nieuws

Nieuwe bedragen minimumloon per 1 juli 2018

Horeca 46316

Per 1 juli 2018 wijzigen de bedragen van het wettelijk minimumloon en de jeugdbedragen die van het wettelijk minimumloon zijn afgeleid. Dit is van belang voor de niet-vakkrachten.

Nieuwe bedragen minimumloon per 1 juli 2018

De lonen voor de vakkrachten worden per 1 juli 2018 met 1 procent verhoogd. Vervolgens is deze loonsverhoging in de loontabel verwerkt. De loontabel hoort bij de nieuwe horeca-cao. De nieuwe loontabellen zijn te downloaden via KHN.

De leeftijd voor het ‘volwassen’ wettelijk minimumloon ging in juli 2017 omlaag van 23 jaar naar 22 jaar. Tegelijkertijd ging het minimumloon voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar (minimumjeugdloon) in stappen omhoog. De leeftijd voor het ‘volwassen’ loon voor de loontabel van de nieuwe cao horeca is 21 jaar.

Wat verandert er?

Per 1 juli 2017 is de eerste stap gezet. De leeftijd waarop iemand het (volwassen) wettelijk minimumloon krijgt ging omlaag van 23 jaar naar 22 jaar. Stap 2 volgt per 1 juli 2019. Dan wordt dat 21 jaar.

Tegelijkertijd zijn per 1 juli 2017 de percentages van het wettelijk minimumloon voor 18, 19, 20 en 21 jaar omhoog gegaan. Per 1 juli 2019 gaan de minimumlonen voor 18, 19 en 20 jaar nog verder omhoog.

De bedragen van het wettelijke minimum (jeugd)loon gelden ook gewoon voor leerlingen. De verlaagde BBL-staffel is in de nieuwe cao horeca uitgesloten.

Minimumloon Horeca

(Per 1 juli 2018)

 Horeca  percentage  per maand  per week  per dag  per uur
 23 jaar en ouder  100  1.594,20  367,90  73,58  9,69
 22 jaar en ouder  100  1.594,20  367,90  73,58  9,69
 21 jaar  85,00  1.355,05  312,70  62,54  8,23
 20 jaar  70,00  1.115,95  257,55  51,51  6,78
 19 jaar  55,00  876,80  202,35  40,47  5,33
 18 jaar  48,00  757,25  174,75  34,95  4,60
 17 jaar  40,00  629,70  145,30  29,06  3,83
 16 jaar  35,00  550,00  126,95  25,39  3,35
 15 jaar  30,00  478,25  110,35  22,07  2,91

Wanneer is iemand vakkracht of niet?

Een vakkracht is een medewerker die vakbekwaam is. Dat wil zeggen dat hij aantoonbaar voldoende ervaring heeft opgedaan in de functie. Daar is in ieder geval sprake van als de medewerker bij de eigen werkgever 1976 ervaringsuren in dezelfde functie heeft opgebouwd. Ervaringsuren worden pas opgebouwd vanaf het moment dat de medewerker 18 jaar oud is. Tot 18 jaar geldt er een schoolplicht voor jongeren.
De vakkracht heeft recht op het basisloon van de loonschaal die hoort bij de functiegroep waarin hij is ingedeeld. Als de vakkracht nog geen 22 jaar is (en dus nog niet vak-volwassen is) heeft deze recht op een bij de leeftijd horend percentage van dit basisloon. U vindt dit terug in de loontabellen bij de cao.

Geen vakkracht – minder dan 1976 uur

Op het moment dat uw medewerker nog niet de vereiste ervaring (1976 ervaringsuren) heeft opgedaan is hij ook geen vakkracht. In de arbeidsovereenkomst moet u aangeven hoeveel ervaringsuren nog opgebouwd moeten worden voor de medewerker wel vakkracht is. Vergeet vervolgens niet om bij te houden hoeveel uren de medewerker aan ervaring opbouwt.

De niet-vakkracht heeft geen recht op een loon op basis van de functieschaal van de loontabel, maar ontvangt minimaal het wettelijk minimum (jeugd)loon. Ook heeft deze medewerker geen recht op de feestdagentoeslag.

Of u de medewerker aanmerkt als vakkracht of geen vakkracht, is uitsluitend van belang voor de bepaling van de hoogte van het (minimale) loon dat u de werknemer in die functie moet betalen en of de medewerker recht heeft op feestdagenregeling. Het zijn van vakkracht heeft geen invloed op het soort contract dat u met de medewerker afsluit.

Bron: KHN