artikel

Girlpower in Harbrinkhoek

Horeca

Het plotselinge overlijden van haar vader stelde Charlotte Alberink voor de keuze. De zaak verkopen of zelf verder gaan. Ze koos voor het laatste. ‘Zou je het nou wel doen’ kreeg ze vaker te horen dan ‘kom op, je kunt het’. Nu, tweeëneenhalf jaar later, heeft ze de stijgende lijn te pakken. Hiervoor riskeerde ze wel een breuk met haar moeder en was het nodig om de plaatselijke voetbalclub de deur te wijzen. ‘Ze zagen mij als een snotaap.’ En dat, zo heeft de 25-jarige horecaondernemer inmiddels wel bewezen, is ze zeker niet.

Girlpower in Harbrinkhoek

Ze trekt haar schouders even op. Zegt: ‘Ik doe wat ik doe. Zo bijzonder is het toch niet?’ Toch staat de reactie van de Grolschinspecteur toen ze twee jaar geleden de zaak overnam niet op zichzelf. ‘Zou je het nou wel doen’, kreeg Charlotte Alberink te horen. ‘En we zijn ook heel erg ver geweest met de verkoop. Maar ik zou mijn leven lang spijt hebben als het zou zijn verkocht, en vervolgens een succes was geworden.’

Net twee weken zit Charlotte Alberink op de Grolsch Horeca Academie als haar vader in september ’98 overlijdt. Bijna dertig jaar bestierde hij samen met zijn vrouw café, partycentrum en kegelbaan De Spar in het Twentse Harbrinkhoek. Het kleine dorpje vlak achter Almelo vormt samen met Maria Parochie een buurtschap met ongeveer 2000 inwoners. ‘Mijn vader was al een paar jaar ziekelijk. Hij was gewoon op. En als de fut uit een bedrijf is, gaat het langzamerhand bergafwaarts. Dan merk je tijdens een feestje ook dat de koffie niet zo lekker is als normaal.’

De grote zaal naast het cafégedeelte en de kegelbaan trokken nog maar weinig bezoekers. Echt druk was het alleen op zondagavond, als de plaatselijke voetbalclub er zijn biertjes kwam drinken. ‘Voor mij was het een principekwestie om de zaak in de familie te houden. Ik heb gewoon gezegd: ik weet dat het moeilijk wordt, maar samen met mijn vriend is het vast wel te doen.’

Niet zielig
Het is mooi weer deze dinsdag. De zaak is gesloten. Charlotte heeft haar enige vrije dag in de week. Nou ja, vrij. ‘Vanmiddag moet ik nog even naar het gemeentehuis. Nog iets met de vergunning regelen om op Hemelvaartsdag een drive-in te mogen organiseren.’
Ze blikt naar buiten. ‘Tuurlijk zou ik nu best op het terras willen zitten. Net als ik het ook leuk vind om aan de bar te hangen. Maar veel van mijn vriendinnen kom je na werktijd nooit tegen. Als zij klaar zijn moet ik werken. Of ze zijn getrouwd en moeten op de kinderen passen. Gelukkig heb ik een lieve buurvrouw. Eén avond in de week ga ik bij haar langs en drinken we gezellig een fles wijn leeg. Voor mij is dat ook lekker. In een klein dorp als dit kun je eigenlijk niet op geheimhouding vertrouwen. Maar haar kan ik alles vertellen, en ik weet zeker dat het niet verder komt.’

Ze lacht. Vindt zichzelf ook bepaald niet zielig omdat ze er inmiddels helemaal alleen voor staat. Een half jaar geleden maakte ze een einde aan de verkering met vriend Bas. ‘Hij had andere ideeën hoe het verder zou moeten met de zaak dan ik’, verklaart ze. ‘De Spar lag helemaal op zijn kont. Sowieso moet er nog drie tot vijf jaar hard worden gewerkt om er weer iets van te maken. Hij was zoiets niet gewend. En als ik er niet mee zou zijn grootgebracht, was het mij ook nooit gelukt. Een half jaar geleden werd me duidelijk dat ik beter zonder hem verder kon. Ik ben er nog steeds niet, werd me toen wel duidelijk. Ik heb de draad opgepakt en ben verdergegaan. Veel mensen vroegen zich ook af hoe dat zou uitpakken. Maar Bas stond alleen maar in het café. Ik deed verder eigenlijk alles wat met de zaak te maken had. Veel mensen wisten dat niet.’

Vrij direct
De breuk in haar relatie was de zoveelste keer dat ze gedwongen werd belangrijke keuzes te maken. Aan het overnemen van de zaak had ze al nooit gedacht. ‘Misschien op termijn nog eens. Maar als het aan mij had gelegen, was ik eerst in een paar andere bedrijven gaan werken. Al snel na het overlijden van mijn vader werd duidelijk dat mijn moeder de zaak niet alleen zou kunnen regelen. Zij had ook eerder in moeten grijpen toen duidelijk werd dat mijn vader het niet meer aankon. Een andere aanpak was nodig; er waren veel dingen die me niet aanstonden. Het bruto winstpercentage bijvoorbeeld was veel te laag.’

Een jaar probeerden ze het samen. Dat botste al snel. ‘Ik heb mijn eigen ideeën. Voor mijn moeder was het maar moeilijk om te zien dat ik het allemaal heel anders wilde, en dat het op mijn manier ook beter ging. Ik ben ook vrij direct in mijn opmerkingen. Na een jaar wilden we er mee stoppen. De Spar stond te koop. Uiteindelijk heb ik op 1 december 1999 de zaak gekocht. Ik was vanaf dat moment ook eigenaar van het onroerend goed. Nogal wat mensen hebben zich afgevraagd hoe ik aan het geld kom. Maar dat gaat niemand wat aan. Het is me gelukt, en daar gaat het om.’

Om de familieverhoudingen niet verder te schaden, verhuisde Charlotte naar de woning boven de zaak en haar moeder naar Charlottes huis. ‘Vanaf dat moment werkte het een stuk lekkerder. Je kunt je beter ontplooien. Elk kind moet op een gegeven moment bij de ouders weg. Nu gaat het weer goed tussen ons. Afgelopen zondag kwam ze hier nog eten. Ze is heel precies wat betreft het bakken van vlees. Maar na afloop zei ze dat het heerlijk had gesmaakt. Zo is ze gewoon…’

Zaken trekken weer aan
Het was aan de bar van restaurant Linke Loetje in Schagen dat Charlotte een paar weken geleden – als één van de deelnemers aan de Mobiele Horecatraining van Misset Horeca – haar verhaal uit de doeken deed. Het relaas van de jonge onderneemster maakte indruk. Met name door de vele hobbels die ze in haar leven als zelfstandig horecaondernemer heeft overwonnen. Vader overlijdt. Onmin met je moeder. Zaak gekocht. Verkering uit. Eén van de belangrijkste inkomstenbronnen van het café, de voetbalvereniging, de deur gewezen. En ondertussen proberen de gang weer in het bedrijf te krijgen. Toch blijven de bruine ogen lachen.

Eerst een rondleiding, te beginnen in de grote zaal. De ruimte waar vrijwel geen enkel horecabedrijf in deze hoek van het land zonder kan. ‘Het trekt alweer aan. Themafeesten. Binnenkort treedt hier een plaatselijk bekende artiest op. Is er ook een Tirolerfeest. In juli een beachparty.’ Ze wijst op de muren. ‘Ik had twee prioriteiten toen ik de zaak overnam. De muren moesten geschilderd, en een nieuw dak was nodig. ‘Ik belde een bedrijf hier uit de buurt voor een offerte voor dat dak. Zeiden ze dat ik De Spar nooit had moeten overnemen. Zoiets wil je toch niet horen! Ze reageerden echt heel bot. Ik ben naar een ander gegaan.’

Ze loopt door. Naar de kegelbaan. ‘Het was me al snel duidelijk dat hier de meeste potentie in zit. Hij wordt ook veel afgehuurd, net als de eigen bar en grote barbecue die in dit gedeelte van de zaak te vinden zijn. Charlotte schuift de vitrage van de achterdeur opzij. Daar ligt de parkeerplaats aan de achterkant. ‘Ik wil er volgend jaar een terras hebben. Het is toch zo dat je de extra omzet die je maakt meteen weer moet investeren.’
Eenmaal aanbeland in de keuken zegt ze in de toekomst de kaart van het cafégedeelte graag te willen uitbreiden. ‘Ik kan goed koken, al zeg ik het zelf. Maar zoiets kan ik pas doorvoeren als ik de keuken op orde heb.’

Te goed voor de voetballers
Het cafégedeelte kan voorlopig ongemoeid blijven. Ze klopt tegen één van de pilaren op de bar. ‘Superdegelijk. Kan nog jaren mee. Als mijn vader iets liet maken, moest het wel goed zijn.’ Naast de bar hangt een elftalfoto van de voetbalvereniging. ‘Dan kan het volk tenminste niets zeggen’, verklaart ze. Eerder heeft ze dan al uit de doeken gedaan hoe het zo verkeerd kon lopen tussen haar en de lokale voetballers van MVV. Of beter gezegd, met de voorzitter van de club.

Mijn vader is altijd veel te goed geweest voor de voetballers. En de club heeft daar misbruik van gemaakt door hem helemaal uit te melken. Twee jaar voor mijn vaders overlijden kwam de voorzitter hier met plannen voor een eigen clubgebouw. Mijn vader zou het gaan pachten. Maar hij moest ook de schoonmaakkosten voor zijn rekening nemen, het personeel gaan betalen en ƒ35.000 pacht per jaar voor zijn rekening nemen. Het kwam neer op een totale investering van 75.000 gulden terwijl al was berekend dat er maximaal twee ton omzet per jaar in zou zitten.

Nadat pa was overleden, bleef het even rustig. Maar na een maand kwam de voorzitter. Gelukkig stond er niets op papier en ik voelde er niets voor om het plan door te zetten. Ondertussen hadden wij nog wel het beheer over hun kantine. Ook die afspraken waren erg slecht. Op een gegeven moment heb ik de prijs van het bier daar met een kwartje verhoogd. Toen is die man een stampij staan maken, het werd echt oorlog. Hij ging mij ook overal in het dorp zwartmaken. Ik was dat jonge meisje dat er samen met haar vriendje niets van zou begrijpen. Maar ondertussen had ik er ook de BEM (Bevordering Eerlijke Mededinging) al bijgehaald en bezwaar tegen de nieuwe kantine aangetekend. Toen had ik het natuurlijk helemaal gedaan.’

Meegesleurd‘
Ze komen hier niet meer na de wedstrijd. Daar ben ik mee gestopt. Van sommige spelers krijg ik wel eens te horen dat ze het jammer vinden. Zelf vind ik dat ik groot moet kunnen worden zonder voetbal.’
Toch stond er nog maar net een dikke punt achter de ‘voetbalaffaire’ toen de verkering uitging. Het bleek het moment voor haar personeel, vijftien parttimers en twee fulltimers, om initiatief te nemen. ‘Ze hebben toen echt gezegd ‘jij gaat daar niet in je eentje boven zitten. Anders sleuren we je naar beneden. Jij gaat uit’. En dat gebeurt nog steeds regelmatig.’

Charlotte is er blij mee. Ze mag dan voorlopig alleen door het leven gaan, eenzaam is ze zeker niet. ‘Ik heb het laatste halfjaar veel geleerd. Met de omzet gaat het de goede kant op. De jeugd uit het dorp heeft veel vrienden uit Almelo die ze hier mee naar toe nemen. Maar ook veel oudere gasten blijven hier komen. Tuurlijk, af en toe zit ik nog wel eens in een dipje. Maar ik heb wel het idee dat ik de stijgende lijn nu echt te pakken heb.’