artikel

50 jaar Texels café De Slock

Café 774

Het bruincafé als theater van het dagelijks leven. Waar de voorstelling zich niet op de bühne maar aan de bar voltrekt. Iedere middag vanaf vier uur is dat bij De Slock in Den Burg niet anders. Dan gaat de deur van het slot en komen eilanders, toeristen en passanten binnendruppelen. Om een nieuwe acte toe te voegen aan de speellijst van dit bruine café. Zo gaat het al een halve eeuw.

50 jaar Texels café De Slock

Eigenaren Heino Huizing en Sita Mijwaard verontschuldigen zich voor het nog even afwezig zijn van compagnon Niels Witte – vertraagd door een kaakoperatie op de wal. Op straat passeert een vriendengroep. Ze blikken geïnteresseerd richting de deur, maar die zit nog dicht. Het is kwart voor vier. Nog een kwartiertje voordat De Slock opengaat. Ze willen al bijna doorlopen als Sita opstaat, en ze naar binnen wenkt. ‘Ja tuurlijk, welkom. Kom erin.’ Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. De goed gemutste Duitse vriendenclub zal zich de komende uren achterin het café prima amuseren met het biljart, de bieren van de tap en de droge worsten boven de bar, waarvan ze na afloop nog een paar exemplaren ‘voor thuis’ zullen meenemen.

De Slock is altijd open

Een paar minuten over vier nemen ook de eerste vaste gasten plaats aan de bar. Zij zijn wel op de hoogte van de vaste doordeweekse openingstijd en dat andere devies dat hier geldt: er is één zekerheid, De Slock is altijd open, 365 dagen per jaar. Bij de voornaam worden ze begroet. De vraag wat het mag zijn, is voor hen overbodig. De voorkeuren zijn immers bekend. Hier een pils, daar een witte wijn. In één geval wenst een gast zijn flesje Duvel zelfs zonder glas erbij. Een opmerking, een kwinkslag, een lach. Er is weer een nieuwe dag bij café De Slock begonnen.

De Slock

Sita Mijwaard, Heino Huizing en compagnon Niels Witte gedrieën achter de bar.

Tradities en wensen

Het is 2009 als Sita en Heino de sleutels van De Slock in handen krijgen. Ze wonen dan al de nodige jaren op het eiland en werken in die tijd al veel in de plaatselijke horeca. Een eigen bedrijf hebben ze tot dan nog niet eerder. Heino: ‘Ik zat even in-between-jobs en vroeg aan Sita, lijkt je dat wat?’ We wilden sowieso graag op Texel blijven. Het antwoord is ja. Al laat ze er meteen een waarschuwing op volgen. Want café De Slock is immers een bruincafé met een lange historie. Met voornamelijk vaste gasten die daar onderdeel van uitmaken. Willen ze zich het café ‘eigen maken’ dan moeten ze er wel hun stempel op drukken. De fikse opknapbeurt die het café op dat moment nodig heeft, biedt daarvoor de perfecte gelegenheid.
Hierbij besluiten ze het beste van beide werelden te combineren. Met oog voor de heersende tradities en de wensen van het vaste cliënteel wordt gekozen voor een flinke opfrisbeurt. Geen drastische verbouwing. Wel maken ze schoon, ruimen op en knappen het op.

Vrij van brouwerij

De bedrijfsmatige aanpassingen die ze verder voor ogen hebben, volgen meer geleidelijk in de jaren erna. Een ander ding hebben ze dan ook al goed geregeld. Werd het pand voorheen gehuurd via de brouwerij, die partij willen ze er niet tussen hebben nu het hun bedrijf is. Dat lukt. Ze blijven trouw aan Amstel maar het geeft tot op de dag van vandaag prettige speelruimte bij de onderhandelingen. Met de gemaakte afspraken zijn ze dan ook meer dan tevreden, zeggen ze. De drie tanks van 1000 liter die in de kelder liggen, moeten met regelmaat gevuld worden.

‘Met de hoofdmoot zit het dus wel goed’, grinnikt Heino. Dat ze al bekend zijn op het eiland scheelt ook bij het behoud van de eilander gasten. Ook lukt het ze nieuwe gezichten binnen te halen. ‘Wat hierbij meehielp, we kwamen allebei uit de hotelwereld. We hebben jarenlang bij hotel De Lindeboom gewerkt, hier op het eiland. Dan leer je wel wat gastvrijheid inhoudt. Door die houding naar het café te kopiëren, zorgen ze voor onderscheid.’

De Slock
En verder? ‘We zijn gewoon onszelf gebleven. Dat werkt toch het beste. Niet jezelf aanpassen aan de gasten, maar wel oprecht betrokken zijn en blijven. Voor iedereen. Ook toeristen. Heino wijst op één van de wanden. Daarop meerdere memorabilia. Zoals een paar lp-hoezen van zijn naamgenoot, de bekende en bebrilde Duitse volkszanger. Eronder een portret van een oudere man. Het is de opmaat naar wat Heino niet zonder trots omschrijft als een bijzondere vorm van klantenbinding. ‘Een gast vroeg een keer of hij niet vooruit kon betalen. Meer als een geintje. Na erover nagedacht te hebben, zeiden we: ‘waarom ook niet’. Inmiddels maken best veel vaste gasten er gebruik van. Per keer moet er wel minimaal €100 aanbetaald worden. ‘Het afrekenen gaat op basis van goed vertrouwen. En het is toch veel sympathieker om tegen iemand te zeggen dat hij bijna op nul staat, dan te zeggen ‘je moet nog betalen?’ Hij knikt weer richting de wand. ‘Toen hij overleed, stond er nog aardig wat tegoed op zijn kaart. Nog voor zijn dood had hij al gezegd dat er daarvan vooral geproost moest worden. Zo betaalde hij dus zelf zijn eigen laatste rondje.’

Gedeelde toiletten

Het pand in de Parkstraat was niet altijd café. Het diende als gereformeerde kerk, was garage Boekel en Kaczor, bood onderdak aan het Leger des Heils en tijdens de Tweede Wereldoorlog was het zelfs nog een tijdje hoofdkwartier van de lokale NSB. In 1968 koopt Gerard Rump het en opent ‘Café in den Grooten Slock’. In de jaren die volgen, ontwikkelt het café zich onder verschillende uitbaters tot een begrip in het uitgaansleven op Texel. Natuurlijk staan ze nu stil bij dit mooie jubileum. Begin oktober vierden ze het onder andere met een reünie van oud-medewerkers, veel muziek en een gehaktballenwedstrijd. Compagnon Niels stuurde er zelfs een heus persbericht over naar buiten dat nog verrassend veel media-aandacht ‘scoorde’.

Het jubileum is meteen een mooie aanleiding om wat verder terug te kijken op de eerste eigen jaren in het café. Of beter gezegd, cafés. Terwijl rond 2010 op de wal de recessie stevig komt opzetten, merken ze daar bij De Slock weinig van. Ze draaien prima als de bouwplannen voor het naast hun pand braakliggende stuk grond concreet worden. Een soort cultuurcentrum moet het worden. Een invulling die met de eigenaar van de beide panden tot stand komt. Met een grand café op de begane grond en een expositieruimte erboven. De caféondernemers gaan zorgdragen voor de exploitatie.

De Slock

Panden verbinden

Bij de bouw wordt ook een deur gerealiseerd die de twee panden binnenshuis met elkaar verbindt. De Slock blijft zoals het was, in de nieuwe zaak, De Hollebol, gaan ze ook eten serveren. Vier jaar later, in 2014 doen ze het weer van de hand. ‘Het was echt een grand café. Misschien wel te stads voor Texel. Op een gegeven moment hadden we 24 man personeel en stonden zelf amper nog achter de bar. Dat ging weer ten koste van de gasten bij De Slock. Wij moeten het voor 85, 90 procent van de omzet hebben van de Texelaars. Den Burg is op het eiland meer het dorp waar de dagjesmensen komen. De meeste toeristen kiezen voor De Koog. Daarom verwachten de mensen hier dat er altijd één van ons is of even langskomt’, vertelt Sita.

Dus wordt de tweede zaak weer verkocht. Al is die tot op heden met een klapdeur wel met De Slock verbonden. Handig als gasten iets warms willen snacken. De Slock zelf beschikt niet over een keuken en de buurman wel. En via een doorgang aan de achterkant van de beide bedrijven worden ook de toiletten nog steeds met elkaar gedeeld. ‘De samenwerking gaat gewoon erg goed’, benadrukt het duo.

Alles op zijn plaats

De laatste jaren maakt het café ook naam met de evenementen die ze op poten hebben gezet. In het tegenover de zaak gelegen park De Wezentuin organiseerden ze al meerdere keren een speciaalbierfestival met Pinksteren en een groot feest op Koningsdag met de Koningsparty. Maar natuurlijk staat ook in het bruine café zelf de tijd niet stil. Zo werd de borrelkaart uitgebreid met droge worsten van de plaatselijke slager, die inmiddels prominent boven de bar hangen.

En nam het aantal speciaalbieren geleidelijk maar wel gestaag toe. Recent werd het aantal taps nog uitgebreid naar 12. Een respectabel aantal. In de koelkasten tegen de achterwand nog eens 130 andere soorten speciaalbier. ‘Hele extreme smaken hebben we niet. Ook de beginnende speciaalbierdrinker moet hier uit de voeten kunnen’, zegt Heino. En voor wie niet kan kiezen, of juist veel wil proeven, ontwikkelde hij een eigen proefplankje. Vier kleinere glaasjes, voor €10. ‘Erg populair’ voegt hij eraan toe.

De Slock

De borrelkaart werd uitgebreid met droge worsten van de plaatselijke slager.

Kennis delen

Om bij te blijven, zijn we ook lid geworden van Horecabrains. Dit is voor ons een mooi netwerk om kennis te delen en op te doen. En we kijken graag bij collega’s in het land. Laatst nog bij Huppel the Pub in Den Haag. De nummer 2 in Café Top 100 2017. Dat er in het eigen café geen eten wordt geserveerd, zorgt er ook voor dat ze hét café-icoon bij uitstek kunnen handhaven, hun biljart. Heeft het bij veel cafés met een keuken plaatsgemaakt voor eettafeltjes, hier klinkt het geluid van de tegen elkaar tikkende witte en rode ballen nog dagelijks. ‘Alleen op vrijdag, onze drukste dag, staat hij wel een beetje in de weg’, erkent Heino. Bij een eventuele volgende verbouwing zou het dan ook mooi zijn als ze het biljart op dit soort momenten in de vloer kunnen laten verzinken. Een wens voor de toekomst.

Compagnon

Tegen het einde van de middag is het met name de kopse kant van de bar waar de stamgasten zich verzamelen. Een oud-ondernemer die op het eiland van zijn pensioen geniet, de vorige eigenaar die een frisje komt drinken en de man die van zijn Duvel nipt blijkt een biografie over voetballer Johnny Rep te hebben geschreven. Een andere gast ziet de fotograaf bezig en vraagt voor welk blad het is. ‘Dit is een prachtcafé’, merkt zijn buurman op. ‘Met een mooi barretje waar je altijd wel een bekende treft. Ik kom hier toch zeker een paar keer per week een biertje doen. Al blijft het nooit bij die 1, 2 die ik vooraf van plan was te drinken.’

Dan komt ook compagnon Niels binnen. Lachend als de spreekwoordelijke boer met kiespijn en inderdaad, helemaal pijnvrij is hij zeker niet nu de verdoving aan kracht afneemt. Eerder al hebben zijn twee collega’s verteld dat ze er goed in slagen om het bij hen werkende personeel lang aan zich te binden. Dat geldt zeker voor eilander Niels. Nog een tiener als hij bij De Slock komt te werken, maar inmiddels 27. Dat het vak van kastelein hem ligt, leert hij hier. En als hij naar Utrecht vertrekt om er geschiedenis te gaan studeren, komt hij in de weekenden graag terug om zijn diensten te draaien. Klaar met zijn studie en weer terug op Texel kan hij zo weer aan de slag bij De Slock.

Een derde eigenaar

Als hij op een dag zijn wensen voor een eigen zaak uitspreekt, zet dit de eigenaren aan het denken. Dit talent willen ze liever niet kwijt. Het kwam vorig jaar tot een compagnonschap. Eerlijk verdeeld. Ieder is nu voor een derde deel eigenaar. ‘Je moet elkaar in zo’n geval ook wat gunnen’, zegt Heino. ‘Niels is belangrijk geweest voor het café de afgelopen jaren. Of dit de opmaat is naar een volledige verkoop van het café aan hem? Sita: ‘Voorlopig zeker nog niet. Maar door het zo te doen, valt alles wel mooi op zijn plaats. En is de toekomst van De Slock in zijn huidige vorm ook de komende jaren gegarandeerd.’

Reageer op dit artikel