artikel

Sjoerd Kooistra voelt zich niet aangesproken

Horeca

Een storm van kritiek is losgebarsten over Sjoerd Kooistra (52). Goedlopende bedrijven laat hij met opzet ‘ploffen’, met zijn poenschepperij dupeert hij de samenleving voor miljoenen, mensen maakt hij moedwillig kapot. Het laat de omstreden horecatycoon allemaal koud. ‘Hard? Zo is het leven.

Het is een idyllisch plaatje. De villa van Sjoerd Kooistra in het plaatsje Ubbergen bij Nijmegen ligt onder een dikke laag sneeuw. De enorme tuin is gehuld in maagdelijk wit. De steile oprijlaan is spekglad en eigenlijk alleen nog geschikt voor sleetje rijden. Kooistra opent zelf de deur. Voor iemand die zo onder vuur ligt, is hij opvallend gemakkelijk benaderbaar. Hij is net terug van een verblijf in Spanje, waar hij zes maanden per jaar verblijft. Hij is herstellende van een kaakontsteking. Zijn gezicht trekt nog. Zodra dat cosmetische ongemak over is, zal hij in Nova zijn verhaal doen.

Wordt het niet eens tijd voor een charmeoffensief?‘
Wat moet ik daarmee? Ik voel me door niemand aangesproken.’

U beschadigt het imago van de branche?‘
Ik doe niet in drugs, ik doe niks zwart. En er is niemand die zulke mooie bedrijven neerzet als ik.’

Negen van uw pachters zijn vorig jaar failliet gegaan, dat zijn ruim twintig zaken? ‘
Twee van die negen hadden domme pech, de andere zeven waren nieuwe pachters met een contract van een half jaar. Ik kan niet van te voren zien wat voor vlees ik in de kuip heb. Dat ik in totaal 29 pachters heb met een gemiddelde pachttijd van zes jaar, daarover hoor je niemand.’Als Kooistra met een nieuwe, onbekende pachter in zee gaat, krijgt die een contract van een half jaar. Gaat alles goed, dan volgt een nieuw contract van weer een half jaar. Dat herhaalt zich nog een derde keer. Daarna krijgt de pachter een contract van vijf of tien jaar. Kooistra doet dat om de volgende reden. Volgens de wet heeft een pachter na twee jaar huurrechten. Door tot drie keer toe een contract van een half jaar te geven, heeft Kooistra de beste mogelijkheden om makkelijk van een pachter af te komen. ‘Je leert mensen pas kennen als ze met geld om moeten gaan. Ik wil het recht hebben om na een half jaar afscheid te kunnen nemen.’ De bv’s van de zeven nieuwe pachters gingen failliet nadat hij het pachtcontract had opgezegd. Nieuwe pachters stonden inmiddels al weer in de rij om het stokje over te nemen.

U vraagt dertig procent van de omzet?‘
Van vier zaken bedraagt de pacht 30 procent van de omzet. Bij dertig procent van de zaken bereken ik een percentage van de omzet. Dat heeft te maken met seizoenspieken. Waar haalt een café dat het moet hebben van de zomer, in januari zijn geld vandaan? De overige zeventig procent betaalt een vast bedrag.’

Het blijven onbetaalbare bedragen?‘
Dat is vrije prijsvorming. De pachters hoeven geen geld mee te nemen, ze betalen geen rente, doen geen afschrijvingen. Ik dwing ze tot niks. De brouwerijverplichting is de enige verplichting. Voor de rest zijn ze vrij in het kiezen van leveranciers. En als ze niet willen, zoeken ze toch een ander die een zaak aanbiedt met een omzet van 3 miljoen?’

U steekt de hectoliterkortingen van de brouwers in eigen zak?‘
Daar heb je weer zo’n vraag. Wat ik wel of niet met een brouwer heb, gaat ze geen donder aan. Als de pachters het goed doen, kunnen ze geld verdienen.’

U int iedere week uw pacht zodat u er bij een faillissement niet bij inschiet?‘
Dat deed ik al toen ik één bedrijf had. Met faillissementen heeft dat niks te maken. Als verpachter wil ik gewoon m’n centen zien. Ik zie niet wat daar fout aan is. Jij controleert toch ook iedere maand je loonstrook?’

U bent een harde?‘
Wat is hard? Ik probeer bedrijven zo goedkoop mogelijk te kopen en zo duur mogelijk te verkopen. Welke tactiek ik daarvoor gebruik, verschilt van geval tot geval.’

Voelt u zich horeca-ondernemer?‘
Nee. Ik beleg in horeca en ik verhuur. Ik ben niet die gezellige vent die in de kroeg staat te lullen. Genoegen haal ik uit het ontwikkelen van nieuwe concepten, het bouwen van een nieuwe zaak. Daarbij bemoei ik me met het laatste asbakje. Maar op het moment dat de deuren opengaan, ben ik weg. Ik ben niet eens op het openingsfeestje. Ik ben totaal op afstand.’