artikel

‘Ik verdien mijn geld met hamburgers

Horeca

Massop staat om 4.30 uur op. Dan pakt ze eerst de wagen in en haalt verse broodjes bij de plaatselijke bakker. Om 6.15 uur is ze ter plaatse om de kraam op te bouwen. ’s Avonds om een uur of zes gaat het personeel naar huis en keert Massop terug naar Neede, om de kraam uit te pakken en schoon te maken. Lange dagen dus. ‘Bovendien ben ik door de week nog een dag of twee bezig met de voorraad en met de administratie. Daarnaast heb ik een baan voor twee dagen, bij snackfabriek Elite in Neede. Daar neem ik tevens mijn hamburgers af.

‘Ik verdien mijn geld met hamburgers

Volgens Massop is dat een groot voordeel. ‘Ik weet hoe ze daar werken. Het is schoon en hygiënisch en ik weet precies wat er in de hamburger zit. Dat kan ik mensen aan de kraam ook vertellen als ze vragen hebben over mijn product. Bovendien zijn het goede hamburgers en lekker van smaak. Ik verkoop ook wel andere hamburgers, maar zelf eet ik alleen die van Elite.’Massop begon met louter hamburgers en frisdrank. Daarna kwamen er steeds meer producten bij. ‘Zo verkoop ik nu broodjes braadworst, frites en knakworst. Het liefst wil ik nog meer producten in mijn assortiment opnemen. Veel mensen vragen namelijk naar frikandellen en kroketten. Ook wil ik ijs gaan verkopen, maar dat kan niet op de oppervlakte die ik nu heb. En dan kom je bij de specifieke situatie van een warenmarkt. Uitbreiden kan niet zomaar.’

Gesaneerde’ markt
Voor een grotere kraam zou Massop extra meters moeten huren van de gemeente. Bijvoorbeeld in de gemeente Winterswijk, waar zij op ook de markt staat, is dat aan banden gelegd. ‘Dit is een ‘gesaneerde’ markt’, legt Massop uit. ‘Dat betekent dat het aantal snackkramen vastligt. Aan de andere kant van de kerk staat er nog een, nu mogen er niet meer bijkomen. Dat kan pas als één van ons weggaat. In Enschede bijvoorbeeld is dat heel anders. Daar mogen onbeperkt kramen bijkomen.’Voorlopig staat Massop dus met haar kraam, een beperkt assortiment en twee vrouw personeel elke zaterdag in Winterswijk. ‘Van die zaterdag moet ik het dus hebben. En dat lukt ook. Je hebt weinig vaste kosten in een kraam. Je betaalt de huur, het gas en de personeelskosten. Onderhoud aan de kraam heb je nauwelijks. Ik kan doordeweeks wel een markt erbij nemen, maar dat zijn vaak maar halve dagen. Daar heb ik niks aan, want die duren vaak maar tot een uur of twaalf. Dan mis ik net de lunch. Bovendien is zaterdag echt dé dag voor gezinnen. Daarom houd ik het maar bij de zaterdag. De andere dagen ben ik druk, ik heb ook een dochtertje. Zo houd ik er zelf ook nog wat aan over. ’

Onvoldoende stroom
Het praktische nadeel dat Massop productenderving heeft doordat ze maar één dag operationeel is, heeft ze opgelost door met ingevroren producten te werken. ‘Ik werk in de kraam met koellades. Als ik de hamburgers dicht tegen elkaar inpak, blijven ze de hele dag bevroren. Wat ik over heb, gaat thuis terug in de vriezer. Zo hoef ik geen ontdooide producten weg te gooien.’De hamburgers moeten daardoor wel wat langer op de bakplaat. ‘Ik heb twee bakplaten, één voor het bereiden van de hamburgers en één om een kleine voorraad warm te houden. Zo kun je altijd direct verkopen.’ Daarnaast heeft Massop twee ovens voor het bereiden van de frites. De hele installatie werkt op gas. ‘Stroom heb je hier niet voldoende,’ zegt Massop. ‘Dat is tamelijk slecht geregeld. Je hebt ongeveer genoeg om drie peertjes te laten branden. Maar ’s winters wil je ook wel eens een elektrisch kacheltje of een tl-buis aansluiten. Bovendien betaalt iedereen hetzelfde bedrag voor stroom, terwijl een aantal kramen wel meer kunnen afnemen. Dat vind ik dus slecht.’

Ingerold
De lange dagen op de markt, in weer en wind, vindt Massop geen bezwaar. ‘In de winter zet ik nu een gaskacheltje neer. En bij 13 graden vorst kun je net zo goed wegblijven. Dan gaat niemand buiten op de markt een hamburger staan eten. Het is trouwens ook erg leuk werk. Ik ben er via mijn vader ingerold, die staat hier met lederwaren. Hij hoorde via via dat deze hamburgerkraam vrijkwam. Zo heb ik hem zes jaar geleden kunnen overnemen. Dat wil zeggen, ik zit met de oude eigenaar in een vennootschap onder firma, want overname zoals bij een gewone zaak kan op de markt niet. Alleen van vader of moeder op kind.’