artikel

Jan en Bram van der Pligt

Horeca

Vader Jan van der Pligt wordt door zoon Bram opgevolgd. Oude en nieuwe generatie wisselen de wacht in het mega-uitgaanscentrum Alcazar Pleasure Village in Puttershoek. Verschil in denk- en handelswijze tussen Jan en Bram blijkt er bijna niet te zijn. Karakters blijken wel anders. ‘We praten veel door, maar niet aan de eettafel of op feestjes.

Jan en Bram van der Pligt

Een zoon die het overneemt van z’n vader. Je verwacht een jonge god en een uitgebluste oude man. Niks is minder waar. Zoon Bram heeft inmiddels al de respectabele leeftijd van 43 jaar bereikt. Jan werd al vader toen hij 18 was. Wellicht dat hij daarvan zo was geschrokken dat het bij Bram bleef. ‘Of het niet jammer is dat ik enig kind ben? Als je niet weet wat het is, mis je ook niks’, zegt Bram berustend.

Zijn vader ziet er op 59-jarige leeftijd nog puik uit voor iemand die een van de grootste uitgaanscentra van Nederland runt. Weelderige grijze haardos en een ietwat getekend, maar daardoor juist ook weer aantrekkelijk, gezicht. En hoewel Bram niet op z’n mondje is gevallen, blijkt die van Jan toch nog altijd wat groter. Zoon kijkt regelmatig bewonderend naar vader. Andersom eigenlijk niet. Al spreekt de oude generatie soms wel enthousiast over de nieuwe generatie. Vooral als het gaat om noviteiten die uit de koker van zoonlief komen. Want daar was pa zelf ook altijd heel sterk in. ‘Waarom ik afscheid neem? Je moet een keer een punt zetten’, aldus Jan. ‘Hij heeft het een beetje gehad’, zegt Bram.

De karakters blijken te verschillen. ‘Ik ben anders dan Bram’, zegt vader Jan. ‘Hij is minder dominant. Zijn achtergrond is ook anders. Wel horeca, maar als kok en restauranteigenaar. Ook heeft hij zich verdiept in het IT-gebeuren.’ Dat verschilt zeker met de ‘roots’ van Jan. Midden 20 verruilde die z’n vrachtwagencabine voor de toog van z’n eerste café. Vanaf 1973 was er dan de Poshoorn, de voorloper van het huidige mega-uitgaanscentrum Alcazar in Puttershoek. Jan verklapt: ‘Ik wilde ooit ook kok worden. Wilde een cafetaria beginnen.’ Er wordt gelachen. Jan serieus: ‘Een goede kok die geen patat kan bakken, is geen goede kok.’

Dat kon hij blijkbaar wel aardig, want er kwam ook een bistro. Jan haalde in de keuken echter niet het niveau dat wel werd gehaald door Bram. Die draaide negen jaar lang als kok een middenklasse restaurant tot volle tevredenheid. Ondertussen was Jan al bezig met de kwestie ‘opvolging’. ‘Je moet geen kok worden’, had vader zijn zoon al meer dan eens fijntjes meegedeeld. Over dominantie gesproken.

Het verzoek was echter niet helemaal aan dovemansoren gericht. Bram kreeg een niet gedachte prijs voor z’n zaak te horen, stemde in en was direct terug op het oude nest. ‘De keuken is nog steeds z’n grote liefde, kijk maar eens naar die gigantische keuken bij hem thuis’, lacht Jan. ‘Pa staat ook nog wel eens in een buisje in de keuken’, grijnst Bram.

Herenigd
Vader en zoon waren in ieder geval herenigd. ‘De puzzel viel inéén’, aldus Bram. Samen werd dag en nacht gedacht en gesproken over een bedrijfsfilosofie. Van disco naar uitgaans- c.q. partycentrum. Van drie exploitatieavonden per week naar twee en uiteindelijk één. Ook al vanwege de sluitingstijden. ‘Door onze gezamenlijke ervaring, ik veertien jaar een evenementenhal en hij jarenlang kok, zijn we ons ook meer op de markt voor partijen gaan richten. Toen was Alcazar nog maar eenderde van wat het nu is. Het duurde echter 2,5 jaar voordat de eerste paal voor de verbouwing van de zaak de grond in ging.’

Of het al die jaren samen nooit gebotst heeft tussen vader en zoon? ‘Eigenlijk nooit’, aldus Bram. ‘Hij heeft wel eens gezegd dat ie niets moest hebben van computers en…’ ‘Ho ho, dat is niet waar’, interrumpeert Jan. ‘Ik ben altijd op zoek naar nieuwe dingen, ik had destijds ook één van de eerste computers.’ ‘Wizkid’ Bram lacht. ‘Soms botst het, vijf minuten en dan is het over.’ Jan: ‘We praten veel door, maar niet aan de eettafel of op feestjes.’

Iedere maandagmorgen is er namelijk standaardoverleg. Met de secondanten Jacob Streefkerk en Dirk van Tieneren. ‘Onze vrouwen zorgen ook voor een stukje aanvulling. Ik weet trouwens ook een groot verschil tussen Bram en mij. Hij kan goed op afstand besturen, dankzij een goede organisatie van tevoren.’ Al is het begrip uitdaging inmiddels verworden tot een dooddoener van jewelste, Bram geeft er toch zijn eigen invulling aan. ‘Het is voor mij echt een uitdaging om het stokje over te nemen, omdat ik van iedere opgelegde wet of regel een deugd wil maken.’

Jan: ‘Je moet ook niet moe worden van al die regels. Positief benaderen. Dat zit bij ons beiden in het karakter. Neem nou dat roken in de horeca. Ga niet meteen roepen ‘ja maar, dat kost 50.000 banen’. Roei niet tegen de stroom in, want de discussie is al jaren bezig, speel erop in door te zeggen ‘laat de wet even wachten, wij proberen een oplossing te bedenken’. Overigens heeft Alcazar al 15 jaar een volledig ingerichte niet-rokers ruimte.’

Ghostwriter
Het is Jan van der Pligt ten voeten uit. Altijd zijn eigen, gefundeerde, mening uiten. Dat deed hij ook jarenlang in zijn column in discoblad Nightlife. ‘Ik heb veel gelachen om de stukkies van pa’, aldus Bram. ‘Ik zou het niet zo kunnen, heb er geen interesse voor en ik zal zeker niet zoals hem telkens de publiciteit zoeken.’

Dat Jan zijn columns niet volledig zelf schreef, blijkt het best bewaarde geheim. Zijn vrouw was ghostwriter, manlief dicteerde. En zijn eega schrapte soms, of zwakte zijn epistels wat af. ‘Ik heb het journalistieke gevoel van inmiddels overleden vriend gekregen, hij was journalist. Ik had een hekel aan leren, maar toen ik internationaal vrachtwagenchauffeur was, móest ik wel talen leren. Dat heb ik zelf gedaan.’

Favoriete columnisten had Van der Pligt ook. Pim Fortuyn van weekblad Elsevier was de grootste. ‘Alleen zijn laatste half jaar niet. Ik promootte hem wel, maar stemde vanwege zijn achterban niet op hem. Ik vertaalde de door Pim aangehaalde problemen of oplossingen naar de horeca. Soms in mijn eigen columns. Daar ben ik een paar jaar geleden mee gestopt, omdat ik toen al bezig was met afbouwen.’

Overigens lezen vader en zoon nog steeds vakbladen. Al halen ze daar maar mondjesmaat trends uit. ‘Die komen via de maatschappij en onze gasten tot ons. Voorheen bezocht ik ook veel andere zaken, maar dat is tegenwoordig niet echt meer nodig’, aldus Jan. ‘We checken veel sites van discotheken en clubs enzovoorts. Verder trek ik er één keer per twee maanden nog wel op uit’, vult Bram aan.

‘We zijn nog niet op het hoogtepunt van de recessie. Onze grootste concurrent is echter niet de horeca of zelfs niet de festivals. Dat is de IT. Dingen als computers en alles wat daarmee samenhangt, internet en e-mail. Maar ook scooters en mobieltjes. Trends? We gaan terug naar het ‘normale’, niet meer dat extreme. Meer jaren ’80. Gasten gaan meer en meer weloverwogen keuzes maken. Ook: meer biertjes en minder breezers. Muziek gaat van hard naar dansbaar, waardoor dansscholen weer gaan floreren. Weer een concurrent erbij, trouwens.’

Bram: ‘Ook zoiets, er wordt steeds gezegd dat de Horecawet veranderd is, neeee, hij wordt nu alleen nageleefd. Ik heb al een hele poos geleden tegen Jan gezegd dat we naar flexibel personeel moesten.’ Jan (trots): ‘En nu hebben we een horecapool.’

Workaholic
Van die pool met horecamedewerkers zal Jan geen deel uitmaken. ‘Maar ik kan altijd op hem terugvallen, zeker in het weekend’, weet Bram. ‘Hij is het laatste anderhalf jaar heel sterk bezig met zijn afscheid.’ ‘Eigenlijk al zo’n zeven jaar’, verbetert Jan. ‘Ik blijf wel aanwezig als schakel weg valt. Alcazar is al jaren een zaak die draait op een grote groep mensen. Door mijn ervaring kan ik veel snel in orde maken. Maar snel afscheid nemen is niet goed, ik was namelijk workaholic. Je kunt in het bekende zwarte gat terecht komen. Maar daar ben ik niet bang voor. Doe aan studie, hou van reizen, lezen en tuinieren.’ Of het een pré is dat pa Jan naast Alcazar woont blijft de vraag. Zoon Bram zal ‘m de komende jaren meer dan eens beantwoorden. Jan: ‘Hij is een kei in het organiseren.’