artikel

Bavaria-man Will Bellemakers zwaait af

Café 1768

Na bijna 45 jaar is er per 1 september een einde gekomen aan de werkzame carrière van Will Bellemakers bij Bavaria. De brouwerij die op de rand van zijn pensionering werd omgedoopt in Swinkels Family Brewers. De drijvende kracht achter Bavaria’s Beer Academy blikt nog één keer
terug op een leven in de brouwerij.

Bavaria-man Will Bellemakers zwaait af
Wil Bellemakers

Het voelt een beetje als een trein die een noodstop maakt. Van afbouwen is tot een paar weken voordat hij de deur van de brouwerij definitief achter zich sluit nog geen enkele sprake. ‘Ik ben druk bezig met de overdracht. Dat moet netjes gebeuren natuurlijk. Ze moeten wel vooruit kunnen. Ik heb mezelf hierna nog een maand beschikbaar gesteld voor vragen of andere zaken.’
Will Bellemakers (66) zegt het op het terras van grand café Queens in Eindhoven. Op deze plek wilde hij graag afspreken om terug te blikken op zijn carrière bij de brouwerij. Het was in 1995 na zijn interne overstap naar de horeca-afdeling de eerste zaak die hij ‘bouwde’. Nog steeds is het interieur dat toen werd bedacht grotendeels ongewijzigd. Het bevat elementen uit een oud Frans kerkje. Dat zorgt voor een tijdloze sfeer die ook na al die jaren nog niet gedateerd is en gasten aanspreekt. Hij is er nog steeds een beetje trots op, zegt hij.

Terwijl hij zich positioneert voor de fotograaf wordt de bardame nauwgezet in de gaten gehouden bij het tappen van een glas Bavaria. Even later heeft hij het in de hand en steekt het in de richting van de fotograaf. Als deze een paar keer heeft geklikt is de schuimkraag inmiddels een beetje ingezakt. ‘Kun je ’m nog even bijtappen? Want het zal hem toch niet overkomen dat hij straks met een minder ogend biertje in dit blad staat? Hij, de drijvende kracht achter Bavaria’s Beer Academy en van hieruit al honderden taptrainingen verzorgde. ‘Wat ik straks ga doen’, herhaalt hij ondertussen de net gestelde vraag. ‘Veel fietsen, tijd voor de kleinkinderen en ja, ze mogen me zeker bellen als er nog een keer wat is. Al wil ik niet mijn opvolger voor de voeten lopen.’

Een gek moment was het wel. Twee dagen eerder. Op die maandag stapte hij zijn vertrouwde afdeling op en realiseerde zich ineens dat dit de allerlaatste week op de brouwerij zou gaan worden. Na dik 44 jaar stond hij dan toch echt op het punt om dit belangrijke deel van zijn werkzame leven af te sluiten. ‘Het heeft veel impact gehad. Maar het was vooral een fantastische tijd. Ik ben altijd heel erg vrijgelaten in wat ik deed. Dat was zeker een voordeel om het hier zo lang vol te houden. Zeker vanaf het moment dat ik in de horeca terechtkwam. Ik heb Bavaria altijd beschouwd als mijn bier, mijn brouwerij en mijn kwaliteit. Bij alles wat ik deed ging ik altijd voor 100% kwaliteit.’

Overname De Koningshoeven is kantelpunt

Kwaliteit. Hij noemt het woord twee keer in evenzoveel zinnen. Het was zijn belangrijkste motivatie in al die jaren, zo maakt hij duidelijk. Met een opleiding als laborant op zak komt hij na zijn militaire dienst in 1974 als kwaliteitsmanager op het laboratorium binnen bij Bavaria. Begin jaren 90 maakt hij de overstap naar de horecaservice. ‘Toen ze mij daarvoor vroegen, hoefde ik daar niet lang over na te denken.’ Het zijn in die jaren enerverende tijden voor de brouwerij. De Lieshoutse brouwerij is landelijk dan nog vooral bekend om de prettig laag geprijsde lichtblauwe kratjes pils in de supermarkten. En zeker in de horeca heeft het buiten Brabant ook nog niet de bekendheid en aanwezigheid die het vandaag de dag heeft. Dat zal snel veranderen.

De overname van De Koningshoeven in 1999 is volgens Bellemakers te bestempelen als een heus kantelpunt in dit groeiproces. ‘We breidden ons portfolio speciaalbieren (La Trappe, red.) uit en tegelijk begon toenmalig directeur Broos Swinkels met de uitrol van zijn A2-beleid. De grote plaatsen aan deze bekende snelweg van Amsterdam naar Maastricht moesten veroverd worden. Een belangrijke uitvalsbasis hiervoor was het DC (distributiecentrum) in Utrecht. ‘Een van onze eerste grote zaken was Cartouche in Utrecht dat hierna werd omgebouwd tot Stairway to Heaven, de zaak van Henk Westbroek.’

In de slipstream van deze expansie is het Bellemakers die een kwaliteitssysteem ontwikkelt dat moet garanderen dat het goudgele Brabantse pils ook buiten de provinciegrenzen perfect getapt wordt. ‘Wij waren de eerste brouwerij die een serviceverzekering in de horeca introduceerde op het tapsysteem. Het betekende in de praktijk dat als een ondernemer problemen had en ons liet komen, hij weer de kost kon verdienen zodra wij vertrokken waren. Duidelijk en eerlijk zijn. En er zijn als dat nodig is. Dat werd ons kenmerk.’

In eigen huis

Dat Bavaria naast een technische afdeling altijd ook heeft beschikt over mensen die alles van koeltechniek weten, was en is een belangrijke pre, weet hij. ‘We hoeven hiervoor geen externe bedrijven in te schakelen. Waardoor je creatief kunt zijn in je oplossingen. Toen studentenvereniging Vyndicat in Groningen een keer klaagde dat ze hun bier niet goed koud kregen, kon ik tegen ze zeggen: ‘Dat ga ik voor jullie regelen. En dat gebeurde ook.’ Hij vervolgt: ‘Dat in de tweede helft van de jaren 90, de vestigingseisen werden afgeschaft voor horecaondernemers, daar zat ik wel mee. Vanuit de brouwerij hebben we er vervolgens altijd alles aan gedaan om ook bij die ondernemers de kwaliteit te kunnen garanderen.’ Als vanzelf wordt vanuit deze ambitie een programma van taptrainingen opgezet. Het brengt hem bij horecabedrijven in het hele land waar de aimabele Brabander een bekend gezicht wordt. Het resulteert in 2010 in de oprichting van de Bavaria Beer Academy. Bellemakers is de verantwoordelijke man en zorgt ervoor dat de horeca vanaf dan, door het volgen van meerdere modules, alles te weten komt over het tappen- en schenken van (speciaal) bier en ook bier-spijscombinaties komen aan de orde.

Familiebedrijf is voordeel

Omdat het familiebdedrijf in die jaren ook forse exportambities heeft, bemoeit Bellemakers zich eveneens met de kwaliteit van ‘zijn’ bier over de grenzen. Als de brouwerij besluit om fustbier te gaan exporteren naar Kroatië is hij nauw bij het hele proces betrokken. Het bier gaat per trein naar het land op de Balkan om daar op fust te worden afgevuld. Inmiddels wordt het ter plekke gebrouwen. ‘De eerste groep ondernemers die het ging tappen, heb ik naar Nederland gehaald. Om ze uitleg te geven over tapinstallaties en om ze goed te leren tappen. Dat was wel grappig.’
Het aanleren van biertappen is een proces dat nooit zal eindigen. Het grote personeelsverloop in de horeca zorgt ervoor dat de trainingen nodig blijven. Als hij tijdens de bekendmaking van de Café Top 100 in 2017 bij één van ‘zijn’ cafés leest dat het tappen er beter zou kunnen, reageert hij nog net niet als door een wesp gestoken. Vrijwel direct beent hij op de ondernemer in kwestie af om ter plekke een afspraak te maken voor een hernieuwde taptraining. Het werd een leerzame maar ook ouderwets gezellige avond, herinnert hij zich.

Terugkijkend merkt hij op dat de brouwerij in de loop der jaren sterk is veranderd. Inherent aan de sterke groei. ‘Maar het grote voordeel is dat het een familiebedrijf is gebleven. De opgedane kennis blijft zo binnen de brouwerij. Daardoor blijft de focus op bepaalde gebieden, bijvoorbeeld Den Bosch of Utrecht, gehandhaafd. Ook de horecamarkt zag hij zich aanpassen aan nieuwe tijden. ‘Het is natuurlijk veel liberaler geworden waardoor wij als brouwerij ook gedwongen worden om altijd die kwaliteit te leveren die van ons verwacht wordt.’
Tijdens een drukbezochte afscheidsreceptie hief hij 30 augustus het glas. Op het verleden én zijn toekomst. Op het Eindhovense terras van Queens merkte hij al op: ‘Ik wil dat de mensen na afloop één ding zeker weten: kwaliteit blijft het aller-allerbelangrijkst.’