artikel

MuseumCatering actief op zeven locaties in Haagse culturele centra

Catering 554

MuseumCatering actief op zeven locaties in Haagse culturele centra

In de bekendste musea in Den Haag wordt de publiekscatering verzorgd door MuseumCatering. Het bedrijf heeft zich succesvol gespecialiseerd in deze niche. 5 jaar geleden kwam het label CateringMeesters erbij.

Samen met compagnon Nico van der Minne staat Louis Paardekoper aan het hoofd van een bijzonder cateringbedrijf, MuseumCatering, actief in culturele centra. Van een aantal Haagse musea, tot Pulchri Studio (kunstenaarsvereniging en galerie, red.) en het Lucent Danstheater, de thuisbasis van het Nederlands Dans Theater. In totaal zeven locaties. Dik 60 personen staan er op de loonlijst van de cateraar.

Het tweede label van MuseumCatering, CateringMeester, is er voor de activiteiten die meer zijn dan de koffie en belegde broodjes van overdag. Want, zijn de deuren van het museum eenmaal op slot dan is een luxe diner voor 400 gasten in de tentoonstellingszaal geen enkel probleem.

Gemeentemuseum, dagelijks honderden bezoekers

Het Gemeentemuseum Den Haag is een imposant complex. Geopend in 1935 en ontworpen door de bekende architect Berlage trekt het dagelijks honderden bezoekers. ‘Tijdens sommige exposities met bekende namen komt daar een flinke schep kunstliefhebbers bovenop’, zegt Louis Paardekooper.

MuseumCatering

Eigenaren MuseumCatering Louis Paardekoper (links) en Nico van der Minne.

‘Tijdens de voorjaarsvakanties hadden we – door de overzichtstentoonstelling van fotograaf Edwin Olaf – iedere dag zeker 2000 à 3000 bezoekers extra. ’ Niet dat het tot problemen leidde. Daarvoor loopt de mede-eigenaar van MuseumCatering al te lang mee in het metier. Anticiperen en improviseren als er zich onverwachte situaties aandienen, zit in het DNA van het bedrijf.

Restaurant Gember

In het Gemeentemuseum wordt de publiekscatering gedaan voor de bezoekers, maar daar is ook het restaurant Gember. Onderdeel van het museum, en tevens toegankelijk voor gasten die niet voor de collectie of een tentoonstelling komen. Per dag lopen hier tussen de 600 en 700 gasten naar binnen. De inrichting is wel in lijn met de stijl van dit culturele bolwerk. Opvallende verlichting, kunstobjecten ter decoratie en een heel grote leestafel. Stuk voor stuk zijn de objecten ontworpen door kunstenaars. Voor de deur is in de zomermaanden ruimte voor een fors terras. Een populaire plek, want fraai gelegen aan de vijver die voor het museum ligt.

MuseumCatering

Vreemde eend

15 jaar geleden kregen Paardekoper en Van der Minne de sleutels van het restaurant overhandigd. Het werd overgenomen van de eerste exploitant. Het vergt hierna enige tijd voordat er volledig vertrouwen is. ‘De cateraar is voor het museum vaak een vreemde eend in huis en wordt daarom kritisch gevolgd en beoordeeld. Als museumcateraar moet je je realiseren dat je ook te gast bent in andermans huis en een aanvullende rol speelt in de totaalbeleving van de bezoeker van datzelfde huis’, zegt Van der Minne.

De band met het museum is prima, het vertrouwen gewonnen. Beide partijen hebben elkaar nodig. Dat geldt onder andere voor restaurant Gember. Hoewel het prima loopt, zijn er verbouwingsplannen om de boel te moderniseren. ‘De vloer vinden we te donker en de indeling is ook niet ideaal.’ Als hoofdhuurder is er weliswaar inspraak en zijn er wensen uitgesproken, het museum zelf bepaalt hoe de uiteindelijke verbouwing eruit gaat zien. Een vinger aan de pols houden is dus wenselijk. ‘We leggen ze onze ideeën voor’, klinkt het tactisch. Niet onbelangrijk, want het bedrijfsrisico van de exploitatie ligt bij MuseumCatering.

MuseumCatering

Paardekooper: ‘De indeling bijvoorbeeld. Toen we hier in kwamen, was er veel te veel ruimte achter de bar. Gasten liepen er gewoon doorheen. Destijds hebben we de bar al wel laten verplaatsen. In de nieuwe plannen zal die zal dus op zijn huidige positie blijven staan.’ Ook het geboden assortiment is continu in ontwikkeling. ‘15 jaar geleden waren het bij wijze van spreken nog puntbroodjes met ham en kaas, nu komen de eerste veganistische gerechten op de kaart.’

Waren het voorheen puntbroodjes met ham en kaas, nu staan er veganistische gerechten op de kaart

Militaire planning

Catering in het museum is divers. Naast een deel van de activiteiten die direct tegen reguliere horeca aan liggen, wordt het museum in de avonduren verhuurd aan bedrijven of groepen. Op deze momenten kan het duo echt laten zien wat het waard is. ‘Om 17.00 uur gaat het museum dicht en om 18.30 komen vaak de eerste gasten al binnen voor het diner’, zegt Paardekooper. In die tussenliggende 90 minuten worden in een razend tempo de tafels naar binnen gebracht en gedekt volgens een welhaast militaire planning.

MuseumCatering

Tussen sluitingstijd museum en opening dinerzaal zit 90 minuten. Aan het plafond een heuse blikvanger van kunstenaar Theo Jansen. 

Binnentuin als restaurant

In de centrale keuken van het bedrijf, gevestigd elders in Den Haag, zijn dan de meeste voorbereidingen voor het menu al gedaan. Regenereren gebeurt in de keuken in het museum zelf. En ook dat is weer aan beperkingen onderhevig. Het museum is nooit gebouwd voor de ontvangst van dit soort groepen. Paardekooper loopt bij de achteringang van het museum naar binnen. De gang achter de keuken wordt hier gedeeld met het museum. ‘Deze vuilnisbak mag hier eigenlijk niet staan’, wijst hij. ‘Maar we kunnen hem anders nergens kwijt.’ Samen met Van der Minne steekt hij door naar het dagrestaurant in het museum zelf. De gasten die hier in de rij staan met hun dienblad lopen na het afrekenen vrijwel allemaal door naar de binnentuin. Decennialang een open middengedeelte in het museum, maar sinds een aantal jaren voorzien van een glazen overkapping.

Het is één van de ruimten in het museum die regelmatig functioneren als tijdelijke dinerzaal. Aan het plafond hangt een heuse blikvanger, één van de strandbeesten van kunstenaar Theo Jansen. Het ‘dier’ is gemaakt van pvc-buizen en plastic flessen. Eenmaal ‘losgelaten’ op het strand beweegt het zich zelfstandig voort door de invloed van wind en water.

MuseumCatering

Collega’s bij partycateraar Verhaaf

Paardekooper en Van der Minne rolden op ieder hun eigen wijze de catering in. De eerste kreeg na 2 jaar hotelschool te horen dat terugkomen voor het derde jaar weinig zin had. Om geld te verdienen zocht hij een baantje in de horeca en komt terecht bij de Amsterdamse partycateraar Verhaaf. Hier ontmoet hij zijn huidige compagnon. Die, op zijn beurt, daarvoor al meters heeft gemaakt bij de Haagse cateraar Taat & De Regt, waar ook hij aanvankelijk binnenkomt voor een bijbaantje. Een paar jaar hierna stapt ook hij over naar Verhaaf.

Start MuseumCatering

Door het veelvuldige samenwerken, ontdekt het duo dat er een onderlinge klik is. Ook als Van der Minne Verhaaf verlaat, blijven ze contact houden. ‘Het is altijd wel blijven sluimeren om samen verder te gaan.’ Als ze de optie serieus gaan overwegen, is Van der Minne al actief als cateraar in Museum Escher in Het Paleis, onderdeel van het Gemeentemuseum. Als de kans zich voordoet om ook het restaurant Gember en de horeca in het Gemeentemuseum te exploiteren, besluiten ze dat dit het geschikte moment is.

MuseumCatering

Er is genoeg financieel draagvlak om ook samen een goede boterham te verdienen; de start van Museum Catering is een feit. In de basis bevat het de beste elementen van wat ze bij Verhaaf hebben geleerd. ‘Dat is de combinatie van catering en het hebben van eigen museumexploitaties en een museumrestaurant. Dat werkt erg goed. Je spreidt de risico’s en kunt veel flexibeler je mensen inzetten’, zegt Paardekooper. Wel beperken ze zich wat betreft de organisatie van events tot de eigen locaties. ‘De echt grote evenementen zoals in de Verhaaf-tijd missen we nog wel eens. Maar hier hebben we ook diners tot 500 gasten. Dat vereist net zo goed een strakke organisatie onder een enorme tijdsdruk. En een goede voorbereiding.’ Net als goed overleg met het museum.’

Een waanzinnige setting voor waanzinnig mooie activiteiten

CateringMeesters voor events

Onder de vlag van hun tweede label, CateringMeesters, worden alle partycatering-activiteiten geschaard en hiermee kunnen ze ook zelf partijen benaderen om voor hen events en diners te organiseren. Het museum heeft zelf ook een event-afdeling die actief opdrachten binnenhaalt. Een goede afstemming is dus noodzakelijk. Groeien met hun bedrijf wil het duo wel, maar niet buiten Den Haag. Iets buiten de stad, in Scheveningen, werd een paar jaar geleden een eigen restaurantexploitatie geopend, maar dat liep niet zoals gehoopt en de zaak werd verkocht.

Van der Minne benadrukt dat ze het simpelweg goed hebben in de Hofstad. ‘Ik heb zelf ook veel interesse in cultuur. Dit is een waanzinnig gebouw, en een waanzinnige setting voor waanzinnig mooie activiteiten. De groeiambitie zal altijd wel blijven. Maar het moet wel bij ons passen. Omzetzekerheid is voor ons erg belangrijk, maar bij iedere opdracht vragen we ons wel af: past het bij onze club?’

Foto’s: Roel Dijkstra Fotografie / Fred Libochant