artikel

40 jaar Barclay Rotterdam: ‘Werken áán de zaak’

Restaurant 1443

40 jaar Barclay Rotterdam: ‘Werken áán de zaak’
André Nielsen van Brasserie Barclay Rotterdam (c) Michel Zoeter

In het hart van het Rotterdamse centrum runt André Nielsen met zijn broer Perry Brasserie Barclay Rotterdam. Na de overname van de zaak van zijn ouders kreeg eten een hoofdrol en leerde hij het ondernemersvak. Met vallen en opstaan. ‘Niet in je zaak maar áán je zaak werken. Deel en geef verantwoordelijkheid. Wijze lessen die ik wel eerder had willen leren.’

Terwijl de bouwvakkers op de stijgers een onnoemelijke bak herrie creëren met hun werkzaamheden, drinken stelletjes en vriendengroepen hun drankje op één van de vele terrasjes aan de straat. Ondertussen passeert winkelend publiek en rijdt een flink aantal bolides af en aan, op zoek naar de exclusieve winkels met nog exclusievere merken. De Karel Doormanstraat in Rotterdam is het kloppend hart van de binnenstad van Rotterdam. De straat loopt van het Centraal Station tot aan de Westblaak en passeert onderwijl de Oude Binnenweg, Het Schouwburgplein en de Lijnbaan.

En precies halverwege die straat, op de hoek van dat Schouwburgplein, in het pand waar vroeger The Cocktail Corner zat, bevindt zich Brasserie Barclay Rotterdam. Dit jaar 40 jaar in het bezit van de familie Nielsen. Broers André en Perry zijn de tweede generatie, nadat ze het begin jaren 90 van de vorige eeuw overnamen van hun ouders. André is het gezicht naar buiten toe en de ondernemer achter Barclay. ‘Mijn broer is meer van de achtergrond en staat het liefst achter de bar.’ Vandaar dat we naar Rotterdam trekken voor een gesprek met André. Over historie, ondernemen, het belang van details en werken áán de zaak.

Barclay Rotterdam

Overname The Cocktail Corner

Het is 1979 als de ouders van André Nielsen (53) de Cocktail Corner overnemen. ‘Mijn moeder werkte er al best lang en kreeg de kans het over te nemen.’ Het waren andere tijden in vergelijking met 2019. Zo vindt de overname plaats dankzij de ‘gokkastenbaas’. Nielsen: ‘Mijn ouders hadden niet het geld om de zaak over te nemen, dus hij schoot het voor. Op voorwaarde dat zijn twee kasten daar mochten staan en de opbrengst 50/50 verdeeld zou worden.’ Gokkasten zijn in die tijd nog booming business. Nielsen met een tevreden glimlach: ‘Maar The Cocktail Corner ook, dus die schuld hadden mijn ouders binnen 5 jaar afbetaald.’

Mijn ouders hadden de zaak in 5 jaar afbetaald

Wat anno nu ook nauwelijks meer is voor te stellen; de invloed van de sigarettenfabrikant. Nielsen: ‘Mijn ouders wilden verbouwen, zo halverwege de jaren 80, en een vriend van mijn vader werkte voor BAT, British American Tobacco. Die vertelde hen dat hij ‘zo’n enorm marketingbudget had om op te maken’, dat het hem wel een prima plan leek om dat te besteden aan de zaak van mijn ouders. Hij vond het dan wel een goed idee dat The Cocktail Corner omgedoopt werd tot Barclay.’ Zo geschiedde. En wie de foto’s uit die tijd terugkijkt, ziet dat niet alleen de naam van de sigarettenfabrikant nadrukkelijk op de gevel prijkt, ook de gehele uitstraling van het pand is in de kleuren en de stijl van Barclay.

Als we vragen wanneer Nielsen en zijn broer Perry de zaak precies overgenomen hebben, denkt hij hardop terug: ‘Even kijken… in 1988 werd het Nederlands Elftal Europees Kampioen, dus dan zal dat rond 1990 zijn geweest.’ Voetbal als geheugensteuntje. ‘Nou’, vervolgt Nielsen zijn betoog. ‘Dat komt ook omdat voetbal best een impact heeft op deze zaak. De laatste keer dat Feyenoord kampioen werd, in 2017, heeft me dat in twee dagen tijd ruim €60.000 opgeleverd.

De huldiging vond hier om de hoek plaats en er voor de zaak stond continu een stroom mensen, dat wil je niet weten. En voor een halve liter in een plastic beker rekende ik €6.’ Bier is sowieso een belangrijke omzetfactor bij Barclay, vertelt Nielsen. ‘Jaarlijks gaat er 220 hectoliter pils doorheen. Dat is pils van huisbrouwer AB InBev. Ik krijg €70 hectoliterkorting, maar de brouwer zit wel als tussenhuurder in dit pand. Dus dan is dit best netjes.’

Brasserie Barclay Rotterdam

Meer met eten

Maar goed, terug naar de overname. André en zijn broer Perry hebben geen geld om hun ouders uit te kopen. Besloten wordt om een vof te vormen, zo kunnen ze hun aandeel in de zaak terugverdienen.’ Het was de enige manier om het te doen, maar Nielsen zou het niet snel nog een keer zo doen. ‘Ik heb dat onlangs eens met de accountant bekeken; we hebben de zaak inmiddels wel vijf keer aan mijn ouders terugbetaald. Maar goed, zij hebben ook geen pensioen opgebouwd, daar werd in die jaren niet over nagedacht.’

Het eerste dat de broers doen, is de naam aanpassen. ‘We dachten aan zoiets als De Heren van Rotterdam, of De Broers van Rotterdam, maar ja; Barclay is zo’n bekende naam hier, dat zou echt niet handig zijn.’ Uiteindelijk wordt ervoor gekozen om de Barclay Corner om te dopen tot Brasserie Barclay Rotterdam. ‘Ook om de eetfunctie meer te benadrukken.’ Het was voor Nielsen meteen duidelijk dat ‘eten’ dé toekomst was voor Barclay. ‘Het was me vanaf het begin al duidelijk dat we het niet gingen redden met een stukje gebak en een kop koffie.’

Als we er zelf niet zijn gebeurt er altijd wat...dachten we

Eten krijgt dus een hoofdrol in het ‘nieuwe’ Barclay, maar de broers krijgen ook een andere rol en zijn ineens eindverantwoordelijk. En dat bleek nog best een opgave. Nielsen: ‘Wij waren áltijd aanwezig in de zaak. Wij geloofden niet dat de zaak goed kon draaien als één van ons er niet was.’ De Rotterdammer dacht ook dat de praktijk hem gelijk gaf. ‘Áls Perry of ik er niet was, dan gebeurde er altijd wat. Iets was op, een machine viel uit, een leverancier leverde de helft, iemand liep weg zonder te betalen… en dan zeiden we tegen elkaar: zie je nou wel. Pas veel later realiseerden we ons dat die dingen ook gebeurden als we er wel waren natuurlijk. Maar dan lostte je het zelf snel op.’

Barclay Rotterdam

Aan de zaak, niet in de zaak

Zelf heeft Nielsen sinds een jaar afstand genomen in zijn zaak. ‘Als eigenaar moet je niet in je zaak maar aan je zaak werken, leerde ik van Herman Hell, een collega-ondernemer uit Rotterdam. Dat was best lastig loslaten, want al sinds mijn middelbare schoolperiode werkte ik hier op de vloer. Maar het is de beste beslissing die ik ooit genomen heb.’ Het zorgt ook voor regelmaat in zijn leven. ‘Ik ben maandag, dinsdag en donderdag op kantoor en één dag in het weekend op de vloer. Ik wil zo het gevoel met de vloer behouden.’

Het resultaat ziet Nielsen terug in de cijfers. ‘Omzet, winst, personeelskosten, alles keurig. Ik houd zo het overzicht en heb een veel betere werk-privébalans.’ Of hij de beslissing niet veel eerder had moeten nemen? ‘Ja, natuurlijk. Maar dat ik het niet deed, was een deel gierigheid en een deel eigenwijsheid. Ik wilde geen nieuw personeel aannemen, ik kon het zelf toch ook immers. Daarnaast dacht ik dat het alleen op mijn manier kon en dat ik dat het beste kon doen.’

Het zijn de ondernemerscursussen van horeca-adviseur Ton Lenting die hem de ogen opende. ‘Daar leerde ik: geef verantwoordelijkheid, deel de cijfers… man, voorheen wilde ik de omzet niet eens weten en hoeveel er uit saté en hoeveel er uit koffie kwam.’ Na die cursussen beseft Nielsen dat het anders moet. ‘Dat had ik echter wel een jaartje of tien eerder kunnen doen. Maar goed, beter laat dan nooit.’

Barclay Rotterdam

Inmiddels heeft Brasserie Barclay haar laatste metamorfose in zeven jaar ondergaan. Nu staat het naar tevredenheid van Nielsen. ‘Maar een zaak is natuurlijk continu in ontwikkeling’, aldus de geboren en getogen Rotterdammer. Gasten kunnen zeven dagen in de week terecht bij Barclay voor ontbijt, lunch, diner en borrel. ‘Het ontbijt loopt goed door. Met name in de weekenden. €8,50 voor een croissantje, ‘spekkie’, plakje kaas, scrambled eggs, ‘stukkie groen’. Dat loopt wel.’ Maar het belangrijkste is de lunch.

‘Van de keuken-omzet is 60 procent lunch. We bieden een mooie lunch met de ‘geijkte producten’: hamburger, saté, uitsmijter…’ En de beste gehaktbal van Rotterdam, zo lezen we op de menukaart. Nielsen droogjes: ‘Onze slager deed eens mee aan zo’n vakwedstrijd en werd tweede van Nederland. Nou, dan zullen wij wel de beste van Rotterdam hebben, dachten we.’