artikel

Snackproducent Willie Dokter ziet toekomst zonnig in

Horeca

Snackfabrikant Willie Dokter in het Gelderse Beuningen richtte zich al jaren op de productie van gehaktballen, toen medio jaren negentig hamburgers aan het assortiment werden toegevoegd. Beide producten onderscheiden zich door hun losse en grove vleesstructuur. Directeur Theo Schuurs vindt het echter te ver gaan om te stellen dat zijn hamburgers in feite platgeslagen gehaktballen zijn. ‘Zowel de eindbereiding als de ingrediënten wijken daarvoor te veel van elkaar af.

Snackproducent Willie Dokter ziet toekomst zonnig in

Willie Dokter levert diepgevroren gehaktsnacks die in de fabriek zijn voorgebraden. Het opwarmen van de gehaktballen vindt bij de wederverkoper voornamelijk plaats in een pan met jus. De eindbereiding van de hamburgers gebeurt, bij voorkeur ontdooid, op de bakplaat of in de frituur. Bovendien verschillen de snacks van elkaar qua kruiderijen en vleessamenstelling. ‘Ook wat dat betreft zien wij de bal gehakt en de hamburger dus als twee aparte producten’, zegt Schuurs.

De directeur ziet voorts een zeker onderscheid in de gebruiksbeleving. ‘Consumenten ervaren met een gehaktbal een ander soort gezelligheid. Ik denk dat zij een hamburger meer als fastfood zien. Niettemin zijn gehaktballen sneller te serveren. Ze liggen immers al te pruttelen in de pan, terwijl de hamburger eerst nog moet worden verhit. Dit heeft invloed op het gebruiksmoment. Als de klant in de cafetaria zijn trek niet meer de baas is, kan hij in afwachting van zijn bestelling alvast een balletje gehakt nuttigen. Op een hamburger moet je toch altijd even wachten’.

‘Een hamburger moet uitgaan van z’n eigen kracht’, vindt Schuurs. ‘Het product dat wij maken heeft een duidelijke smaak van zichzelf en hoeft ons inziens niet van toevoegingen te leven. In principe is garnering met augurkjes of saus dus niet nodig, maar als cafetariahouders onze hamburgers toch bekleden dan staat hen dat natuurlijk vrij.’ Waarop Schuurs verklaart dat hij niets ten nadele kwijt wil over de vleesschijven zoals die in de bekende fastfoodrestaurants over de toonbank gaan. Standaard voorzien van zuur en ketchup om, zoals boze tongen beweren, de consument iets te laten proeven. ‘Onzin’, vindt hij. ‘Over smaak valt niet te twisten. Ons product onderscheidt zich qua structuur en kruiderij, maar dat wil absoluut niet zeggen dat andere hamburgers niet goed zouden zijn. In ons bedrijf werkt nota bene iemand die helemaal idolaat is van de Mac.’

Twee maten
Ook in de cafetaria is de hamburger nog steeds een populair product, weet verkoopleider Wouter van Milgen. ‘Wij zetten jaarlijks steeds meer hamburgers af en het eind van de omzetgroei is nog niet in zicht. Het product biedt dan ook volop variatiemogelijkheden. Als menucomponent kun je er in de snackbar alle kanten mee uit. Wij produceren hamburgers in twee maten: van honderd en van 130 gram. De zwaarste is wat langwerpiger. Die past prima op een zacht puntje of een pistoletje. Dat is weer eens wat anders dan het reguliere ronde broodje hamburger. Ook daarmee kan een cafetariahouder zich dus onderscheiden, want de consument is altijd in om eens wat afwijkends te proberen. Met of zonder toevoeging van groente of saus.’

Het bedrijf heeft geen plannen om naast de hamburgers die onder de naam Texas Hamburger in twee maten op de markt worden gebracht, andere soorten te lanceren. Zoals bij de gehaktballen, die Willie Dokter bijvoorbeeld met en zonder uitjes of al dan niet voorzien van kruidnagel produceert. ‘Het verwachtingspatroon van de consument varieert bij een gehaktbal in grotere mate. Dat biedt dan toch meer mogelijkheden. Een hamburger is bij ons een hamburger, bereid volgens een muurvast procédé. En die vind je lekker of niet lekker. Zo simpel is dat’, meent Schuurs die voorts aangeeft dat zijn bedrijf een geringe diversiteit in producten nastreeft. ‘Als ze kwalitatief maar goed zijn.’

Eerlijke voedingsproducten
Schuurs en Van Milgen zien de toekomst van het bedrijf zonnig tegemoet. Daarin is volgens hen zeker ook een plaats weggelegd voor het product hamburger. Het gezondheidsaspect dat de in de jus pruttelende gehaktbal vooral qua imago wellicht een voordeel geeft ten opzichte van de geregeld in de frituur bereide vleesschijf, telt voor beide heren geenszins. ‘Wij maken hoe dan ook eerlijke vleesproducten. Of die nu wel of niet uit de olie worden geserveerd, is wat ons betreft niet van belang. Een gefrituurde snack moet kunnen, mits met mate. Maar dat geldt in feite voor de consumptie van alle voedingswaren.’ Ook het afnemende aantal cafetariaondernemers dat hamburgers nog zelf maakt, biedt de snackproducent kansen. ‘Hoewel er niets tegen ambachtelijke zelfbereiding is, heeft een industrieel product de nodige voordelen. Het scheelt enorm veel tijd. Bovendien is een constante kwaliteit van de snack beter gewaarborgd. Waarom zou je dan nog ingewikkeld doen? Maar nogmaals: smaken verschillen. Daar zijn wij heel eerlijk in.’