blog

Zelf doen vs luxe

Hotel

In Nederland vinden we al snel dat een hotelbeleving vooral luxe moet zijn: hoe minder een gast zelf hoeft te doen en hoe meer voor de gast is geregeld, hoe luxer we een hotel vinden. Toch?

Niet helemaal. Althans, het kan ook anders. Soms dragen dingen die níet geregeld zijn bij aan de beleving. Zo was ik recent te gast bij een wijnhuis in Spanje. Bij de wijnmakerij, midden tussen de glooiende wijngaarden, hebben ze zeven kamers. Er is geen restaurant, wel een keuken. De koelkast is gevuld, er staan pannen en borden, maar koken mag je zelf doen: na 20.00 uur is er geen personeel meer aanwezig in de wijnmakerij. Op de kast een briefje met het vriendelijke verzoek de vuile vaat zelf in de vaatwasser te doen.

Drankjes pak je zelf, men vertrouwt erop dat je ze bij vertrek afrekent. Ook de open haard mag je zelf opstoken, als je maar zorgt dat het vuur uit is als je de ruimte verlaat. Door de ligging, het strakke pand en de gebruikte materialen straalt het verblijf absoluut luxe uit. En het ‘zelf doen’ creëert beleving, al is het weinig luxe.

Of neem de reportage in Misset Hotel van december bij een resort in Costa Rica. Duurzaam tot en met, dus ’s avonds gaan de lichten uit. Luxe is het niet om met je eigen zaklamp de weg naar je kamer te vinden, maar de natuurbeleving is top. Ook in Nederlandse hotels is het ‘zelf doen’ voor gasten in opkomst. Zelf cocktails bereiden op de kamer, met een uitgebreid fruit- en kruidenpakket van roomservice, is daarvan een voorbeeld. Enkele hotels bieden dat inmiddels aan.

En dat past in de tijdsgeest: generatie Y heet graag de touwtjes, het heft én de teugels in handen. Dus hoe meer de gast zelf kan doen, zonder verlies van uitstraling, hoe beter de beleving. Al zou ik mijn gast niet zelf zijn bed op laten maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels