artikel

Ruud Baljé: ‘Alleen ben je sneller, samen kom je verder’

Catering

Twee jaar na de oprichting van VOCCateraars staat het samenwerkingsverband van vijftien middelgrote contractcateraars op het punt om nieuwe prioriteiten te stellen. Nieuwe leden erbij? Gezamenlijk inkopen? De soms tegengestelde belangen beletten voorzitter Ruud Baljé niet in zijn streven naar meer onderlinge samenwerking om zo sterker te staan in een dynamische markt.

Ruud Baljé: ‘Alleen ben je sneller, samen kom je verder’

Ruud Baljé (67) komt energiek het restaurantgedeelte van Van der Valk in Amersfoort binnenlopen. De locatie aan de A1 ligt mooi tussen een eerdere en latere afspraak in. Hij heeft net een van zijn leden bezocht en heeft aansluitend zijn volgende afspraak ook onder de vlag van de toekan gepland.

Pensioengerechtigd is hij al een paar jaar, maar aan nietsdoen heeft hij een broertje dood. Op de vraag of hij voorzitter van de Vereniging van Ondernemende Contract Cateraars wilde worden, zei hij in 2014 dan ook volmondig ‘ja’. Een baantje dat hem zo’n acht uur in de week zou gaan bezighouden. Zo was de inschatting. ‘Nu zijn dat toch wel drie dagen per week geworden.’ Waar die extra tijd in gaat zitten? Het valt in de praktijk nou eenmaal niet mee om vijftien middelgrote cateraars blijvend te overtuigen dat samenwerking loont. Vooral niet als ze ook nog eens opereren in dezelfde regio of reageren op dezelfde aanbesteding.

‘Toen ze mij vroegen, ging ik voortvarend het traject in van verkennen, herkennen en het erkennen van elkaar. Dat heeft langer geduurd dan ik dacht’, zegt hij. ‘Sommige leden hebben een omzet van twintig miljoen, anderen tussen de twee en drie miljoen. Wat betreft het delen en durven delen van kennis, een van onze doelstellingen, waren er grote verschillen van inzicht. Je blijft toch concurrenten van elkaar.’

Waar staat VOCCateraars nu?

We zijn volop in ontwikkeling. Maar ik had verder willen zijn nu, daar ben ik eerlijk in. Dat is wel wat ik heb geleerd, zo’n club goed neerzetten is een proces van jaren.’

Wat zijn de voornaamste ‘hobbels’ waar je tegenaan loopt?

‘Het was goedbedoeld, de wil om kennis te delen. Maar het durven delen is een ander verhaal. Net als het besluit bij oprichting om ieder lid één stem te geven. Iedereen gelijkwaardig. Maar de onderlinge verschillen en belangen zijn groot. Sommige ondernemers zijn ook verder dan andere. Een belangrijk doel was om te komen tot een vorm van gezamenlijk inkopen. Zonder daarbij je vrijheid te verliezen. Dus je mocht nog steeds zelf weten waar je inkoopt en via welke kanalen. Dat is nog niet van de grond gekomen. En ik ontdekte bij één van onze leden een universeel bestelsysteem. Daar zaten veel elementen in die ook voor de andere leden interessant zijn. Ook dat is niet gelukt om te delen. Achteraf heb ik mij ook gerealiseerd dat ik het verkeerd heb aangevlogen. Men dacht dat ik uit was op één VOCC-bestelsysteem voor alle leden. Wat niet zo was. Daar heb ik ook van geleerd. Het belangrijkste is toch dat je het goed met elkaar kunt vinden. Ik stimuleer echt om vaker die kop koffie met elkaar te drinken.’

Kun je nog even schetsen wat de aanleiding was om de VOCC op te richten?

‘Dat had meerdere redenen. Wat je vooral zag gebeuren was dat de grote partijen in de branche veel beter op de hoogte waren van juridische en marketingaspecten. Ze zijn simpelweg beter opgetuigd om dit goed te regelen en dat maakt het voor middelgrote cateraars moeilijker om mee te komen. Het doel van de VOCC was heel duidelijk: hoe kunnen we met behoud van het eigen gezicht van het individuele lid gezamenlijk groeien. Met op de achtergrond een organisatie die de leden helpt bij zaken als arbeidsconflicten, inkoop en juridische zaken.’

Wat is het verschil tussen jullie en de Veneca?

‘Wij zijn heel anders dan de Veneca. Waar zij vooral bezig zijn met een lobby richting de politiek, zijn wij er veel meer voor de belangen van de ondernemer. De middelgrote cateraars waren tot dan toe niet verenigd. Hadden nauwelijks een stem, bijvoorbeeld bij de cao-onderhandelingen. Terwijl we daar wel graag over mee willen praten. In totaal werken er bij ons toch zeker 1.500 mensen. We hoeven geen eigen cao en ook geen cao die ten koste gaat van de medewerkers, maar we willen wel graag gesprekspartner worden. En dan gaat het er ons om dat we een cao willen die beter aansluit bij de praktijk op de werkvloer. Die rekening houdt met een economie die 24/7 doordraait. Ik denk namelijk dat onze ondernemers meer van de werkvloer weten dan de hele grote cateraars.’

Jullie begonnen met twaalf leden. Nu zijn het er vijftien. Wat is de uiteindelijke doelstelling?

‘Voordat we begonnen, is er een inventarisatie gedaan en daaruit kwam naar voren dat er ongeveer zestig bedrijven in aanmerking komen voor het lidmaatschap. De voorwaarde is dat je een in Nederland gevestigd bedrijf bent, dat zich bezighoudt met catering onder contract en dat je niet bent aangesloten bij een andere branchevereniging. Wij hebben nu gekozen voor een geleidelijke groei. Op koopjesjagers zit ik niet te wachten. Wel op partijen die bereid zijn om de krachten te bundelen en kennis te delen. Zo breidt het vanzelf uit tot een club die de leden voordelen oplevert.’

Zijn er voorbeelden te geven van voordelen die de club al heeft opgeleverd?

‘Jazeker. Er zijn al meerdere gezamenlijke meeting-momenten geweest. Tijdens de Beurs Facilitair bijvoorbeeld. Daar hebben we openlijk gediscussieerd over wat de opdrachtgever wil. Ook kwam de vraag of er niet iets te ontwikkelen is op het gebied van kwaliteitsmeting. We proberen nu zoiets te ontwikkelen. En vorige week nog hebben we gediscussieerd over de ontwikkelingen in de branche. De nieuwe cao, of hele basale dingen als: hoe maak je een offerte, hoe ga je om met sociale media of wat is het doel van je website? Zelf heb ik al drie keer gesprekken gevoerd met mogelijke opdrachtgevers. Daarbij ben ik niet gelijk de commerciële partij, maar kan ik luisteren naar de wensen en die weer neerleggen bij de leden.’

 

Is het niet te druk?

‘Nee hoor. We maken nu duidelijk een inhaalslag door taken beter te delegeren. De pr en marketing van de vereniging worden nu gedaan door Maaike de Reuver van WE CANTEEN, een van onze leden. En vanaf augustus hebben we ook een eigen kantoor. Nu zitten we nog bij een van de leden in. Verder is de administratie uitbesteed. Ook is er een juridische helpdesk opgericht. Er zijn afspraken gemaakt met twee juristenkantoren waar leden terecht kunnen. Verder is er op een afgesloten deel van de website ruimte gemaakt voor ‘best practices’. Hier kunnen leden anoniem hun ervaringen delen. Waar loop je tegenaan? Wat is te duur? Dat soort zaken.’

 

Wat kost het lidmaatschap?

‘Je betaalt nu een entrance fee van € 1.000 en dan € 150 per maand. Dat wil ik ook zo houden. Het doel is wel om nu ook zelf geld te gaan genereren. Door het maken van collectieve financiële afspraken met onze partners, zoals voor ICT, begeleiding op het gebied van administratie, financiën en personele vraagstukken, maar vooral ook inkoopafspraken, genereren we voor de leden betere condities, waarvan wij ook een deel naar de vereniging gaan laten vloeien. Dat is nodig om de dingen te kunnen doen die nu eenmaal geld kosten. Ik denk zelf dat binnen een jaar de begroting moet verdubbelen. Maar ook daarvoor geldt, dat er consensus moet zijn van de leden. Samenwerking is in mijn ogen alleen maar goed. Alleen kun je als bedrijf soms sneller zijn, maar samen kom je verder.’

 

Wat zie jij gebeuren in de branche?

‘Veel bedrijven kijken naar een andere inrichting van hun bedrijfsrestaurant. Je praat over dure meters die maar een kort moment van de dag gebruikt worden. Steeds meer bedrijven willen een kleinschaliger opzet van het restaurant. Of kijk naar al die bedrijfsverzamelgebouwen met kleine ondernemers. Ook daar is behoefte aan catering. Een van onze leden is daar ook een concept voor aan het ontwikkelen. Het zou mooi zijn als we dat binnen de club kunnen delen.’

 

Een markt met kansen dus?

‘Als ik praat voor mijn eigen leden, dan moeten zij echt beseffen dat ze goud in handen hebben. Het type onderneming dat bij ons is aangesloten, heeft veel groeipotentieel. Waarom? Veel opdrachtgevers zoeken een dienstverlener die kan leveren wat zij willen. Maatwerk dus. Kleinere ondernemers kunnen dat veel sneller organiseren dan de hele grote cateraars. Als zij ergens komen, leggen ze toch een vast concept neer met herkenbare producten. Wij leveren maatwerk.’