'Temper verliest bij de rechter: werkers zijn uitzendkrachten'

'Temper verliest bij de rechter: werkers zijn uitzendkrachten'

Op 16 juni 2026 oordeelde het gerechtshof Amsterdam dat werkers via Temper juridisch als uitzendkrachten moeten worden aangemerkt.

Daarmee zet het hof een volgende stap in de reeks uitspraken over platformarbeid na onder meer Deliveroo, Helpling en Uber. De boodschap is opnieuw helder: niet het contract, maar de praktijk is bepalend.

Van modelovereenkomst naar realiteitstoets

Ramy Mohamed van BDO Tax & Legal duidt de uitspraak. 'De uitspraak past in een bredere trend waarin rechters nadrukkelijk kijken naar hoe de samenwerking feitelijk wordt ingevuld. Het hof Amsterdam wijst erop dat Temper nauw betrokken was bij tarieven en contractvoorwaarden, dat werkers nauwelijks commercieel risico liepen en dat hun werkzaamheden waren ingebed in de organisatie van de inlener. Bovendien was het ondernemerschap van de werkers beperkt. Daarmee was feitelijk sprake van werken onder leiding en toezicht van de inlener en van een uitzendovereenkomst met Temper, ongeacht het gebruik van een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst.'

Grote impact voor de praktijk

Voor organisaties die zzp’ers inhuren via een intermediair is dit een duidelijke wake-upcall, aldus Mohamed. Een kwalificatie als uitzendovereenkomst kan leiden tot toepassing van de cao voor uitzendkrachten, loonaanspraken, pensioenverplichtingen en fiscale naheffingen. Daarnaast bestaat het risico dat het platform nabetalingsverplichtingen - afhankelijk van de contractuele afspraken - (deels) probeert te verhalen op de inlener. De financiële en operationele gevolgen kunnen daarmee aanzienlijk zijn.

Constructies onder druk

De uitspraak van het hof bevestigt een consistente lijn in de rechtspraak: een dichtgetimmerd contract biedt geen bescherming als de feitelijke uitvoering wijst op een dienstbetrekking. Daarmee zal de in de praktijk ervaren ruimte voor zelfstandig ondernemerschap (nog) kleiner worden. De gevolgen reiken bovendien verder dan platformbedrijven alleen. Ook andere constructies waarbij zzp’ers via tussenschakels flexibel worden ingezet, kunnen met deze uitspraak onder druk komen te staan.

Opvallend is verder dat het hof, anders dan in de Uber-zaak, het verweer verwerpt dat de groep werkers te divers zou zijn voor een algemeen oordeel. Daarover kan ook anders worden gedacht, zodat dit punt vermoedelijk een rol zal spelen in een eventuele cassatieprocedure bij de Hoge Raad.

Wezen gaat voor schijn

De Temper-uitspraak onderstreept dat wezen nog altijd voor schijn gaat. Organisaties die zzp’ers inzetten doen er verstandig aan hun inhuurpraktijk kritisch te (laten) toetsen, voordat de rechter dat achteraf doet.

Bekijk deze collectie

Wetgeving

In deze collectie alles over wetten en regels waar de horeca mee te maken heeft. Van de recente wijzigingen in de pensioenwet tot inzichten in de Bibob-regelgeving. Leer hoe je aan wet- en regelgeving voldoet en hoe je vergunningen aanvraagt.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.