artikel

Medewerkers met achterstand scoren

Horeca

Medewerkers met een achterstand tot de arbeidsmarkt bewijzen uitstekende diensten in het bedrijfsleven, ook in de horeca. Ze kunnen eenvoudige werkzaamheden verrichten, terwijl ze hun motivatie niet snel verliezen. En de werkgever krijgt subsidie en ondersteuning.

Medewerkers met achterstand scoren
Medewerkers met achterstand scoren

1 Zorg voor structuur

Medewerkers met een achterstand blijken in de praktijk van het bedrijfsleven in staat eenvoudige werkzaamheden te verrichten. Voorwaarde is dat ze begeleid worden en kunnen rekenen op vaste werktijden en een vast programma. ‘Deze medewerkers hebben behoefte aan structuur en overzicht’, zegt Ferry van Winden, mede-eigenaar van Stads-koffyhuis Delft. Hij heeft twee medewerkers met een achterstand in dienst.

2 Begeleiding

Wie mensen met een achterstand op de goede manier begeleidt en inzet, kan er prima medewerkers van maken. De twee medewerkers van Stads-koffyhuis Delft zijn vier jaar geleden doorgestroomd vanuit een leerwerkproject. Van Winden: ‘In eerste instantie vergt het veel tijd om ze in te werken, maar na verloop van tijd worden ze zelfstandiger. Ze hebben nu een niveau bereikt waarvan je zegt: goh, daar hebben we echt wat aan.’ De ene medewerker is actief in de spoelkeuken, de andere, een Irakees, in de keuken. ‘Ze zijn taakvast en ook qua ziekteverzuim kan ik alleen maar tevreden zijn.’

3 Maatschappelijk

Ondernemers die op zoek zijn naar goedkope arbeidskrachten met als voornaamste doel er zelf beter van te worden, kunnen beter niet beginnen aan medewerkers met een achterstand. Van Winden: ‘Je moet het leuk vinden om die mensen te helpen en op te leiden. Je moet het zien als een onderdeel van je bedrijf. En ook niet schrikken als het een keer misgaat, want dat hoort erbij. Je zult overtuigd moeten zijn, vind ik, van het maatschappelijk nut om deze mensen een baan te bezorgen. Dan kun je ook met recht zeggen dat je bezig bent met maatschappelijk verantwoord ondernemen.’

4 Communiceren

Horecaondernemers die gebruik maken van de diensten van medewerkers met een achterstand, doen er goed aan dat te communiceren. Zodat gasten weten dat dingen wel eens anders kunnen lopen dan anders. Stads-koffyhuis Delft maakt een en ander via de menukaart duidelijk. Bijkomend voordeel van bekendmaken, is dat gasten het waarderen als horecabedrijven zich inspannen om de maatschappij een dienst te bewijzen.

5 Job coach

Ondernemers die overwegen om te gaan werken met medewerkers met een achterstand, kunnen informatie inwinnen bij de gemeente, het UWV of een WSW-organisatie (Wet Sociale Werkvoorziening) bij hen in de buurt. Daarnaast is het aan te raden gebruik te maken van de diensten van een jobcoaching-organisatie. Deze kan de ondernemer ten aanzien van wet- en regelgeving bijstaan. Cock Lafeber van Actor Consultancy: ‘Een jobcoaching-organisatie weet waar je als ondernemer op moet letten.’ De organisatie, die vanuit het UWV wordt gefinancierd, kan daarnaast aangeven hoe de werkzaamheden van de medewerker afgestemd kunnen worden op het bedrijf. Na verloop van tijd, als de ‘implementatie’ is voltooid, wordt afscheid genomen van de organisatie.

6 Afstemmen

Vraag is hoe je de taken van de medewerker kunt afstemmen op de dagelijkse praktijk van het bedrijf. Lafeber draagt een voorbeeld aan uit de praktijk van een lunchroom. De medewerker verricht werkzaamheden in het restaurant. Maar hij zou in de war raken als het echt druk wordt. Besloten wordt dat hij niet bedient als er meer dan zes tafels bezet zijn. In dat geval springt hij bij in de spoelkeuken. Lafeber: ‘Voordeel één is dat de medewerker niet in de stress schiet. Voordeel twee is dat hij bij drukte verkast naar de spoelkeuken, waar op dat moment behoefte is aan een extra medewerker. Beide partijen zijn bij deze verdeling gebaat.’

7 Ga uit van kwaliteit

Je hoeft geen therapeut of arbeidsdeskundige te zijn om verantwoord te kunnen omgaan met medewerkers met een beper-
king. Het gaat ook niet om de beperkingen, maar meer om de mogelijkheden. ‘Hang niet de therapeut uit, maar ga uit van de dingen die mensen wél kunnen’, adviseert Lafeber. ‘Spreek de mensen aan vanuit hun kwaliteiten en niet vanuit hun beperkingen. Zo  maak je een deel van die beperkingen onzichtbaar.’

8 Teamwerk

Niet alleen de ondernemer, maar ook de medewerkers zullen in moeten spelen op hun bijzondere collega’s. Het hele team moet erachter staan, zodat er één lijn getrokken kan worden. De praktijk heeft uitgewezen dat dit een onverwacht neveneffect met zich meebrengt. Als de overige medewerkers zien hoe de collega met een achterstand er het beste van maakt, leidt dat in de meeste gevallen bij hen tot extra motivatie. Lafeber: ‘Ze zien dat die medewerker zijn uiterste best doet om de taak te volbrengen en trekken zich daaraan op. Ze putten er inspiratie uit. Verder zie je vaak dat de collega’s betrokken raken bij zo’n medewerker en ook plezier beleven aan het feit dat die medewerker mede dankzij hun inzet prima functioneert.’

9 Bijdrage overheid

Links en rechts wordt gefluisterd dat de overheid subsidies ten aanzien van mensen met een achterstand terug zal gaan dringen. Maar dat valt reuze mee, zo blijkt. Cock Lafeber daarover: ‘Er gaan wel dingen veranderen. Loondispensatie wordt straks loonkostensubsidie. Een andere benaming dus. Verder verandert er niet zo veel.’ Politiek en economisch gezien is dat ook te verdedigen. Neem een medewerker die voor 60 procent arbeidsgeschikt is. De ondernemer wordt in dat geval voor 40 procent gecompenseerd, waarmee het concurrentienadeel voor hem wordt weggenomen. Aan het inschakelen van medewerkers met een achterstand zit maatschappelijk gezien nog een ander voordeel, voegt Lafeber toe. ‘Onderzoek heeft uitgewezen dat deze mensen drie keer zo veel kosten aan zorg en begeleiding als ze níet werken. Er zijn dus meerdere partijen die er belang bij hebben als mensen met een achterstand aan een baan geholpen worden.’

Vijver niet leeg

Ondernemers die overwegen om medewerkers met een achterstand in te schakelen, hoeven voorlopig niet bang te zijn dat ze achter het net vissen omdat het aantal medewerkers dat voorradig is, tekortschiet. ‘Er zijn voldoende mensen die in aanmerking komen’, zegt Cock Lafeber. Maar het kan niet zo zijn dat ondernemers die op korte termijn mensen nodig hebben zich tot de instanties wenden met het verzoek daar snel in te voorzien. De bijzondere medewerkers zullen moeten worden begeleid, opgeleid en ondersteund. Gebeurt dat niet, dan treedt onherroepelijk uitval op.
Lafeber: ‘Het kost doorgaans een half jaar om iemand in te werken. In de aanvangsfase zal de looncompensatie van de overheid groter zijn dan daarna, omdat de medewerker dan nog niet volledig ingezet kan worden.’