artikel

Forse kritiek op nieuwe jurering Gouden IJsspatel

Horeca

Onder gerenommeerde ijsbereiders heerst veel onvrede over de nieuwe wijze van jurering tijdens de laatstgehouden vakwedstrijd om de Gouden IJsspatel. De kritiek richt zich op het systeem van steeds wisselende jury’s, gevormd uit het deelnemersveld. Hierdoor zou er onvoldoende sprake zijn van een eensluidende en deskundige beoordeling.

‘Ik heb de Gouden IJsspatel drie keer gewonnen en behaalde daarnaast altijd ereplaatsen’, zegt Marcel Janssen van ijssalon Florence in Nederweert. ‘Nu eindigde ik opeens in de onderste regionen. Dat kan toch niet? Natuurlijk, het is een wedstrijd en je kunt niet altijd winnen. Maar het verschil met voorgaande jaren was wel erg groot. Ik ben geneigd dit te wijten aan ondeskundige jurering. Ja, door laagvliegers in de branche. En anders moet er iets helemaal fout zijn gegaan in de puntentelling. Maar dat werk je met dit systeem misschien ook wel in de hand.’

Meesterijsbereider Janssen is niet de enige veelvuldig gelauwerde ijsmaker wiens product dit jaar voor het eerst geen hoge ogen gooide. Zijn collega Theo Clevers van IJssalon Clevers in Grubbenvorst en Arcen vond zijn frambozen sorbetijs in een deelnemersveld van 72 terug op de plaatsen 28 en 63. ‘Terwijl ikzelf deze ijsjes eerder omgekeerd had beoordeeld’, zegt hij. ‘Wellicht heb ik een ander idee over hoe frambozenijs moet smaken dan veel van mijn collega’s. Daar is niets mis mee. Maar het blijft toch opmerkelijk dat bijna alle inzendingen die puur met verse frambozen waren gedraaid zeer slecht beoordeeld zijn. Als meesterijsbereider vind ik dat een frambozenijsje naar framboos moet smaken en niet alleen naar suiker. Ik weet bijna zeker dat een deskundige vakjury een geheel andere uitslag had opgeleverd.’

Ook de Texelse ijsmaker Willem Roeper, in 2003 winnaar van de Gouden IJsspatel, liet eerder in Snackkoerier al weten zijn twijfels te hebben over de nieuwe manier van jureren. ‘Alleen met een panel dat uit dezelfde mensen bestaat, kan sprake zijn van een objectieve waardering. Nu waren er wisselende groepjes met ieder een andere gemiddelde smaak. Zo kun je dus niet spreken van gelijke monniken, gelijke kappen.’, aldus Roeper, die dit jaar met zijn producten op de plaatsen 51 en 64 eindigde.

‘Dit was een experiment dat naar mijn idee grotendeels geslaagd is’, reageert Maarten Colijn namens de organisatie van de Gouden IJsspatel. ‘Je mag toch van je collega’s verwachten dat ze verstand hebben van ijs maken. Als er echter ijsbereiders zijn die weer een ander idee voor jurering hebben, dan wil ik daar graag over met hen in gesprek. Maar let wel, aan iedere manier van jureren kleven nadelen. En laten we er toch vooral niet al teveel ophef over maken.’