstenbach: ‘Nog altijd verliefd op De Karkol

De glimlach is een mengeling van trots en blijdschap. ‘Ja, het cafeetje spelen is wel zo’n beetje voorbij’, erkent Barth Hochstenbach (49). Jarenlang stond de goedlachse Maastrichtenaar bekend als de kastelein van het roemruchte café In de Karkol. Dat is hij nog steeds, maar sinds hij in juni 2016 zijn tweede zaak, petit café Moriaan opende, staat hij zelf niet tot nauwelijks meer achter de tap. ‘Ik ben nu veel meer ondernemer, dat is absoluut waar.’ Het is een grote stap geweest voor

In de Karkol

Hochstenbach: in 1999 nam hij In de Karkol over en pas zeventien jaar later opent hij een tweede zaak. ‘En de eerste tien jaar heb ik fulltime in de zaak gestaan, later kwam daar meer personeel bij. Maar met name de laatste twee á drie jaar heb ik bewust meer de achtergrond verkozen. Ik ben toch degene die het beleid moet uitstippelen en ondernemen vreet nu eenmaal energie.’

Leestip: De nummer 1 van de Café Top 100 2016: In de Karkol

Tweede zaak naast De Karkol

Hochstenbach heeft ‘wel even z’n weggetje moeten vinden’, zoals hij het zelf zegt. ‘Ja, dat doe je er niet even bij. Het zijn twee volledige bedrijven en voor mij twee volledige banen.’ Dat merkte hij al snel, waardoor in september even gas terug genomen werd. ‘Ja, ik merkte dat het nodig was om even goed op de rem te trappen. Ik ben toen ook op vakantie gegaan en waar ik normaal m’n laptop meeneem en de telefoon, heb ik dit jaar twee weken lang helemaal niks gedaan. In de KarkolDat was wel nodig, ik merkte meteen dat ik beter sliep. Het is denk ik heel herkenbaar voor ondernemers, zeker met een nieuwe zaak. Je wil nog even dit doen, nog even dat, mailtje hier, factuurtje daar. Het kost je echt nachtrust en dat voel je meteen.’ Eenmaal uitgerust terug van vakantie begon Hochstenbach dan ook met meer zaken uit besteden. ‘Ik wilde voorheen alles zelf doen en irriteerde me mateloos aan een zakje chips dat scheef lag.’ Die tijd is gelukkig voorbij, constateert hij. ‘Het staat nu voor 80 procent en daar hebben wij met het team voor gezorgd. Die overige 20 procent moet het team nu invullen en mijn taak is om daar leiding aan te geven, te coachen, te managen en te organiseren.’ Kortom, een heel andere tak van sport. Dat had hij zich niet kunnen voorstellen toen hij in 1999 In de Karkol overnam.

Video: Barth Hochstenbach over winst Café Top 100 2016

Direct succes

Het enige dat we voor ogen hadden, was gewoon een leuk café beginnen.’ Barth Hochstenbach en zijn toenmalige vriendin Wilma hebben geen grootse plannen als ze In de Karkol overnemen in 1999. ‘De twee echtparen die er ervoor inzaten, hadden hier ook gewoon een leuk café neergezet waarmee ze een aardige boterham verdienden. Ze deden het ook met z’n tweeën.’ Dat doen Barth en Wilma ook. Ervaring hadden ze beiden op topniveau. Wilma werkte in de Poshoorn, dat in 2002 de Café Top 100 zou winnen, en Barth werkte in In den Ouden Vogelstruys, In de Karkoldat in 1996 de Café Top 100 al had gewonnen. ‘En wij wilden een gezellig café, een ideale mix van die twee cafés. Eentje zoals er in die tijd veel waren. Een bruin café, gerund door een echtpaar. Op een gegeven moment komt er eens iemand bij in de weekenden, het bleef maar groeien, en er bleven maar steeds meer gasten komen.’ Zo groeide het café, figuurlijk, maar de missie die het stel voor ogen had bleef intact. ‘Wat voor ons het belangrijkste is, is dat mensen na een bezoek aan In de Karkol denken: ‘Het was weer even fijn.’ En dat gaat ons volgens mij al achtien jaar behoorlijk goed af.’ Hochstenbach recht zijn rug. ‘Mensen moeten naar binnen gezogen worden door een café, moeten zich aangetrokken voelen tot de zaak. En wanneer is dat het geval: als je ze goede producten biedt, waar voor hun geld, geborgenheid, erkenning en herkenning.’

Leestip: Burgemeester en hoofdjury huldigen In de Karkol

Erkenning door herkenning

Dat laatste is belangrijk. ‘Ik wil niet dat iemand die hier vaker komt en altijd hetzelfde drinkt, dit continu moet zeggen. Na een paar keer moet het gewoon ingeschonken worden. Dat mensen erkenning krijgen door herkenning. Dat geeft ze een warm en welkom gevoel.’ Zodra Hochstenbach het over dit soort gastvrijheid heeft, is hij op dreef. ‘Toen ik net binnen kwam zag ik een meneer In de Karkolzitten die vorige week naar het ziekenhuis is geweest. Dan moet ik ’m toch even vragen hoe het gaat. Niet alleen uit interesse, maar ook omdat zoiets hoort bij jouw functie als gastheer. Dat verwacht ik ook van mijn personeel, zij moeten de gasten kennen en weten wat er speelt. Een drankje beleefd uitserveren volstaat niet. De ene gast wil veel schuim op zijn bier, de andere minder. Moet zo iemand dat telkens vragen? En een vrouw die graag Pinot Gris drinkt, die serveer je dat op het moment dat ze gaat zitten. Je maakt het voor jezelf ook makkelijker.’
Dat lijkt de lat hoog te leggen voor nieuw personeel. ‘Je moet het ook niet al te zwaar zien. Ik snap best dat je in het begin de juiste manier nog even te pakken moet krijgen, maar naar een paar weken moet dat toch wel in je zitten. Ik had laatst een nieuwe medewerker hier en die pikte dingen snel op. Maar wat helemaal goed was: er kwam een gast binnen die ik begroette met ‘Hoi Frans!’. Die nieuwe medewerker liep even later langs die gast en zei in het voorbijgaan: ‘Hallo Frans, alles goed?’ Hochstenbach geniet duidelijk als hij de anekdote vertelt. ‘En even later kwam Frans nog naar me toe en zei: ‘Barth, fantastisch die nieuwe jongen. Hij werkt hier net en kent nu al m’n naam, geweldig!’

‘Ik verwacht van mijn medewerkers dat ze weten wie de gasten zijn, wat ze drinken en wat er in hun leven speelt’

Als we tegenwerpen dat je dat ‘toch maar allemaal moet onthouden’, gaat Hochstenbach er nog eens goed voor zitten. ‘Ik zal je nog een voorbeeld geven. Vorige week vrijdag zat ik aan tafel in het café bij een aantal mensen waarvan er eentje zei: ‘U zult ons zich waarschijnlijk niet meer herinneren.’ Waarop ik zei: ‘Wacht, laat me even denken.’ Want ik wist namelijk wel dat ik ze ergens van kende, maar ik kon het zo snel niet plaatsen. Totdat het me te binnenschoot en ik tegen die man zei: ‘Een jaar of zes geleden hebben we aan die tafel gezeten, met ik meen uw schoonouders. Uit de omgeving van Rotterdam.’ Nou, hij keek me aan en was verbaasd. ‘Dat klopt!’. Vraag me niet hoe dat kan, want als ik die meneer in de stad tegenkom, had ik ’m nooit herkend. Maar in de Karkol kan ik dat heel goed plaatsen.’ Lachend: ‘Nou ja, ze kwamen uit Haarlem, maar goed.’

Donkere periode

Al vanaf het prille begin in 1999 gaat het ondernemen Hochstenbach goed af. Samen met zijn vriendin Wilma bouwt hij In de Karkol uit tot een warme huiskamer in het hart van de Limburgse hoofdstad. Alles gaat hen voor de wind totdat Wilma in 2006 na een ziekbed komt te overlijden. ‘Een inktzwarte periode waarvan ik wel veel geleerd heb’, vertelt Hochstenbach.’Het belangrijkste is dat je zelfs het diepste dieptepunt kan overwinnen.’ Hij blijft even stil. ‘Weet je, je moet het leven toch positief blijven benaderen uiteindelijk, hoe moeilijk dat ook is.’
In de KarkolZo schijnbaar eenvoudig als hij daar nu over praat zal het toen niet zijn geweest. ‘Het was verschrikkelijk, zeker in dit soort ambiances. Een sfeervol feestcafé met veel ‘levensmuziek’. En als dan Corry Konings gedraaid wordt met ‘Mooi was die tijd’… dan gaan je gedachten toch wel even terug.’ Of het dan helpt dat je in een café-omgeving bent, of is het juist lastig, willen we weten. ‘Het heeft zeker geholpen. Wilma was erg geliefd en mensen – zeker als ze een drankje gedronken hadden – werden er regelmatig emotioneel onder. Maar je helpt elkaar en mensen waren ook een steun voor mij.’ Zelf verwerkt hij het verdriet door veel te wandelen. ‘Soms ging ik om tien uur ’s avonds nog tweeëneenhalf uur lopen door en om Maastricht. Gewoon de kop leeg maken.’ Grinnikend: ‘Soms kwamen mensen me in m’n eentje ’s nachts om één uur tegen, dat zal er ongetwijfeld vreemd uitgezien hebben. Maar goed, ik heb gelukkig het geluk en de liefde hervonden en weer een stabiel leven op de rails gekregen.’

————————————————————————————————

Winnen van de Café Top 100

Wat er op hem af is gekomen sinds In de Karkol in november 2016 is uitgeroepen tot nummer 1  van de Café Top 100 2016. Barth Hochstenbach kan er met z’n verstand nog steeds niet bij. ‘Ik heb zoveel interviews gegeven, zowel aan regionale media als aan landelijke kranten en radiostations, bijvoorbeeld 538. Twee dagen na de winst had ik oprecht meer bloemen dan de bloemist even verderop.’ En die winst merkt hij tot op de dag van vandaag. ‘Er komen nog steeds mensen in het café die me aanklampen: ‘We hoorden je op de radio en we wilden het nu wel eens met eigen ogen zien. Maar ook veel collega’s uit de branche die hier een kijkje kwamen nemen. Die er echt een dagje van maakten.’ Of hij nog een tip heeft voor de volgende winnaar? ‘Jazeker: zorg dat je de dag erna voldoende vazen inslaat. Dat meen ik echt.’

 

Ook meedoen aan de Café Top 100? Bekijk hier meer informatie en schrijf je in.

————————————————————————————————

De geest van Maastricht

Toch heeft het hem ook veranderd. ‘Ik was destijds kwetsbaar. Alles draaide om Wilma en Barth toentertijd en ik wilde zorgen dat het meer om In de Karkol ging draaien en om de mensen. Want tijdens Wilma’s ziekte hadden we niemand in vaste dienst, wel veel studenten. Maar de zaak groeide zo hard, dat er mensen in vaste dienst kwamen en daar word je als ondernemer verantwoordelijk voor. Zij moeten de hypotheek betalen, dus daarom moet ik er ook op dat vlak voor hen zijn. Nou, als ik dat goed organiseer, dan hoeft Barth Hochstenbach er niet zeven In de Karkoldagen in de week meer te zijn.’ Het zorgt ervoor dat Hochstenbach het bij De Moriaan zakelijker aanpakt. ‘Dat doe ik bij In de Karkol ook, maar daar blijft heel sterk het gevoel nog meespelen. Elke keer als ik daar binnenkom, word ik weer verliefd.’ Het zit ’m niet zozeer in de inrichting of de uitstraling. ‘Er zijn tientallen cafés die mooier zijn dan In de Karkol. Maar het is een beetje wat omschreven wordt als ‘de ziel’ van een café. Je voelt bij In de Karkol de liefde rondwaren, het is ongrijpbaar.’

‘Elke keer als ik In de Karkol naar binnen ga, word ik weer verliefd:
hier wordt gelachen, hier wordt gehuild’

Hochstenbach verwijst naar het beeldje dat even verderop in de straat bij het pleintje staat: de ‘Mestreechter Geis’. ‘Dat is de geest van Maastricht. En dan niet in de trant van een spook, maar van beleving. Dat is moeilijk in woorden te vatten, maar zoals je carnaval moet voelen en beleven, zo beleef je In de Karkol. Hier wordt gelachen en hier wordt gehuild. De kracht van een goed café is dat het leeg ook gezellig is. Er zijn drukke zaken waar je je alleen kan voelen. Natuurlijk kom je hier voor een mooi glas bier of wijn, maar primair komen mensen bij de Karkol voor andere mensen. Wat is er nou mooier dan een goed gesprek over welk onderwerp dan ook, met een wildvreemde? En bovendien: als je daar geen behoefte aan hebt: er zijn voldoende andere cafés waar je met rust gelaten wordt.

Moriaan: focus op eten

Waar In de Karkol een bier- en bruin café bij uitstek is, richt Moriaan, schuin tegenover In de Karkol in dezelfde straat, zich op eten en het terras. Over bier, gastvrijheid en het cafébedrijf hoeft Hochstenbach niks meer te leren. Maar nu met een keuken erbij? ‘Ik heb goede chefs in dienst en in samenspraak met hen is het menu gemaakt. Dat was in het begin problematisch, want wij dachten van de MoriaanMoriaan een ‘eetcafeetje’ te maken. Maar de gasten waren zo enthousiast en er werd zoveel eten verkocht, dat we goed moesten gaan organiseren en structureren. Maar uiteindelijk is alles op z’n pootjes terechtgekomen.’ Wat heet: In de Moriaan begon direct na de opening goed te draaien. ‘Op dag één was het qua temperatuur en qua weer waanzinnig mooi, dus het was meteen druk. Maar het verbaasde me eigenlijk sowieso hoe goed mensen In De Moriaan direct wisten te vinden. Er was geen sprake van een aanloopje naar een drukke periode toe, het liep eigenlijk meteen.’ En ook niet onbelangrijk: In de Moriaan loopt met name in de zomermaanden én overdag goed, dankzij het terras, terwijl In de Karkol het van de wintermaanden en de dagen met ‘slecht’ weer moet hebben. Het vult elkaar dus prima aan. ‘We hadden een hele goede oktobermaand qua weer. Dan merk je dat het bij In de Karkol minder druk is. November had slecht weer en dat was direct weer goed voor het café. En december, dat is altijd een goede maand voor ons. Voor heel Maastricht eigenlijk.’

Gezicht van De Karkol én De Moriaan

Bij zijn café was en is Hochstenbach, al sinds hij er aan het roer staat, het gezicht van de zaak. Dat zal bij de Moriaan wel anders zijn. ‘Oh absoluut. Ik ben natuurlijk al een stuk minder aanwezig bij In de Karkol, maar daar staan gelukkig ook al weer De Moriaaneen flink aantal gezichtsbepalende figuren in de zaak, dus dat loopt prima. Maar het is sowieso nooit mijn bedoeling geweest ook het uithangbord van de Moriaan te zijn. Ik laveer tegenwoordig tussen beide zaken en dat gaat me prima af. Het is wat dat betreft zo ontzettend handig dat ze schuin tegenover elkaar liggen. Als er ergens iemand uitvalt om wat voor reden dan ook, dan spring ik bij. En de gasten weten inmiddels wel; Barth is van de Karkol en de Moriaan.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels