artikel

De Wet: Crowdfunding

Horeca

De horeca is goed voor een kwart van alle financiering via crowdfunding-platformen. Voor ondernemers is het een alternatief voor de falende banken. Maar er zitten flinke juridische haken en ogen aan crowdfunding.

De Wet: Crowdfunding

Bibob staat voor ‘Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur’. De wet ziet er onder meer op toe dat ondernemers niet als stroman- of katvanger optreden van lieden die hun vermogen met strafbare feiten hebben vergaard. Een Bibob-onderzoek is geen vast onderdeel van een vergunningsaanvraag. Een gemeente kan hiertoe overgaan als zij daarvoor aanleiding ziet. Als niet duidelijk is wat de herkomst van het vermogen van de onderneming is, kan de gemeente de vergunning weigeren.

Niet alleen de ondernemer zelf wordt onderzocht op onbesproken gedrag, ook de personen met wie hij een zakelijk samenwerkingsverband heeft. Als de gemeente erom vraagt, moet een ondernemer de persoonsgegevens van alle (rechts)personen die vermogen verschaffen, aanleveren. Ook die van de kleine geldschieters. Het dan ook is voor horecaondernemers aan te raden de persoonsgegevens van alle geldschieters – hoe klein ook – paraat te hebben.

Weigeren

Bij crowdfunding kan dat nog een lastige opgave zijn. Het crowdfundingplatform zou die gegevens moeten bijhouden, maar er zijn platformen die geldgevers geheel anoniem houden voor de geldnemer. Ook de geldschieters zelf verzoeken het crowdfundingplatform vaak tot geheimhouding van hun gegevens. Hierdoor dreigen horecaonder nemers bij een Bibob-onderzoek tussen wal en schip te raken. De gemeente eist inzage in de persoonsgegevens van de geldschieters, maar die vallen niet te achterhalen voor de ondernemer omdat het platform die informatie niet prijsgeeft. Gevolg: weigering van de vergunning. Als die gegevens van geldschieters wél inzichtelijk zijn, is er het risico dat er een foute geldschieter tussen zit. In het ergste geval kan de vergunning worden geweigerd. De ondernemer heeft daarop geen invloed. Dat is juist inherent aan deze vorm van financiering: je doet een beroep op de anonieme crowd.

Verschil met gewone lening

De geldnemer dient erop bedacht te zijn dat een crowdfundingplatform waakt over de
belangen van de investeerders. Het platform kan verlangen dat een ondernemer in privé meetekent voor terugbetaling van de lening. Veel ondernemers kiezen juist voor een bv om die privé-aansprakelijkheid te voorkomen. Dit privé mee moeten tekenen is overigens niet anders is dan bij banken of brouwerijen. Ook die vragen de ondernemer om, ondanks de bv, voor hoofdelijke (privé)aansprakelijkheid mee te tekenen.
Wat ook niet verschilt met traditionele financieringsvormen: ook crowdfundingplatformen vragen de ondernemer vaak eigen geld in te leggen voor zijn zogenaamde commitment.

Maar anders dan banken en brouwers, vragen crowdfundingplatformen zelden extra zekerheden als een hypotheek of een pandrecht op de inventaris. Bij een faillissement blijven de geldleners dus met lege handen, zoals is gebeurd bij het faillissement van restaurant Blauw in Den Haag in 2014.

Daardoor ligt bij crowdfunding de rente hoger dan bij banken, omdat crowdfunders gemiddeld meer risico lopen. Zij beschikken immers niet over onderpand. De gemiddelde commerciële rente bij banken ligt op dit moment op 3,6 procent voor een lening tot €250.000 (bron DNB). Voor de horeca ligt het gemiddelde rentetarief bij banken, vanwege de risico-opslagen, op 4,5 procent. Dat bleek onlangs uit een artikel in Misset Horeca. De tarieven bij crowdfunding liggen al snel op 7 procent.

Betalingsachterstand

Bij betalingsachterstanden kunnen zowel banken als crowdfunders je het leven lastig maken. Berucht zijn de afdelingen Bijzonder Beheer van banken en brouwers. Als de bank zekerheid heeft, kan dit uiteraard uitgewonnen worden, bijvoorbeeld door een veiling van keukenapparatuur als daar een pandrecht op is gevestigd. Maar voor een bank tot uitwinning overgaat, heeft zij zorgvuldig gekeken naar alternatieve oplossingen. Uit hoofde van de algemene zorgplicht zal een bank dus niet zomaar tot uitwinning overgaan. Een deurwaarder/incassobureau namens een crowdfunder is evenmin een pretje. Maar in de praktijk zal dat niet veel gebeuren.

Niet misleiden

De horecaondernemer die gebruikmaakt van crowdfunding valt onder de verplichtingen van de Wet financieel toezicht (Wft). De ondernemer dient kort gezegd duidelijke, juiste en volledige informatie te verschaffen over het project waarvoor hij geld vraagt. Ook ten aanzien van de risico’s. Die informatie mag uiteraard niet misleidend zijn. Het niet-voldoen aan de informatieplicht is een economisch delict dat kan worden bestraft met een geldboete of zelfs hechtenis. Platformen toetsen de projecten vanzelfsprekend ook zelf en voorzien het van een risico rating – en bijbehorende rentepercentage – , maar de horecaondernemer heeft ook een eigen verantwoordelijkheid.
Tot slot: juich niet te vroeg. Soms is een project al binnen enkele uren voltekend en het kapitaal dus bijeen. Maar elke inlegger heeft op grond van de wet zeven dagen bedenktijd. De inlegger kan zonder opgaaf van redenen en zonder boete afzien van zijn toezegging om geld te steken in dat veelbelovende horecabedrijf.