artikel

De Wet: Blurring en bestemmingsplan: Mag dat altijd zomaar?

Horeca 12

We kunnen niet meer om de term blurring heen. Maar mag dat altijd zomaar? Nee, zeker niet. Met name het bestuursrecht kan daarin nog wel eens in de weg staan.

De Wet: Blurring en bestemmingsplan: Mag dat altijd zomaar?

Wat is blurring? Blurring is de term voor branchevervaging. Tegenwoordig draait het, zo wordt in ieder geval gezegd, steeds meer om ‘beleving’ en worden bijvoorbeeld detailhandel en horeca gecombineerd. Denk aan de kaaswinkel die wijn schenkt of aan een restaurant dat schilderijen verkoopt. Maar blurring mag niet zomaar en wordt bemoeilijkt door het zogenaamde ‘bestuursrecht’ en dan met name het bestemmingsplan.

Dwangsom bij overtreding

Het is van groot belang dat uw blurring-concept niet in strijd is met het bestemmingsplan. Als dat wel het geval is, dan kan het college van B&W van de gemeente namelijk – al dan niet op verzoek – handhavend optreden en u een last onder dwangsom opleggen. Als u dan niet binnen de gestelde termijn stopt met blurring, moet u een dwangsom betalen en dat kan aardig in de papieren lopen.

In strijd met bestemmingsplan?

In bestemmingsplannen is bepaald welke bestemmingen op percelen, in bijvoorbeeld een bedrijfspand, zijn toegestaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om de bestemming ‘detailhandel’ of ‘horeca’. Wat precies is toegestaan binnen de bestemming is afhankelijk van de definitie van de bestemming in het bestemmingsplan. Die definitie kan per bestemmingsplan verschillend zijn. Het is wel vaak zo dat binnen de traditionele bestemming ‘detailhandel’ alleen winkels zijn toegestaan en horecafuncties niet. Dat betekent dan ook dat het in een winkel niet is toegestaan om wijn te schenken en broodjes te serveren. Bij dat laatste gaat het namelijk al snel om horeca. Bij een traditionele bestemming ‘horeca’ gaat het om het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen drank en etens-waren, waarbij vormen van detailhandel niet zijn toegestaan.
Het is niet altijd even gemakkelijk om te bepalen of er sprake is van detailhandel of horeca. Denk bijvoorbeeld aan een ijssalon. Normaal gesproken zou u verwachten dat het dan gaat om horeca. Maar als het gaat om een ijssalon waar geen gelegenheid wordt geboden om het ijs in de zaak op te eten, dan is er sprake van detailhandel en niet van horeca, zo oordeelde de bestuursrechter (van de rechtbank Noord-Holland) op 1 mei 2015.

En hoe zit het bij een bakkerij die ook af en toe broodjes verkoopt voor consumptie ter plaatse? Is dat wel toegestaan bij de bestemming ‘detailhandel’? De bestuursrechter (van de rechtbank Overijssel) vond op 25 maart 2015 van niet. Het college van B&W van de gemeente vond van wel omdat het ging om horeca-activiteiten die incidenteel en in beperkte mate plaatsvonden. De bestuursrechter ging daar niet in mee; het verkopen van broodjes was namelijk onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering van de bakkerij.

 

Ondergeschikte horeca

Soms volgt overigens uit het bestemmingsplan dat binnen de hoofdfunctie ‘detailhandel’ ook ‘ondergeschikte horeca’ is toegestaan. De vraag is dan wanneer er sprake is van ‘ondergeschikt’. Als het bestemmingsplan zelf daar niets over zegt, dan heeft de gemeente beleidsvrijheid bij de invulling van het begrip ‘ondergeschikt’. Sommige gemeenten hebben daarvoor beleid opgesteld. Uit dat beleid volgt dan bijvoorbeeld dat een maximum aantal vierkante meters ten opzichte van de hoofdfunctie voor de ondergeschikte functie mag worden gebruikt. Gemeenten, winkels en horecazaken zullen zich, behalve bij bijzondere omstandigheden, aan dat beleid moeten houden.

Een perceel kan verder ook een ‘gemengde’ en/of ‘centrum’-bestemming hebben, waarbij meerdere functies zijn toegelaten, zoals detailhandel en horeca. Blurring van detailhandel en horeca is dan volgens het bestemmingsplan wel toegestaan. Het voorgaande wordt niet anders als de gemeente van uw blurring-concept meedoet aan de pilot van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) daarover. Het gaat erom of het bestemmingsplan het blurring-concept toelaat.

Oplossingen

Mocht blurring in strijd zijn met het bestemmingsplan, dan kan om een bestemmingsplanwijziging worden verzocht of een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan worden aangevraagd. De snelste weg betreft de omgevingsvergunningaanvraag voor afwijking van het bestemmingsplan voor een zogenaamd ‘kruimelgeval’. Dan kan vrij snel een vergunning worden verleend. Het binnen de bebouwde kom het toegestane gebruik (detailhandel) mede wijzigen in ander gebruik (horeca), wordt bijvoorbeeld aangemerkt als een kruimelgeval.

Een voordeel bij een omgevingsvergunning voor een kruimelgeval is dat de motivering van de aanvraag en de vergunning niet zo uitgebreid hoeft te zijn als bij een andere omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan. Er moet uiteraard in de vergunning wel enige onderbouwing worden gegeven waarom aan de bestemmingsplanafwijking medewerking kan worden verleend. Dat betekent dat wel moet worden gekeken naar het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Leidt het project bijvoorbeeld tot parkeeroverlast of geluidsoverlast? Een ander voordeel is dat de zogenaamde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ niet hoeft te worden toepast. Er hoeft dus niet te worden gemotiveerd dat er sprake is van een actuele regionale behoefte aan het blurring-concept.

Overige wet- en regelgeving

Als het blurring-concept niet in strijd met het bestemmingsplan of u heeft daarvoor inmiddels een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan gekregen, dan bent u er nog niet. Zodra het gaat om het verkopen of schenken van alcoholhoudende drank, dan komt de Drank- en Horecawet (DHW) in beeld. Denk hierbij aan het voorbeeld van de Zwolse boekhandel die op 30 maart 2016 door de bestuursrechter op de vingers werd getikt vanwege in strijd handelen met de DHW. En de gemeente Nieuwegein die, na een beroep van de Slijtersunie, volgens de bestuursrechter handhavend moet optreden tegen winkels die de DHW overtreden (uitspraak van 28 juli 2016).

Vergeet ook niet om rekening te houden met de Winkeltijdenwet. Volgens de landelijke Winkeltijdenwet mogen winkels maar op bepaalde tijden geopend zijn. Als het gaat om een horecafunctie die ondergeschikt is aan detailhandel, dan moeten de openingstijden vaak gelijk zijn aan die van een winkel en mogen niet de ruimere openingstijden voor horecazaken worden toegepast. Gemeenten kunnen ook in een verordening nadere regels hebben gesteld omtrent winkeltijden. Verder is ook de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) niet onbelangrijk. Daarin kunnen
namelijk regels zijn gesteld over bijvoorbeeld reclame en terrassen.

Naast de bestuursrechtelijke aspecten, is het civielrechtelijk ook van belang om te kijken of uw eventuele huurovereenkomst blurring toestaat. Indien u zich niet aan de huurovereenkomst houdt, dan kan het zijn dat u een contractuele boete aan de verhuurder dient te betalen.

Tips bij het realiseren van blurring:

  1. Kijk of het blurring-concept in overeenstemming is met het bestemmingsplan.
  2. Als dat niet zo is, ga dan na of er mogelijkheden zijn om van het bestemmingsplan af te wijken.
  3. Houd ook rekening met de Drank- en Horecawet, de Winkeltijdenwet, de APV en de eventuele huurovereenkomst.

Tips bij het tegenhouden van blurring:

  1. Kijk of het blurring-concept in uw omgeving in strijd is met het bestemmingsplan (of met Drank- en Horecawet, de Winkeltijdenwet, de APV).
  2. Als dat het geval is, dan kunt u een verzoek om handhaving indienen bij het college van B&W van de gemeente.
  3. Als voor het blurring-concept een omgevingsvergunning wordt verleend voor afwijking van het bestemmingsplan, dan kunt u daartegen binnen zes weken bezwaar maken.

Tot slot

Blurring mag dus niet zomaar. Het is van groot belang om het bestemmingsplan er op na te slaan en na te gaan wat wel en niet mag

Leestip: Het wat en hoe van het bestemmingsplan

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels